Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 2014

 SIERRA LEONE EN GUINEE

2002-2013 Recente ontwikkelingen (Deel 1)

2002-2013 Recente ontwikkelingen (Deel 1)

 „Dank u, Jehovah!”

Naarmate de toestanden zich stabiliseerden, keerden broeders en zusters terug naar wat er van hun huis overgebleven was. Gemeenten die tijdens de oorlog uiteengevallen waren, leefden weer op, vooral in het door oorlog verscheurde oosten van Sierra Leone. Speciale pioniers uit één gebied berichtten: „Op onze eerste vergadering waren 16 aanwezigen, op de volgende 36, op de daaropvolgende kwamen er 56 en toen woonden 77 personen de Gedachtenisviering bij! We waren dolgelukkig!” Er werden 9 nieuwe gemeenten gevormd, wat het totaal op 24 bracht. Er arriveerden 10 nieuwe Gileadieten, waardoor de prediking een nieuwe impuls kreeg. In 2004 bedroeg het aantal aanwezigen op de Gedachtenisviering 7594: ruim vijfmaal het verkondigersaantal! Een soortgelijke groei vond in Guinee plaats.

Het Besturende Lichaam maakte snel geld vrij om de terugkerende vluchtelingen te helpen een nieuw bestaan op te bouwen (Jak. 2:15, 16). Mobiele vrijwilligersteams bouwden of herstelden twaalf Koninkrijkszalen en herstelden een congreshal in Koindu. Ze bouwden ook 42 eenvoudige woningen van lemen stenen om gezinnen onder te brengen waarvan het huis verwoest was. Een weduwe van in de zeventig riep toen ze naast haar nieuwe huis met golfplaten dak stond, terwijl de vreugdetranen haar over de wangen rolden: „Dank u, Jehovah! Dank u, Jehovah! Dank u, broeders!”

Het bijkantoor begon ook Koninkrijkszalen te bouwen met geld uit het programma voor landen met beperkte  middelen. Saidu Juanah, ouderling en pionier in gemeente Bo West, vertelt: „Een zuster zei tegen me: ’Als ik hoor dat we een nieuwe Koninkrijkszaal krijgen, zal ik met handen en voeten klappen!’ Toen ik bekendmaakte dat we een nieuwe zaal kregen, sprong de zuster van haar zitplaats, applaudisserend en dansend — ’klappend’ met handen en voeten!”

In 2010 wijdde gemeente Waterloo een nieuwe Koninkrijkszaal in die vergroot kan worden tot een congreshal met achthonderd zitplaatsen. De dag waarop de gemeente het terrein kocht, kreeg de eigenares een hoger bod van een andere bieder. Ze zei: „Ik heb liever een religieus congrescentrum op mijn land dan dat ik het voor commerciële doelen laat gebruiken.”

Via het programma voor landen met beperkte middelen zijn in Sierra Leone zeventien Koninkrijkszalen gebouwd en in Guinee zes. Die eenvoudige maar waardige plaatsen van aanbidding hebben nog veel meer mensen aangemoedigd vergaderingen bij te wonen.

Verdwaalde schapen teruggevonden

Nu het predikingswerk goed op gang kwam, organiseerde het bijkantoor een twee maanden durende actie om in zelden bewerkt gebied te prediken. De verkondigers verspreidden bijna 15.000 boeken en deden veel fijne ervaringen op. Sommige mensen vroegen of Jehovah’s Getuigen gemeenten in de plaatselijke steden wilden oprichten. Als resultaat werden er uiteindelijk twee nieuwe gemeenten gevormd. In een afgelegen dorp vonden de broeders twee ontheemde zusters die tijdens de oorlog het contact met de organisatie waren verloren. De broeders organiseerden onmiddellijk geregelde vergaderingen en begonnen diverse Bijbelstudies in het dorp.

 In 2009 hoorde het bijkantoor dat er een dorp diep in de bossen van Guinee was waar mensen zeiden dat ze Jehovah’s Getuigen waren. Toen het bijkantoor broeders stuurde om een onderzoek in te stellen, hoorden ze dat een bejaarde broeder na zijn pensionering naar zijn geboortedorp was teruggekeerd. Voordat hij stierf had hij met een aantal mannen gestudeerd. Een van de mannen stelde geloof in Jehovah en begon zijn Bijbelkennis met anderen te delen. Hij belegde ook vergaderingen, waarbij hij de publicaties van de overleden broeder gebruikte. De groep aanbad Jehovah al twintig jaar voordat een verkondiger hen bij toeval trof. Het bijkantoor stuurde onmiddellijk broeders om hulp te bieden. In 2012 woonden 172 personen in het dorp de Gedachtenisviering van Christus’ dood bij.

De laatste tijd zijn er steeds meer ’verdwaalde schapen’ gevonden. Het zijn mensen die waren afgedwaald of uit de gemeente waren verwijderd. Veel van die verloren zonen zijn tot bezinning gekomen en tot de waarheid teruggekeerd. Jehovah’s volk heeft hen met open armen verwelkomd (Luk. 15:11-24).

Oprechte moslims aanvaarden de waarheid

Als de apostel Paulus het goede nieuws met anderen deelde, werd hij ’alles voor alle soorten van mensen’ (1 Kor. 9:22, 23). Ook Jehovah’s aanbidders in Sierra Leone en Guinee hebben hun benadering zo aangepast dat die verschillende mensen trekt. Kijk bijvoorbeeld eens hoe sommige verkondigers redeneren met tolerante moslims, de grootste religieuze groepering in beide landen.

Saidu Juanah, die vroeger moslim was, legt uit: „Moslims geloven dat Adam uit stof werd geschapen maar dat hij eerst in een hemels paradijs had geleefd. Om hen te  helpen de juiste zienswijze te begrijpen, vraag ik hun: ’Waar komt stof vandaan?’

’Van de aarde’, antwoorden ze.

’Dus waar moet Adam geschapen zijn?’, zeg ik dan.

’Op aarde’, antwoorden ze.

Om het punt verder te beklemtonen, lees ik Genesis 1:27 en 28 voor en vraag dan: ’Hebben hemelse wezens kinderen?’

’Nee. Engelen zijn geen mannen of vrouwen’, antwoorden ze.

’Toen God tegen Adam en Eva zei dat ze kinderen moesten krijgen, moeten ze waar geweest zijn?’, redeneer ik.

’Op aarde’, antwoorden ze.

’Dus als God het paradijs herstelt, waar moet dat paradijs dan zijn?’, vraag ik.

’Hier op aarde’, antwoorden ze.”

Saidu besluit: „Zo’n Bijbelse redenatie motiveert veel oprechte moslims om te blijven luisteren en Bijbelse lectuur aan te nemen.”

Neem bijvoorbeeld Momoh, een moslimwinkelier die hoopte eens imam te worden. Toen Getuigenzendelingen aan de hand van de Bijbel met hem redeneerden, werd hij nieuwsgierig. Hij woonde een deel van een kringvergadering bij en wat hij hoorde stond hem wel aan. Vier dagen later waren hij en zijn vrouw Ramatu met hun vijf kinderen aanwezig bij de Gedachtenisviering van Jezus’ dood. Daarop begon Momoh in alle ernst de Bijbel te bestuderen. Na een aantal studies stopte hij met de verkoop van sigaretten. Hij vertelde zijn klanten dat sigaretten schadelijk zijn en door God worden afgekeurd. Hij begon ook met zijn vrouw en kinderen te studeren in zijn winkel. Als er tijdens de gezinsstudie klanten kwamen, vroeg hij hun te  gaan zitten en even te wachten, en legde hij uit dat de studie erg belangrijk was voor zijn gezin. Toen hij en Ramatu hun huwelijk legaliseerden, begon hun familie zich fel tegen hen te keren. Niet uit het veld geslagen gaven Momoh en Ramatu vrijmoedig getuigenis aan hun familieleden, die uiteindelijk respect kregen voor hun voortreffelijke gedrag. Momoh werd in 2008 gedoopt en Ramatu in 2011.

De heiligheid van bloed hooggehouden

Jehovah’s volk houdt moedig vast aan Gods normen en waarden, waaronder zijn kijk op bloed (Hand. 15:29). Dat standpunt heeft het respect afgedwongen van een groeiend aantal geneeskundigen in Sierra Leone en Guinee.

Broeders steunen een zuster in het ziekenhuis

 In 1978 verspreidden broeders en zusters de brochure Jehovah’s Getuigen en de bloedkwestie aan artsen, verpleegkundigen, ziekenhuisdirecteuren, juristen en rechters in heel Sierra Leone. Kort daarna kreeg een zuster tijdens de bevalling een inwendige bloeding, maar de artsen weigerden haar zonder bloed te behandelen. Eén arts stemde er echter in toe te helpen vanwege het informatieve en logische materiaal dat hij in de Bloed-brochure had gelezen. De zuster bracht een gezond jongetje ter wereld en herstelde volkomen.

Omstreeks 1991 las dr. Bashiru Koroma, chirurg in het Kenema Hospital, de brochure Hoe kan bloed uw leven redden? Hij was onder de indruk van de inhoud en begon de Bijbel te bestuderen en de vergaderingen bij te wonen. Toen een negenjarige Getuigenjongen bij een ongeluk een gescheurde milt opliep, weigerden de artsen van de jongen hem te opereren zonder bloed. Ze zeiden tegen zijn ouders: „Neem je kind maar mee naar huis om te sterven!” De ouders benaderden dr. Koroma, die de operatie met succes verrichtte.

Dr. Koroma werd kort daarna broeder Koroma, een onwankelbaar verdediger van bloedvrije geneeskunde. Andere artsen meden hem wegens zijn standpunt, maar zijn patiënten deden het constant goed. Later begonnen sommigen van zijn collega’s zijn hulp in te roepen bij moeilijke chirurgische ingrepen.

Sinds 1994 heeft de Ziekenhuisinformatiedienst op het bijkantoor in Freetown ziekenhuiscontactcomités opgericht in Sierra Leone en in Guinee. Deze comités hebben veel zieke Getuigen liefdevol bijgestaan en tientallen geneeskundigen weten te overreden om ons standpunt inzake bloed te respecteren.