Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 2014

 SIERRA LEONE EN GUINEE

De Wachttoren-man

James Koroma

De Wachttoren-man
  • GEBOREN 1966

  • GEDOOPT 1990

  • BIJZONDERHEDEN Diende tijdens de burgeroorlog als koerier.

TOEN in 1997 rebellen- en regeringstroepen elkaar bevochten in Freetown, bood ik me aan om post van Freetown naar het tijdelijke bijkantoor in Conakry (Guinee) te brengen.

Bij het stedelijke busstation stapte ik met een groep andere mannen in een bus. In de verte weerklonk geweervuur, wat ons met angst vervulde. Terwijl we door de straten van de stad reden, brak er om ons heen een hevig vuurgevecht los. Onze bestuurder maakte rechtsomkeert en koos een andere route. Kort daarna werden we aangehouden door een groep gewapende rebellen die ons bevalen uit de bus te stappen. Na ons ondervraagd te hebben, lieten ze ons door. Later werden we door een andere groep soldaten aangehouden. Omdat een van onze passagiers hun commandant kende, lieten ook zij ons gaan. Aan de rand van de stad stuitten we op een derde groep rebellen die ons ondervroegen, maar ons toen bevalen verder te gaan. Onderweg naar het noorden  kwamen we langs nog heel wat versperringen, totdat ons stoffige voertuig vroeg in de avond Conakry binnenreed.

Op latere tochten had ik dozen lectuur, kantoorapparatuur, bijkantoordocumenten en hulpgoederen bij me. Ik reisde meestal per auto en minibus. Maar ik maakte ook gebruik van dragers en kano’s om lectuur door regenwouden en over rivieren te krijgen.

Toen ik op een keer apparatuur van Freetown naar Conakry bracht, werd de minibus waarin ik zat bij de grens aangehouden door rebellensoldaten. Een van hen zag mijn bagage en begon me wantrouwig te ondervragen. Op dat moment ontdekte ik een voormalige klasgenoot onder de rebellen. De soldaten noemden hem Roughneck en hij zag er nog het meest barbaars uit van de groep. Ik vertelde mijn ondervrager dat ik Roughneck was komen opzoeken en riep naar hem. Roughneck herkende me onmiddellijk en holde naar me toe. We omarmden elkaar en lachten. Toen werd hij ernstig.

„Heb je soms problemen?”, vroeg hij.

„Ik probeer Guinee binnen te komen”, antwoordde ik.

Prompt beval hij de soldaten onze minibus ongeïnspecteerd het checkpoint te laten passeren.

Vanaf die dag gaf Roughneck iedere keer dat ik bij dat checkpoint stopte de soldaten bevel me door te laten. Ik gaf de soldaten exemplaren van onze tijdschriften, die ze erg mooi vonden. Al gauw noemden ze me De Wachttoren-man.