Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 2014

 SIERRA LEONE EN GUINEE

1915-1947 De beginjaren (Deel 1)

1915-1947 De beginjaren (Deel 1)

 Het waarheidslicht gaat schijnen

Het goede nieuws bereikte Sierra Leone in 1915, toen plaatselijke bewoners met Bijbelse lectuur uit Engeland terugkwamen. Rond juli van dat jaar arriveerde de eerste gedoopte aanbidder van Jehovah in Freetown. Zijn naam was Alfred Joseph. Hij was 31 jaar en was geboren in Guyana in Zuid-Amerika. Hij was eerder dat jaar gedoopt op het West-Indische Barbados en had een contract om in Freetown als locomotiefmachinist te werken. Alfred vestigde zich in de compound voor spoorwegarbeiders in Cline Town, dat zo’n drie kilometer van de kapokboom in Freetown ligt. Hij begon de Bijbelse boodschap onmiddellijk met zijn collega’s te delen.

Het jaar daarop kreeg hij gezelschap van een vroegere collega uit Barbados, Leonard Blackman, wiens moeder, Elvira Hewitt, Alfred in contact had gebracht met de waarheid. Leonard werd Alfreds naaste buurman en ze bespraken geregeld samen de Bijbel. Ze verspreidden ook Bijbelse lectuur aan kennissen en andere belangstellenden.

Alfred en Leonard ontdekten dat de velden in Freetown ’wit waren om geoogst te worden’ (Joh. 4:35). In 1923 schreef Alfred naar het internationale hoofdkantoor in New York: „Veel mensen hier hebben belangstelling voor de Bijbel. Kunt u iemand sturen om voor hen te zorgen en te helpen bij het opstarten van de prediking in Sierra Leone?” Het antwoord luidde: „We sturen iemand!”

William „Bible” Brown en zijn vrouw, Antonia

„Een paar maanden later kreeg ik op een zaterdagavond, het was al laat, een onverwacht telefoontje”, vertelde Alfred.

 „’Bent u degene die het Wachttorengenootschap per brief heeft gevraagd om predikers?’, vroeg een stem.

’Ja’, antwoordde ik.

’Nou, ze hebben mij gestuurd’, klonk de zware stem.

Het was de stem van William Brown. Hij en Antonia, zijn vrouw, waren die dag met hun dochtertje aangekomen en logeerden in het Gainford Hotel.

De ochtend daarop hadden Leonard en ik onze wekelijkse Bijbelstudie toen er een grote man in de deuropening verscheen. Het was William Brown. Hij was zo ijverig voor de waarheid dat hij de volgende dag al een openbare lezing wilde houden. We boekten prompt de grootste zaal in Freetown, de Wilberforce Memorial Hall, en planden de eerste van vier openbare lezingen voor de donderdagavond daarop.

Ons groepje ging flink aan de slag met het aankondigen van de lezingen, zowel mondeling als via kranten en  strooibiljetten. We waren benieuwd hoe de plaatselijke bevolking zou reageren, maar we hoefden ons geen zorgen te maken. Zo’n vijfhonderd mensen dromden de zaal binnen, onder wie veel predikanten uit Freetown. We waren dolgelukkig!”

Tijdens de uurlezing citeerde broeder Brown uitgebreid uit de Bijbel en gebruikte hij dia’s om Bijbelteksten op een doek te projecteren. Ondertussen verklaarde hij herhaaldelijk: „Niet Brown zegt maar de Bijbel zegt.” Het publiek was verbaasd en na elk punt werd er geapplaudisseerd. Ze waren onder de indruk, niet van broeder Browns imponerende welsprekendheid maar van zijn krachtige Bijbelse bewijzen. Een jonge theologiestudent in het publiek verklaarde: „Meneer Brown kent zijn Bijbel!”

1930

De lezingen van broeder Brown schudden de stad wakker en de mensen stroomden toe om ze te horen. De zondag daarop was de zaal weer propvol voor de lezing „Naar de hel en terug — Wie zijn daar?” De krachtige waarheden die broeder Brown die avond uiteenzette, waren er zelfs voor prominente kerkgangers reden toe zich uit hun kerk terug te trekken.

De vierde en laatste lezing in de reeks, „Miljoenen nu levende mensen zullen nimmer sterven”, trok zo’n grote menigte dat een inwoner van Freetown later vertelde: „De kerken moesten hun avonddiensten laten vervallen omdat al hun lidmaten naar de lezing van broeder Brown gingen.”

Omdat broeder Brown altijd de Bijbel gebruikte en daarnaar verwees als de doorslaggevende autoriteit, begonnen de mensen hem „Bible” Brown te noemen. Met die bijnaam kwam hij in heel West-Afrika bekend te staan, en tot het einde van zijn aardse loopbaan heeft hij die naam met trots gedragen.