Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 2015

 DOMINICAANSE REPUBLIEK

Ik zal altijd een Getuige van Jehovah blijven

Ana María (Mary) Glass

Ik zal altijd een Getuige van Jehovah blijven
  • GEBOREN 1935

  • GEDOOPT 1956

  • BIJZONDERHEDEN Als jonge vrouw vurig katholiek. Ze leerde de Bijbelse waarheid kennen en doorstond moedig tegenstand van familie, de kerk en de regering.

IK WAS erg gelovig en actief betrokken bij de katholieke kerk. Ik zong in het kerkkoor en vergezelde de pastoors wanneer ze de mis gingen opdragen tijdens retraites op het platteland. In 1955 vertelde mijn zus me over het toekomstige paradijs. Ze gaf me een bijbel, de brochure ‘Dit goede nieuws van het koninkrijk’ en het boek ‘God zij waarachtig’. Ik was er helemaal door gefascineerd, dus vroeg ik de pastoor of ik de Bijbel mocht lezen. Hij zei me dat ik ‘er gek van zou worden’, maar ik besloot het erop te wagen.

Nadat ik naar het huis van mijn grootouders in Boca Chica was verhuisd, vroeg een pastoor me waarom ik niet naar de kerk ging. Ik legde hem uit dat ik ontdekt had dat veel leerstellingen van de kerk niet terug te vinden zijn in de Bijbel. De pastoor werd razend. ‘Luister eens jonge dame,’ schreeuwde  hij, ‘je bent een schaap dat afgedwaald is van mijn kudde.’

‘Nee,’ antwoordde ik, ‘u bent degene die van Jehovah’s kudde is afgedwaald, want de schapen behoren aan Jehovah toe en niet aan een mens.’

Ik ging nooit meer naar de kerk. Ik trok bij mijn zus in en slechts een halfjaar nadat ik de waarheid voor het eerst had gehoord, liet ik me dopen. Ik begon onmiddellijk met pionieren. Een jaar later trouwde ik met Enrique Glass, die toen als kringopziener diende. Toen we op een dag in een park in La Romana aan het prediken waren, werd Enrique door de politie gearresteerd. Toen ze hem meenamen, rende ik achter ze aan en zei: ‘Ik ben ook een van Jehovah’s Getuigen en ik was ook aan het prediken. Waarom nemen jullie ook mij niet mee?’ Maar ze wilden me niet arresteren.

Enrique had in totaal al zevenenhalf jaar aan gevangenisstraffen uitgezeten. Deze keer werd hij veroordeeld tot twintig maanden. Ik bezocht Enrique elke zondag. Tijdens een van mijn bezoeken vroeg een gevangeniscommandant: ‘Wat doe je hier?’

‘Mijn man is gevangengezet omdat hij een van Jehovah’s Getuigen is’, vertelde ik.

‘Je bent jong en hebt nog een mooie toekomst voor je’, antwoordde hij. ‘Waarom verdoe je je tijd nog met Jehovah’s Getuigen?’

‘Ik ben zelf ook een Getuige van Jehovah’, zei ik. ‘Zelfs al vermoordt u me zeven keer en wekt u me zeven keer uit de dood op, ik zal altijd een Getuige van Jehovah blijven.’ Hij had genoeg gehoord en beval me weg te gaan.

Nadat het verbod was opgeheven, dienden Enrique en ik een aantal jaren in de kring- en districtsdienst. Hij is op 8 maart 2008 overleden. Ik ben nog steeds in de pioniersdienst.