Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 2015

 DOMINICAANSE REPUBLIEK

Vrijheid om te prediken

Vrijheid om te prediken

 Trujillo vermoord

Tegen 1960 groeide de internationale kritiek en interne oppositie tegen de dictatuur van Trujillo. In deze periode van politieke spanning bezocht Milton Henschel van het internationale hoofdkantoor in januari 1961 het land en woonde hij er een driedaagse vergadering bij. Bij de openbare lezing waren 957 aanwezigen en 27 personen werden gedoopt. Tijdens zijn bezoek hielp broeder Henschel de broeders het gebied in kaart te brengen en met de reorganisatie van het werk te beginnen.

Er werden twee kringopzieners aangesteld om de gemeenten te bezoeken: Julián López en Enrique Glass. Julián vertelde: ‘Mijn kring bestond uit twee gemeenten in het oosten en alle gemeenten in het noorden. De kring van Enrique bestond uit de andere gemeenten in het oosten en het hele zuiden.’ Deze regeling zorgde ervoor dat het contact tussen de gemeenten en de organisatie hersteld werd en was geestelijk opbouwend voor de broeders en zusters.

Salvino en Helen Ferrari onderweg naar de Dominicaanse Republiek (1961)

Salvino en Helen Ferrari, afgestudeerden van de tweede klas van Gilead, arriveerden in 1961. Hun ervaring als zendelingen in Cuba bleek erg nuttig te zijn bij de grote geestelijke oogst in de Dominicaanse Republiek. Salvino werd later lid van het bijkantoorcomité en bleef dat tot zijn dood in 1997. Helen staat al 79 jaar in de volletijddienst, voornamelijk als zendelinge.

Op de avond van 30 mei 1961, kort na aankomst van de familie Ferrari, kwam er een gewelddadig einde aan het terreurbewind van Trujillo toen moordenaars zijn auto met kogels doorzeefden. Zijn dood bracht echter  geen politieke stabiliteit; jarenlang heerste er sociale en politieke onrust.

Het predikingswerk groeit

Ondertussen kwamen er meer zendelingen bij. Slechts twee dagen na de moord op Trujillo, werden William Dingman, uit de eerste klas van Gilead, en zijn vrouw, Estelle, samen met Thelma Critz en Flossie Coroneos overgeplaatst van het Porto Ricaanse bijkantoor naar de Dominicaanse Republiek. William vertelde: ‘Toen we aankwamen, was het land in rep en roer en was er heel wat militaire bedrijvigheid. Er werd gevreesd voor een revolutie en soldaten fouilleerden iedereen op de snelweg. We werden bij verscheidene controleposten aangehouden en telkens werd onze bagage doorzocht. Alles, zelfs de kleinste dingen, werd uit onze koffers gehaald.’ In zo’n explosief politiek klimaat was het een uitdaging om te prediken.

Thelma Critz en Estelle en William Dingman zijn nog steeds in het land na 67 jaar ijverige zendingsdienst

’Tijdens Trujillo’s dictatuur had men het volk verteld dat Jehovah’s Getuigen communisten waren en mensen van het ergste soort. (...) Maar beetje bij beetje konden we de vooroordelen wegnemen’, zei William. Door de hernieuwde activiteit reageerden steeds meer oprechte mensen op de Koninkrijksboodschap. Tegen het einde van het dienstjaar 1961 telde de Dominicaanse Republiek 33 speciale pioniers.