Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 2015

 RESULTATEN UIT HET WERELDWIJDE VELD

Oceanië

Oceanië
  • LANDEN 29

  • BEVOLKING 40.208.390

  • VERKONDIGERS 97.583

  • BIJBELSTUDIES 64.675

Ze lieten lectuurpakketjes achter

Omdat heel wat eilanden van Micronesië nauwelijks met het goede nieuws zijn bereikt, trof een groep verkondigers van de Marshalleilanden regelingen voor een tweeweekse boottocht. Vanaf het eiland Majuro voeren ze naar de eilanden Wotje en Ormed, die deel uitmaken van het atol Wotje.

Om zo veel mogelijk mensen getuigenis te kunnen geven, had  de groep vóór hun tocht lectuurpakketjes samengesteld. Elk pakketje bestond uit vier tijdschriften en twee brochures. Aangezien de verkondigers niet wisten wanneer ze naar de eilanden zouden terugkeren, lieten ze bij geïnteresseerden zo’n pakketje achter en moedigden ze hen aan de lectuur met familie en vrienden te delen. Tijdens deze twee weken verspreidden de verkondigers in totaal 531 brochures, 756 tijdschriften en 7 boeken.

‘Dank je wel dat je aan ons hebt gedacht’

In februari 2014 vertrokken zes Getuigen van Papoea-Nieuw-Guinea voor een tiendaagse predikingstocht naar de dorpen van het vulkanische eiland Karkar. Ze vonden heel wat mensen die positief reageerden en verspreidden 1064 publicaties. Een zuster, Relvie, zei: ‘Op de eerste dag dat we daar predikten, waren we om drie uur ’s middags nog steeds in de velddienst. Tegen die tijd waren onze flesjes water leeg, deden onze kaken zeer en hadden we een droge mond van al het gepraat. Toen ik tijdens een gesprek met een jong meisje een Bijbeltekst wilde voorlezen, kon ik dat niet omdat ik zo’n dorst had. Net op dat moment bood ze me water aan.’

De avond voor ze een bepaald dorp verlieten, was er een grote bijeenkomst van de dorpsbewoners, waarbij ook plaatselijke kerkleiders aanwezig waren. Relvie vertelt: ‘Ik voelde me net als Stefanus toen hij de waarheid moest verdedigen voor het Sanhedrin — alleen hadden wij een vriendelijk publiek.’ Toen de zes verkondigers uitgesproken waren, stond de leidinggevende van de lutherse zondagsschool op. Ze bedankte haar tante, die een van de  verkondigers was, dat ze de mensen van haar dorp over de waarheid had verteld. Ze zei: ‘Jouw goede voorbeeld doet me denken aan de Samaritaanse vrouw die naar haar familie ging en over de mooie dingen vertelde die ze van Jezus had gehoord. Dank je wel dat je aan ons hebt gedacht.’

Te jong om te prediken?

Kiribati: Teariki and Tueti

Teariki, een zevenjarig jongetje, woont op het eiland Tarawa, dat deel uitmaakt van Kiribati. Toen hij op een ochtend samen met zijn vader, Tueti, in de velddienst was, kwamen ze bij een huis waar ze een groep van ongeveer tien mannen en vrouwen van in de twintig ontmoetten. Nadat Tueti hun over het Koninkrijk had verteld, zei een van hen tegen hem: ‘We hebben gemerkt dat jullie allemaal met jullie kinderen prediken. Waarom moeten ze met jullie mee? Ze zijn nog te jong om over God te kunnen vertellen.’

Tueti antwoordde: ‘Willen jullie zien of mijn zoon kan prediken? Ik kan misschien even weggaan en dan kunnen jullie horen wat hij te vertellen heeft.’ Iedereen in de groep zei: ‘Ja, dat willen we weleens horen.’

Toen Tueti weg was, vroeg Teariki: ‘Kennen jullie de naam van God?’

‘Ja, dat is Jezus!’, riep iemand. ‘God’, zei een ander. Nog iemand anders antwoordde: ‘Heer.’

Teariki zei: ‘Zullen we even kijken wat de Bijbel hierover zegt? We kunnen het samen lezen in Jesaja 42:5.’ Na het vers voorgelezen te hebben, vroeg hij: ‘Over wie gaat deze tekst?’

Eén jongere antwoordde: ‘God.’ Teariki zei vervolgens: ‘Ja, de ware God. Wat vertelt de ware God ons in vers 8? “Ik ben Jehovah. Dat is mijn naam; en aan niemand anders zal ik mijn eigen heerlijkheid geven.” Is het jullie opgevallen wat Gods naam is?’

 De groep antwoordde: ‘Jehovah.’

Nu Teariki hun aandacht had, vroeg hij: ‘Waarom is het goed de naam van God, Jehovah, te gebruiken? We kunnen het antwoord lezen in Handelingen 2:21. Daar staat: “Een ieder die de naam van Jehovah aanroept, zal gered worden.” Waarom is het goed de naam van God te gebruiken?’

Een jongere uit de groep zei: ‘Dan worden we gered.’

Op dat moment kwam Teariki’s vader de kamer binnen. Hij vroeg de groep: ‘Oké, wat denken jullie? Kunnen onze kinderen prediken? Is het juist dat we ze meenemen?’ Iedereen in de groep was het ermee eens dat de kinderen heel bekwaam waren en dat ze terecht deelnamen aan de  prediking. Tueti zei vervolgens: ‘Ook jullie zouden, net als Teariki, Bijbelse waarheden met anderen kunnen delen als jullie zouden leren wat erin staat.’

Een bergdorp bereikt met het goede nieuws

In november 2013 vloog Jean-Pierre, die op het vertaalkantoor van Port Vila op Vanuatu werkt, naar zijn geboorte-eiland om een kringvergadering bij te wonen. Toen Jean-Pierre uit het vliegtuig stapte, kwam een groep geïnteresseerden van het zuidelijke deel van het eiland naar hem toe en vroeg om lectuur. Hij verspreidde bijna alle tijdschriften die hij bij zich had. Daarna kwam een religieuze leider naar Jean-Pierre en ook hij vroeg om lectuur. Deze man smeekte hem naar zijn dorp te komen: ‘Wij zijn geestelijk aan het verhongeren. U moet naar ons bergdorp komen en al onze vragen beantwoorden.’ De dag na de kringvergadering begon Jean-Pierre vroeg in de ochtend aan de beklimming van een steile berg. Na een lange tocht bereikte hij uiteindelijk de top van de berg waar het dorp gelegen was. Hij werd er hartelijk ontvangen, en besprak Koninkrijksnieuws nr. 38 met de titel Zullen de doden weer leven? Er waren zo’n dertig aanwezigen en hij moedigde hen aan in hun eigen bijbel mee te lezen. De bespreking duurde bijna zeven uur. De dorpsbewoners waren inderdaad geestelijk uitgehongerd! Een man van zeventig zei: ‘Ik heb in mijn hele leven nog nooit zo’n duidelijke uitleg over de doden gehoord!’

Jean-Pierre bracht de nacht in het dorp door. Hij deelde een kamer met de predikant. Toen hij de volgende ochtend wakker werd, was de predikant een van onze tijdschriften aan het lezen. Jean-Pierre vroeg hem wat hij aan het lezen was. De predikant vertelde hem enthousiast dat het over Gods Koninkrijk ging. Hij was het ermee eens dat Gods Koninkrijk zich niet in het hart van de  farizeeën bevond, die Jezus in Lukas 17:21 veroordeelde. Hij kwam tot de conclusie dat Gods Koninkrijk dus niet in het hart van een mens aanwezig kan zijn, zoals zijn kerk leert. Jean-Pierre, die nu terug is in Port Vila, houdt telefonisch contact met de geïnteresseerden uit het dorp. Drie broeders uit een gemeente in de buurt boden aan naar het dorp te gaan voor de herdenking van Jezus’ dood. Er waren wel 109 personen aanwezig!

Vanuatu