Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 2015

 DOMINICAANSE REPUBLIEK

Vrij en opnieuw verboden

Vrij en opnieuw verboden

Onverwachte vrijheid

Manuel Hierrezuelo werd vermoord tijdens een verhoor door de autoriteiten

Gedurende de moeilijke jaren van het verbod bleven Lennart en Virginia Johnson en Roy en Juanita Brandt in hun toewijzing. ‘Roy Brandt en ik werden opgeroepen voor een officieel verhoor’, vertelde Lennart. ‘Regeringsfunctionarissen van Trujillo hadden eerder al broeder Manuel Hierrezuelo uitgenodigd om bij hen te komen.’ Tragisch genoeg werd Manuel tijdens het verhoor vermoord; hij was tot zijn dood trouw gebleven. Wat gebeurde er met Lennart en Roy? Lennart vervolgde: ‘Toen we aankwamen, werden we elk apart ondervraagd. Het was duidelijk dat onze antwoorden werden opgenomen. Verder gebeurde er toen niets, maar twee maanden later maakten de kranten bekend dat de regering van Trujillo het verbod op Jehovah’s Getuigen had opgeheven en dat we door konden gaan met onze activiteiten.’

Vóór het verbod van 1950 namen 261 verkondigers deel aan de prediking in de Dominicaanse Republiek. Toen het verbod in augustus 1956 werd opgeheven, waren er 522 verkondigers. Na zes jaar van gevangenschap, onderdrukking en constante controle vonden de broeders en zusters het geweldig te vernemen dat ze Jehovah in alle vrijheid konden aanbidden.

Als reactie op deze verrassende wending begon Gods volk meteen met de reorganisatie van het werk. Er werden vergaderplaatsen gezocht en nieuwe gebiedskaarten en gemeentearchieven aangemaakt. De broeders waren heel blij dat ze lectuur konden bestellen en ontvangen. Ze maakten ijverig gebruik van hun herwonnen vrijheid om te prediken, met als resultaat dat er tegen november  1956, in slechts drie maanden, 612 verkondigers deelnamen aan het predikingswerk.

De haatcampagne van de geestelijken

In Toledano’s rapport stonden plannen om de invoer van onze publicaties te verhinderen

De geestelijken van de katholieke kerk smeedden echter onmiddellijk een complot om de goede naam van de Getuigen te schaden. Gesteund door het concordaat dat Trujillo en het Vaticaan ondertekend hadden, deden ze steeds meer moeite om de regering ertoe te brengen de Getuigen uit te schakelen. De priester Oscar Robles Toledano zond een rapport aan de minister van Binnenlandse Zaken, Virgilio Álvarez Pina, waarin hij de regering verzocht hem te steunen in zijn poging ‘het Dominicaanse volk wakker te schudden voor de extreem gevaarlijke sekte van “Jehovah’s Getuigen”’.

Toledano legde uit dat het zijn voornaamste doel was ‘de bekeringscampagne van Jehovah’s Getuigen te doen falen’. In zijn rapport adviseerde hij ook om de invoer van onze  publicaties te verbieden en dan ‘vooral het boek De Waarheid Zal U Vrijmaken” en het tijdschrift De Wachttoren’.

Opnieuw verboden

De religieuze leiders en hun handlangers in de regering van Trujillo sloten zich aan bij de samenzwering tegen de Getuigen. Francisco Prats-Ramírez, voorzitter van de Dominicaanse Partij, schreef in juni 1957 een rapport aan Trujillo waarin hij het volgende uitlegde: ‘Ik wil een aantal bijeenkomsten organiseren om de verderfelijke en antipatriottische tendens van Jehovah’s Getuigen te bestrijden.’

Deze lastercampagne had onmiddellijk effect. Het boek Trujillo — Little Caesar of the Caribbean legde het als volgt uit: ‘In de zomer van 1957 publiceerde de Dominicaanse pers een reeks beschuldigingen van hoge regeringsambtenaren. Hierin werden Jehovah’s Getuigen “opstandige en verderfelijke” activiteiten ten laste gelegd. Er ontstond een kettingreactie toen de jezuïetenpriester Mariano Vásquez Sanz op de radiozender van Trujillo, La Voz Dominicana [de Dominicaanse stem], de sekte er openlijk van beschuldigde communisten te zijn. Hij bestempelde haar leden als “een perverse, sluwe, criminele, verraderlijke vijand”. Daarop werden de geestelijken in een bisschoppelijke brief, ondertekend door de aartsbisschoppen Ricardo Pittini en Octavio Antonio Beras, gevraagd om hun parochianen te beschermen tegen deze “vreselijke ketterij”.’

De gezamenlijke inspanningen van Kerk en Staat hadden het beoogde effect. In juli vaardigde de Kamer van Volksvertegenwoordigers van de Dominicaanse Republiek een wet uit waarmee Jehovah’s Getuigen verboden werden. Al snel daarna werden onze broeders en zusters afgeranseld en bruut behandeld door de politie. In totaal werden zo’n 150 broeders en zusters gearresteerd.