Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Blijf in Gods liefde

 Hoofdstuk 3

Heb degenen lief die God liefheeft

Heb degenen lief die God liefheeft

„Hij die met wijzen wandelt, zal wijs worden.” — SPREUKEN 13:20.

1-3. (a) Welke onontkoombare waarheid stelt de Bijbel vast? (b) Hoe kunnen we vrienden kiezen die ons ten goede zullen beïnvloeden?

IN EEN bepaald opzicht zijn mensen net als een spons: ze hebben de neiging alles te absorberen wat hen omgeeft. Zelfs ongewild nemen we maar al te makkelijk de opvattingen, normen en eigenschappen over van mensen met wie we nauwe omgang hebben.

2 De Bijbel stelt een onontkoombare waarheid vast: „Hij die met wijzen wandelt, zal wijs worden, maar wie zich met de verstandelozen inlaat, zal het slecht vergaan” (Spreuken 13:20). Deze spreuk gaat niet over vluchtige contacten. De uitdrukking ’wandelen met’ duidt op voortdurende omgang. * Een Bijbels naslagwerk zegt over dit vers: „Met iemand wandelen impliceert liefde en genegenheid.” Vind je ook niet dat we vaak dingen overnemen van degenen die we liefhebben? Omdat we ons emotioneel aan hen hechten, kunnen ze een krachtige invloed op ons hebben — ten goede of ten kwade.

3 Om in Gods liefde te blijven, is het belangrijk dat we vrienden zoeken die ons ten goede zullen beïnvloeden. Hoe kunnen we dat doen? Eenvoudig gezegd: door degenen lief te hebben die God liefheeft, door zijn vrienden tot onze  vrienden te maken. Ga maar na: wie zouden we beter als vrienden kunnen kiezen dan mensen met de eigenschappen die Jehovah graag bij zijn vrienden ziet? Laten we daarom onderzoeken wat voor mensen God liefheeft. Met Jehovah’s zienswijze duidelijk voor ogen zullen we beter toegerust zijn om goede vrienden te kiezen.

DEGENEN DIE GOD LIEFHEEFT

4. Waarom heeft Jehovah het recht om kieskeurig te zijn in verband met zijn vrienden, en waarom noemde hij Abraham „mijn vriend”?

4 Als het om vriendschap gaat, is Jehovah kieskeurig. Heeft hij daar niet het recht toe? Tenslotte is hij de Soevereine Heer van het universum, en vriendschap met hem is het grootste voorrecht dat er is. Wie kiest hij dan als zijn vrienden? Jehovah nadert dicht tot degenen die op hem vertrouwen en volledig geloof in hem stellen. Neem bijvoorbeeld de patriarch Abraham, een man die bekendstond om zijn buitengewone geloof. We kunnen ons moeilijk een grotere geloofsbeproeving voor een vader voorstellen dan dat hem gevraagd wordt zijn zoon te offeren. * Toch heeft Abraham „Isaäk zo goed als geofferd”, in het volste vertrouwen „dat God hem zelfs uit de doden kon opwekken” (Hebreeën 11:17-19). Omdat Abraham zo’n geloof en gehoorzaamheid toonde, noemde Jehovah hem vol genegenheid „mijn vriend”. — Jesaja 41:8; Jakobus 2:21-23.

5. Hoe beziet Jehovah degenen die hem loyaal gehoorzamen?

5 Jehovah hecht veel waarde aan loyale gehoorzaamheid. Hij houdt van degenen die loyaliteit aan hem op de allereerste plaats stellen (2 Samuël 22:26). Zoals we in hoofdstuk 1 zagen, is Jehovah heel blij met mensen die hem uit liefde  gehoorzamen. Spreuken 3:32 zegt: „Zijn vertrouwelijke omgang is met de oprechten.” Zij die loyaal aan Gods vereisten voldoen, krijgen een vriendelijke uitnodiging van Jehovah: ze mogen gasten zijn in zijn „tent” — hij aanvaardt hen als zijn aanbidders en geeft hun vrije toegang tot hem in gebed. — Psalm 15:1-5.

6. Hoe kunnen we tonen dat we Jezus liefhebben, en hoe denkt Jehovah over degenen die zijn Zoon liefhebben?

6 Jehovah heeft degenen lief die Jezus, zijn eniggeboren Zoon, liefhebben. Jezus zei: „Indien iemand mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden, en mijn Vader zal hem liefhebben, en wij zullen tot hem komen en bij hem gaan wonen” (Johannes 14:23). Hoe kunnen we onze liefde voor Jezus tonen? Uiteraard door zijn geboden te onderhouden, zoals de opdracht om het goede nieuws te prediken en discipelen te maken (Mattheüs 28:19, 20; Johannes 14:15, 21). Ook tonen we onze liefde voor Jezus door „nauwkeurig in zijn voetstappen [te] treden”, hem naar ons beste vermogen als onvolmaakte mensen in woord en daad na te volgen (1 Petrus 2:21). Het raakt Jehovah’s hart wanneer mensen uit liefde voor zijn Zoon hun best doen om een christelijke levenswijze te volgen.

7. Waarom is het verstandig Jehovah’s vrienden tot onze vrienden te maken?

7 Geloof, loyaliteit, gehoorzaamheid, en liefde voor Jezus en zijn manier van doen: dat zijn eigenschappen die Jehovah van zijn vrienden verwacht. Ieder van ons moet zich afvragen: Hebben mijn vrienden zulke eigenschappen en gewoonten? Heb ik Jehovah’s vrienden tot mijn vrienden gemaakt? Het is verstandig dat te doen. Mensen die eigenschappen aankweken waarmee God ingenomen is en die ijverig het goede nieuws van het Koninkrijk prediken, kunnen een positieve invloed op ons hebben en ons ertoe aanmoedigen vast te houden aan ons besluit om te leven zoals Jehovah het wil. — Zie het kader „ Wat is een goede vriend?

 EEN LEERZAAM BIJBELS VOORBEELD

8. Wat vind je bijzonder aan de vriendschap tussen (a) Naomi en Ruth? (b) de drie jonge Hebreeën? (c) Paulus en Timotheüs?

8 In de Bijbel staan veel voorbeelden van mensen die baat hebben gehad bij het kiezen van goede vrienden. Je kunt daar lezen over de vriendschap tussen Naomi en haar schoondochter Ruth, tussen de drie jonge Hebreeën die elkaar in Babylon door dik en dun steunden, en tussen Paulus en Timotheüs (Ruth 1:16; Daniël 3:17, 18; 1 Korinthiërs 4:17; Filippenzen 2:20-22). Maar laten we het nu over een ander opmerkelijk voorbeeld hebben: de vriendschap tussen David en Jonathan.

9, 10. Wat was de basis voor de vriendschap tussen David en Jonathan?

9 De Bijbel zegt dat nadat David Goliath had gedood, „de ziel van Jonathan nauw verbonden werd aan de ziel van David, en Jonathan kreeg hem lief als zijn eigen ziel” (1 Samuël 18:1). Dat was het begin van een onverbrekelijke vriendschap die ondanks een aanmerkelijk leeftijdsverschil standhield totdat Jonathan op het slagveld omkwam (2 Samuël 1:26). * Wat was de basis voor de sterke band tussen die twee vrienden?

10 De vriendschap tussen David en Jonathan was gebaseerd op hun liefde voor God en hun sterke verlangen hem trouw te blijven. Deze twee mannen hadden een geestelijke band. Elk had eigenschappen die hem geliefd maakten bij de ander. Jonathan zal beslist onder de indruk geweest zijn van de moed en ijver van de jonge man die Jehovah’s naam onbevreesd verdedigde. En David had ongetwijfeld respect voor de oudere man die Jehovah’s regelingen loyaal ondersteunde en Davids belangen onzelfzuchtig boven die van hemzelf  stelde. Denk bijvoorbeeld eens aan wat er gebeurde toen David zich op een dieptepunt in zijn leven bevond: hij leefde als vluchteling in de wildernis om aan de woede van de slechte koning Saul, Jonathans vader, te ontsnappen. In een opmerkelijke uiting van loyaliteit nam Jonathan het initiatief en „ging naar David . . . om zijn hand te versterken met betrekking tot God” (1 Samuël 23:16). Stel je eens voor hoe  David zich gevoeld moet hebben toen zijn dierbare vriend hem steun en aanmoediging kwam geven! *

11. Wat leer je van het voorbeeld van Jonathan en David over vriendschap?

11 Wat leren we van het voorbeeld van Jonathan en David? Allereerst zien we dat het belangrijkste wat vrienden gemeen moeten hebben, geestelijke waarden zijn. Als we een hechte band ontwikkelen met mensen die dezelfde overtuiging en morele waarden hebben als wij, en die net als  wij de wens hebben om God trouw te blijven, kan er een uitwisseling van gedachten, gevoelens en ervaringen zijn die ons aanmoedigt en opbouwt (Romeinen 1:11, 12). We vinden zulke geestelijk gezinde vrienden onder onze geloofsgenoten. Maar wil dat zeggen dat iedereen die de vergaderingen in de Koninkrijkszaal bezoekt, goede omgang is? Nee, dat hoeft niet zo te zijn.

HOE WE ONZE VRIENDEN MOETEN KIEZEN

12, 13. (a) Waarom moeten we zelfs onder medechristenen selectief zijn bij het kiezen van vrienden? (b) Voor welk probleem stonden de eerste-eeuwse gemeenten, en welke krachtige waarschuwingen gaf Paulus daarom?

12 Zelfs binnen de gemeente moeten we selectief zijn als we vrienden willen hebben die ons geestelijk opbouwen. Moet dat ons verbazen? Niet echt. Sommige christenen in de gemeente hebben misschien meer tijd nodig om tot geestelijke rijpheid te komen, net zoals sommige vruchten aan een boom meer tijd nodig kunnen hebben om te rijpen. In elke gemeente vinden we dus christenen in verschillende stadiums van geestelijke groei (Hebreeën 5:12–6:3). Natuurlijk hebben we geduld met nieuwere of zwakkere broeders en zusters en tonen we liefde voor hen, want we willen hen helpen geestelijk te groeien. — Romeinen 14:1; 15:1.

13 Af en toe kan er een situatie in de gemeente zijn waarin we moeten oppassen met wie we omgaan. Sommige personen zouden zich aan twijfelachtig gedrag kunnen overgeven. Anderen ontwikkelen misschien een verbitterde of klagende houding. De gemeenten in de eerste eeuw stonden voor eenzelfde probleem. Hoewel de meeste leden getrouw waren, gedroegen sommige personen zich niet correct. Sommigen in de gemeente in Korinthe waren het niet eens met bepaalde christelijke leringen, en daarom waarschuwde Paulus de gemeente: „Wordt niet misleid. Slechte omgang bederft nuttige gewoonten” (1 Korinthiërs 15:12, 33). Paulus  waarschuwde Timotheüs dat er zelfs onder medechristenen personen kunnen zijn die zich niet eerbaar gedragen. Timotheüs kreeg de raad zulke mensen uit de weg te blijven en ze niet tot zijn vrienden te maken. — 2 Timotheüs 2:20-22.

14. Hoe kunnen we het beginsel achter Paulus’ waarschuwingen in verband met omgang toepassen?

14 Hoe kunnen we het beginsel achter Paulus’ waarschuwingen toepassen? Door nauwe omgang te vermijden met iedereen die een slechte invloed op ons zou kunnen hebben, zowel binnen als buiten de gemeente (2 Thessalonicenzen 3:6, 7, 14). We moeten onze geestelijke gezindheid beschermen. Bedenk dat we de opvattingen en gewoonten van onze vrienden als een spons absorberen. We kunnen een spons niet in de azijn dopen en dan verwachten dat hij zich met water vult. Zo kunnen we ook niet omgaan met mensen die een negatieve invloed uitoefenen en dan verwachten iets positiefs van hen over te nemen. — 1 Korinthiërs 5:6.

Onder geloofsgenoten kun je goede vrienden vinden

15. Wat kun je doen om in de gemeente geestelijk gezinde vrienden te vinden?

15 Gelukkig is de kans om onder geloofsgenoten goede vrienden te vinden heel groot (Psalm 133:1). Hoe kun je in de gemeente geestelijk gezinde vrienden vinden? Als je christelijke eigenschappen en gewoonten ontwikkelt, zullen anderen met dezelfde instelling zich vast en zeker tot je aangetrokken voelen. Tegelijkertijd moet je misschien daadwerkelijk stappen ondernemen om aansluiting te zoeken en nieuwe vrienden te maken. (Zie het kader „ Hoe wij goede vrienden hebben gekregen”.) Kijk naar personen met eigenschappen die je zelf ook wilt ontwikkelen. Pas de Bijbelse raad toe om je te ’verruimen’, door naar vrienden onder geloofsgenoten te zoeken zonder op ras, nationaliteit of cultuur te letten (2 Korinthiërs 6:13; 1 Petrus 2:17). Ga niet alleen met leeftijdgenoten om. Bedenk dat Jonathan heel wat ouder was dan David. Veel ouderen kunnen een vriendschap verrijken met hun ervaring en wijsheid.

 ALS ER PROBLEMEN ONTSTAAN

16, 17. Waarom moeten we niet wegblijven uit de gemeente als een geloofsgenoot ons op de een of andere manier heeft gekwetst?

16 Omdat de gemeente uit mensen bestaat met verschillende persoonlijkheden en achtergronden, kunnen er soms problemen ontstaan. Een geloofsgenoot kan iets zeggen of doen dat onze gevoelens kwetst (Spreuken 12:18). Soms ontstaan er moeilijkheden door persoonlijkheidsconflicten, misverstanden of meningsverschillen. Laten we ons door zulke problemen tot struikelen brengen en blijven we dan weg uit de gemeente? Niet als we oprechte liefde hebben voor Jehovah en voor degenen die hij liefheeft.

17 Als onze Schepper en de Instandhouder van ons leven verdient Jehovah onze liefde en volledige toewijding (Openbaring 4:11). Bovendien verdient de gemeente die hij wenst te gebruiken, onze loyale ondersteuning (Hebreeën 13:17).  Dus als een geloofsgenoot ons op de een of andere manier kwetst of teleurstelt, zullen we niet uit protest wegblijven uit de gemeente. Waarom zouden we dat doen? Jehovah heeft ons toch niet beledigd? We hebben Jehovah lief, en daarom kunnen we hem en zijn volk onmogelijk de rug toekeren! — Psalm 119:165.

18. (a) Wat kunnen we doen om de vrede in de gemeente te bevorderen? (b) Welke zegeningen kunnen we verwachten als we vergeving schenken wanneer daar een goede basis voor is?

18 Liefde voor onze geloofsgenoten beweegt ons ertoe de vrede in de gemeente te bevorderen. Jehovah verwacht geen volmaaktheid van degenen die hij liefheeft, en ook wij moeten dat niet verwachten. Liefde stelt ons in staat kleinere overtredingen door de vingers te zien in het besef dat we allemaal onvolmaakt zijn en fouten maken (Spreuken 17:9; 1 Petrus 4:8). Liefde helpt ons „elkaar vrijelijk [te blijven] vergeven” (Kolossenzen 3:13). Het is niet altijd makkelijk die raad op te volgen. Als we ons door negatieve emoties laten overmannen, zouden we geneigd kunnen zijn wrok te blijven koesteren, misschien met het idee dat we de overtreder straffen door kwaad op hem te blijven. Maar eigenlijk is wrok koesteren slecht voor onszelf. Vergeving schenken als daar een goede basis voor is, heeft rijke zegeningen tot gevolg (Lukas 17:3, 4). Het geeft ons innerlijke rust, het handhaaft de vrede in de gemeente, en bovenal beschermt het onze verhouding met Jehovah. — Mattheüs 6:14, 15; Romeinen 14:19.

WANNEER JE DE OMGANG MOET STAKEN

19. Welke situaties kunnen zich voordoen waardoor we onze omgang met iemand moeten staken?

19 Soms wordt ons gevraagd onze omgang te staken met iemand die een lid van de gemeente was. Die situatie doet zich voor als iemand die Gods wet overtreedt en geen berouw heeft, wordt uitgesloten of als iemand het geloof verwerpt door een valse leer te onderwijzen of door zich uit de  gemeente terug te trekken. Gods Woord zegt duidelijk dat we „niet langer in het gezelschap [moeten] verkeren” van zulke mensen (1 Korinthiërs 5:11-13; 2 Johannes 9-11). * Het kan echt moeilijk zijn iemand te mijden die misschien een vriend van ons was of familie van ons is. Zullen we een vastberaden standpunt innemen en daardoor tonen dat we loyaliteit aan Jehovah en zijn rechtvaardige wetten boven alles stellen? Vergeet niet dat Jehovah veel waarde hecht aan loyaliteit en gehoorzaamheid.

20, 21. (a) Waarom is uitsluiting een liefdevolle regeling? (b) Waarom is het belangrijk onze vrienden zorgvuldig te kiezen?

20 De uitsluitingsregeling is echt een liefdevolle voorziening van Jehovah. Waarom? Het uitsluiten van een zondaar die geen berouw heeft, getuigt van liefde voor Jehovah’s heilige naam en alles waar die naam voor staat (1 Petrus 1:15, 16). Uitsluiting houdt de gemeente veilig. Getrouwe leden worden beschermd tegen de ongezonde invloed van opzettelijke zondaars en kunnen hun aanbidding voortzetten in het besef dat de gemeente een veilige haven is in deze goddeloze wereld (1 Korinthiërs 5:7; Hebreeën 12:15, 16). Het strenge onderricht getuigt van liefde voor de kwaaddoener. Het is misschien net de schok die hij nodig heeft om tot bezinning te komen en de vereiste stappen te nemen om naar Jehovah terug te keren. — Hebreeën 12:11.

21 We kunnen er niet aan ontkomen dat onze vrienden een krachtige, vormende invloed op ons kunnen hebben. Het is dus heel belangrijk onze vrienden zorgvuldig te kiezen. Door Jehovah’s vrienden tot onze vrienden te maken, door degenen lief te hebben die God liefheeft, zullen we ons omringen met de best mogelijke metgezellen. Wat we van hen overnemen, zal ons helpen vast te houden aan ons besluit om te leven zoals Jehovah het wil.

^ ¶2 Het Hebreeuwse woord dat vertaald is met ’zich inlaten met’ wordt ook wel vertaald met ’gezelschap houden’ en ’omgang hebben’. — Rechters 14:20; Spreuken 22:24.

^ ¶4 Door dit van Abraham te vragen, gaf Jehovah een vooruitblik op het offer dat hij zelf zou brengen door zijn eniggeboren Zoon te offeren (Johannes 3:16). In Abrahams geval kwam Jehovah tussenbeide en zorgde voor een ram ter vervanging van Isaäk. — Genesis 22:1, 2, 9-13.

^ ¶9 David was nog jong — „nog maar een knaap” — toen hij Goliath neersloeg, en hij was ongeveer dertig toen Jonathan stierf (1 Samuël 17:33; 31:2; 2 Samuël 5:4). Jonathan, die ongeveer zestig was toen hij stierf, was dus zo’n dertig jaar ouder dan David.

^ ¶10 Zoals we in 1 Samuël 23:17 kunnen lezen, zei Jonathan vijf dingen om David aan te moedigen: (1) Hij drukte David op het hart niet bang te zijn. (2) Hij verzekerde David dat Sauls pogingen zouden falen. (3) Hij herinnerde David eraan dat hij koning zou worden, zoals God had beloofd. (4) Hij beloofde David zijn loyaliteit. (5) Hij zei tegen David dat zelfs Saul zich bewust was van Jonathans loyaliteit aan David.

^ ¶19 Meer informatie over de manier waarop we iemand moeten behandelen die uitgesloten is of zich teruggetrokken heeft, is te vinden in de appendix „Hoe we een uitgeslotene moeten behandelen”.

Meer info

Jehovah’s volk breekt met onrechtvaardigheid

Wat heeft de uitdrukking ’breken met onrechtvaardigheid’ te maken met de gebeurtenissen in Mozes’ tijd? Wat kunnen we leren van die gebeurtenissen?

Let op je omgang in deze laatste dagen!

Omgang omvat meer dan de mensen met wie je tijd doorbrengt.

Wie zijn echt mijn vrienden?

Leer hoe je echte en blijvende vriendschappen kunt opbouwen.