Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 2014

 RESULTATEN UIT HET WERELDWIJDE VELD

Azië en het Midden-Oosten

Azië en het Midden-Oosten
  • LANDEN 47

  • BEVOLKING 4.282.178.221

  • VERKONDIGERS 674.011

  • BIJBELSTUDIES 672.318

Hulp voor een man die blind en doof is

In 1999 hoorde de gebarentaalgemeente in Kobe, Japan, over een dove man die Hirofumi heette. Toen een broeder probeerde Hirofumi te bezoeken, wilde zijn moeder niet dat de broeder hem ontmoette. De broeder ging er herhaaldelijk heen om een beroep op de moeder te doen en uiteindelijk bracht ze Hirofumi naar  de deur. Zijn haar en baard waren lang en onverzorgd. Hij zag eruit als iemand die tientallen jaren geleden op een onbewoond eiland gestrand was. Zijn gezicht was uitdrukkingsloos. Hirofumi was niet alleen doof maar ook blind. De broeder was geschokt maar pakte toen Hirofumi’s handen en begon met vierhandengebarentaal. Er kwam geen enkele reactie. Hirofumi was volkomen geïsoleerd geweest en had met niemand gecommuniceerd sinds hij tien jaar daarvoor op 31-jarige leeftijd zijn gezichtsvermogen had verloren.

De broeder ging er twee dagen later weer heen. Hirofumi’s moeder was verbaasd, want ze was ervan uitgegaan dat hij het zou opgeven nu hij de toestand van haar zoon had gezien. Opnieuw smeekte de broeder haar of hij Hirofumi mocht zien, dus bracht ze hem naar de deur. Nadat de broeder Hirofumi een maandlang bezocht had zonder dat hij reageerde, zei de moeder dat hij maar niet meer moest komen. Maar de broeder hield vol. Hij nam koekjes mee en deed wat hij kon om te laten zien dat hij in Hirofumi geïnteresseerd was. Na nog twee maanden zonder enige reactie van Hirofumi kreeg de broeder het gevoel dat hij niets bereikte.

Hij besloot er voor de laatste keer heen te gaan. Voordat hij ging, bad hij tot Jehovah om hulp om vast te stellen of hij Hirofumi moest blijven bezoeken. Toen hij bij het huis aangekomen was, pakte hij Hirofumi’s handen en tolkte dat er een God is die Jehovah heet, die voortdurend vanuit de hemel naar hem keek en zijn ellende beter begreep dan wie maar ook. Jehovah gaf om hem en  wilde hem uit zijn narigheid verlossen. Daarom was een van zijn Getuigen naar hem toe gekomen. Eerst kwam er geen reactie van Hirofumi, maar toen schudde hij de broeder stevig de hand, en er liep een traan over zijn wang. Diepbewogen huilde de broeder met hem mee. Er werd een Bijbelstudie begonnen.

Na elf jaar gestudeerd te hebben, begon Hirofumi naar de plaatselijke gemeente te gaan in plaats van de lange afstand naar de gebarentaalgemeente af te leggen zoals hij tot dan toe had gedaan. Niemand in de plaatselijke gemeente kende gebarentaal, maar in de daaropvolgende 18 maanden leerden 22 broeders en zusters in de gemeente het, zodat ze Hirofumi konden helpen. In januari 2012 behartigde Hirofumi zijn eerste toewijzing op de  theocratische bedieningsschool, waarbij iemand zijn gebaren tolkte. In oktober van hetzelfde jaar werd hij een ongedoopte verkondiger.

Hij studeert met veiligheidsbeambten

Floren, een pionier die in de Filippijnen woont, leidt gemiddeld 25 Bijbelstudies, waarvan de meeste bij veiligheidsbeambten. Die mannen werken vaak ’s avonds, sommige de hele nacht. Floren moet daarom flexibel zijn. Hij bezoekt de bewakers op hun werk en studeert met hen als ze pauze hebben of op andere geschikte tijden waarop hun werk niet in het gedrang komt. Hij leidt sommige studies tussen zeven en elf uur ’s avonds, andere tussen vijf en negen uur ’s ochtends. Soms regelt hij het zo dat hij komt tegen de tijd dat de bewakers elkaar aflossen. Op die manier kan hij studeren met de bewaker die op het punt staat zijn dienst te beginnen en daarna met de bewaker die zijn dienst er net op heeft zitten. Floren zegt: „Doordat ik zo veel Bijbelstudies heb, ervaar ik een vreugde die ik nooit gekend heb.” Enkelen van de veiligheidsbeambten bezoeken de vergaderingen in de Koninkrijkszaal. Een van Florens Bijbelstudenten is nu gedoopt en dient als gewone pionier.

Filippijnen: Floren leidt vroeg in de ochtend een Bijbelstudie

Ze waren bereid het risico te nemen

Toen twee zusters in Armenië op een regenachtige dag in de velddienst waren, zagen ze een moeder en dochter op straat en boden hun een traktaat aan. Tot verbazing van de zusters vertelde de moeder, die Maroesja heet, dat zij en haar dochter, Jeva, al twee uur in dat slechte weer buiten liepen in de hoop Jehovah’s Getuigen tegen te komen. Waarom? Maroesja’s broer had in de gevangenis de waarheid leren kennen door broeders die daar zaten wegens hun neutrale standpunt. Maroesja had verwacht  dat hij als een verbitterd en agressief mens uit de gevangenis zou komen, maar in plaats daarvan was hij evenwichtiger en kalmer geworden. Hij bleef met de Getuigen omgaan en veranderde steeds meer in zijn voordeel. Maroesja en haar dochter begrepen daar niets van, want ze hadden herhaaldelijk lasterlijke propaganda over Jehovah’s Getuigen op posters in de stad en op de televisie gezien. Jeva vroeg zich af: Mijn oom is zo’n geweldig mens. Waarom worden er dan zo veel erge dingen over Jehovah’s Getuigen verteld? Vastbesloten daarachter te komen, zei ze tegen haar moeder: „We zullen nooit weten hoe het precies met die mensen zit, als we niet bereid zijn een risico te nemen. Laten we onmiddellijk naar Jehovah’s Getuigen gaan zoeken om een eind aan die verwarring te maken.” En dat deden ze op de dag dat de zusters hen tegenkwamen. Twee dagen later werd er een Bijbelstudie bij de moeder en de dochter begonnen. Ze gingen de vergaderingen bezoeken en zijn zover gevorderd dat ze ongedoopte verkondigsters zijn geworden.

De kinderen brachten haar de tijdschriften

Istanbul (Turkije): Een broeder gebruikt de Goed nieuws-brochure bij straatgetuigenis

In Adana, Turkije, vond een vrouw die ernstige persoonlijke en gezinsproblemen had gehad en zelfs had overwogen een eind aan haar leven te maken, twee van onze tijdschriften voor haar deur. Blijkbaar hadden een paar kinderen in de buurt ze op de grond gevonden en ze daar neergelegd, in de veronderstelling dat ze van haar waren. De vrouw was erg onder de indruk van de levensverhalen in de tijdschriften en wilde dat haar leven ook zo’n verandering kon ondergaan. Ze belde een telefoonnummer dat op een van de tijdschriften geschreven stond en kreeg contact met een pionierster die vlakbij woonde. Er werd een Bijbelstudie begonnen. De vrouw  was blij met wat ze leerde en uitte de wens vergaderingen te bezoeken. De Koninkrijkszaal bleek dicht bij haar flat te zijn. Ze begon onmiddellijk naar de vergaderingen te gaan en doet dat nog steeds.

Tien dagen in de gevangenis brachten hem niet op andere gedachten

Bam, een politieagent en kerkganger in Nepal, ontmoette tijdens zijn dienst op straat een speciale pioniersechtpaar. Hij was onder de indruk dat ze al zijn vragen aan de hand van de Bijbel beantwoordden. Bam aanvaardde een Bijbelstudie en ging al gauw naar de vergaderingen. Toen zijn studie vorderde, kwam hij in gewetensnood door zijn werk. Daarom vroeg hij zijn superieuren om een kantoorbaan, zodat hij geen wapens zou hoeven dragen. De superieuren willigden zijn verzoek in. Maar nadat Bam een districtscongres had bijgewoond, kreeg hij weer gewetensproblemen en besloot hij helemaal bij de politie weg te gaan.

Bams vrouw was niet blij met die beslissing, want een baan bij de politie betekende niet alleen een aantrekkelijke sociale status, maar ook een goed loon, allerlei voordelen en een goed pensioen. Om hem op andere gedachten te brengen, stelde ze voor: „Als je bij de politie blijft, ga ik de Bijbel bestuderen met de Getuigen.” Toen dat niet werkte, haalde ze het hoofd van politie ertoe over Bam in de gevangenis te zetten, in de hoop dat hij van gedachten zou veranderen. Nadat Bam tien dagen in de gevangenis had gezeten, werd hij vrijgelaten, maar hij was nog steeds vastbesloten een andere baan te zoeken. Hij ging werken als riksjaman, wat betekende dat hij lange dagen moest maken in de hete zon. Ondanks de uitdagingen was hij gelukkig. Hij bleef vorderingen maken en  werd verkondiger. Na verloop van tijd werd de tegenstand van zijn vrouw minder. Doordat de broeders en zusters in de gemeente zo vriendelijk tegen haar waren, begon ze te studeren. Bam voorziet nog steeds in het onderhoud van zijn gezin en verdient als riksjaman meer dan als politieagent. In februari 2013 werd hij gedoopt en zijn vrouw en zoontje gaan nu samen met hem naar de vergaderingen.

Nepal: Toen Bam van baan veranderde, konden hij en zijn gezin geestelijke vorderingen maken

Ze wilde in de hulppioniersdienst

Myeong-hee, een zuster in Zuid-Korea, heeft een probleem met een van haar benen doordat ze als tweejarige verlamd raakte. Ze is snel uitgeput en valt soms zomaar. Bovendien heeft ze vaak last van paniekaanvallen en bijwerkingen van haar medicijnen. Myeong-hee heeft moeite met ademhalen en door alle spanning en angst heeft ze pijn. Maar ondanks die problemen wilde ze in de hulppioniersdienst staan en dat is haar de afgelopen twee jaar bijna elke maand gelukt. Ze dankt Jehovah dat hij haar de kracht geeft om haar bediening te verrichten.

„Daar heb ik dertig jaar naar gezocht!”

Agnes, een zendelinge in Indonesië, gaf geregeld getuigenis aan een vrouw van middelbare leeftijd die in verwachting was. De vrouw verkocht groenten op een plaatselijke markt. Ze las met veel plezier onze tijdschriften en voerde graag Bijbelse gesprekken als ze het niet te druk had. Toen Agnes op een dag naar de markt ging om de vrouw te bezoeken, was ze er niet. Haar man vertelde Agnes dat zijn vrouw net bevallen was. Agnes besloot bij haar op bezoek te gaan. Ze nam Mijn boek met bijbelverhalen  voor haar mee, verpakt als cadeautje. De vrouw was aangenaam verrast dat Agnes kwam om haar en de baby te zien, maar ze was nog meer verrast toen Agnes haar het cadeautje overhandigde. De vrouw pakte het boek uit, bekeek het vol ongeloof en zei: „Waar heb je dit boek gevonden? Daar heb ik dertig jaar naar gezocht! Ik ben bij alle boekwinkels geweest en heb iedereen ernaar gevraagd. Niemand had het, niemand kende het, en er was geen boek dat eraan kon tippen!” Het bleek dat toen de vrouw nog kind was, haar oom het Bijbelverhalen-boek had, en ze vond het heerlijk erin te lezen. Nu leest de vrouw het boek opnieuw, en haar oudste dochter leest het ook heel graag. Er werd met allebei een Bijbelstudie begonnen.

Indonesië: Agnes met het boek dat ze cadeau gaf