Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 2014

 SIERRA LEONE EN GUINEE

Van kindsoldaat tot gewone pionier

Van kindsoldaat tot gewone pionier

IK WAS zestien toen rebellensoldaten me onder dwang inlijfden bij hun leger. Ze gaven me drugs en alcohol en vaak was ik helemaal stoned als ik vocht. Ik heb veel gevechten geleverd en afschuwelijke wreedheden begaan. Daar heb ik intens spijt van.

Op een dag predikte er een al wat oudere Getuige in ons kamp. De meeste mensen vreesden en verachtten ons, maar hij deed zijn best om ons geestelijke hulp te bieden. Toen hij me voor een vergadering uitnodigde, ging ik daarop in. Ik weet niet meer wat er op de vergadering werd gezegd, maar ik herinner me nog heel goed dat ik hartelijk verwelkomd werd.

Toen de oorlog heviger werd, verloor ik het contact met de Getuigen. Daarna raakte ik ernstig gewond en werd ik naar een door de rebellen gecontroleerd gebied gestuurd om te herstellen. Voordat de oorlog voorbij was, ontsnapte ik naar een door de regering gecontroleerd gebied en ging ik deelnemen aan een programma dat erop gericht was strijders te ontwapenen, te demobiliseren en weer in de maatschappij te integreren.

Ik had wanhopig behoefte aan geestelijke hulp. Ik ging naar bijeenkomsten van de pinksterbeweging, maar de kerkleden noemden me de ’Satan’. Dus ging ik naar Jehovah’s Getuigen zoeken. Nadat ik hen gevonden had, begon ik te studeren en vergaderingen te bezoeken. Toen ik mijn afschuwelijke daden beleed, lazen de broeders me Jezus’ vertroostende woorden voor: „De gezonden hebben geen geneesheer nodig, maar zij die iets mankeren wel. (...) Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars” (Matth. 9:12, 13).

Wat raakten die woorden mijn hart! Ik gaf mijn dolk aan de broeder met wie ik de Bijbel bestudeerde en zei: „Ik heb dit wapen bewaard als bescherming tegen wraakacties. Maar nu  ik weet dat Jehovah en Jezus van me houden, heb ik het niet meer nodig.”

De broeders leerden me lezen en schrijven. Uiteindelijk werd ik gedoopt en ging ik in de gewone pioniersdienst. Als ik nu tot voormalige rebellen predik, zeggen ze dat ze respect voor me hebben omdat ik mijn leven in het reine heb gebracht. Ik heb zelfs met de adjudant van mijn vroegere peloton gestudeerd.

Toen ik soldaat was, heb ik drie jongens verwekt. Nadat ik de waarheid had leren kennen, wilde ik hen geestelijk helpen. Tot mijn grote vreugde hebben twee van hen daar positief op gereageerd! Een van mijn zoons is ongedoopte verkondiger en mijn oudste zoon is nu hulppionier.