Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Hoe kunt u een gelukkig leven hebben?

 DEEL 5

Hoe kan Gods leiding ons nu gelukkig maken?

Hoe kan Gods leiding ons nu gelukkig maken?

„O indien gij slechts werkelijk aandacht aan mijn geboden zoudt schenken! Dan zou uw vrede worden net als een rivier, en uw rechtvaardigheid als de golven der zee.” — JESAJA 48:18.

WEINIG dingen zijn ons dierbaarder dan ons gezin. Toch wordt het gezinsgeluk maar al te vaak verstoord door onenigheid en spanningen.

Welke Bijbelse principes helpen gezinnen?

De maatstaven en principes die de Heilige Schrift voor menselijke relaties aandraagt, zijn praktisch, eeuwig en universeel. Als gezinnen die in praktijk brengen, wordt het gezinsleven er beter op. Sta eens stil bij het belang van liefde, respect en communicatie. Zouden veel gezinnen niet veel gelukkiger zijn als elk gezinslid zich altijd aan het principe hield: „Gij moet uw naaste liefhebben als uzelf”? (Leviticus 19:18) Hoeveel gelukkiger zouden veel huwelijken zijn als de partners respect voor elkaar hadden en open en liefdevol communiceerden, zoals Elkana en Hanna! — 1 Samuël 1:8.

Door het toepassen van Bijbelse principes worden huwelijken er beter op

Wat is de beste manier om uw kinderen groot te brengen?

Kinderen Gods wegen bijbrengen leidt tot goede resultaten

Ouders hebben het voorrecht en de verantwoordelijkheid om hun kinderen Gods wegen bij te brengen. „Deze woorden (...) moeten op uw hart blijken te zijn; en gij moet ze uw zoon inscherpen” (Deuteronomium 6:6, 7). Om dat te kunnen doen, moeten ouders zelf de heilige geschriften kennen. Als ze moeite doen om „deze woorden” te leren en ze hun kinderen bij te brengen, zal dat goede resultaten hebben. „Leid een knaap op overeenkomstig de weg voor hem; ook als hij oud wordt, zal hij er niet van afwijken” (Spreuken 22:6).

 Werken Bijbelse principes echt?

Jehosjoea en Malka: „We hadden vijf kinderen groot te brengen en onze financiële situatie was niet geweldig. Maar door geestelijke zaken vóór materiële zaken te laten gaan, konden we een evenwichtige kijk op geld houden. We ondervonden hoe waar Davids woorden zijn: ’Ik heb geen rechtvaardige volkomen verlaten gezien, noch zijn nageslacht zoekende brood’ (Psalm 37:25). We vermeden onnodige uitgaven en streefden niet naar materiële rijkdom, want we wisten dat ’die zich zonder mankeren vleugels maakt als van een arend en wegvliegt naar de hemel’ (Spreuken 23:4, 5). Zo konden we als gezin meer tijd besteden aan geestelijke activiteiten en ook aan picknicken en van de natuur genieten.

Malka en ik hebben altijd geprobeerd ons vertrouwen op Jehovah God te stellen en ons op zijn wijsheid te verlaten, niet op ons eigen verstand. We hebben onze kinderen geleerd vrienden te kiezen die een goede invloed op hen hadden, omdat ’hij die met wijzen wandelt, wijs zal worden, maar wie zich met de verstandelozen inlaat, het slecht zal vergaan’ (Spreuken 13:20). Onze kinderen hebben nu een gelukkig, zinvol leven. Als we terugkijken op onze inspanningen om hen in Gods wegen groot te brengen, zijn we ervan overtuigd dat hij ons geholpen heeft. We kunnen uit de grond van ons hart zeggen: ’De zegen van Jehovah — die maakt rijk, en hij voegt er geen smart bij’” (Spreuken 10:22).

Mordechai en Keren: „Toen onze oudste zoon nog klein was, doken we als er luchtalarm was snel een schuilkelder in die afgedicht was tegen gasaanvallen. In de schuilkelder baden we, net als bij andere gelegenheden, als gezin tot de ’Hoorder van het gebed’ om moed, zodat we niet door angst overmand zouden raken (Psalm 65:2 [65:3]). Later, toen onze jongens opgroeiden, leerden we hun Schriftplaatsen die laten zien hoe goed God zorgt voor degenen die hem liefhebben (Deuteronomium 7:9). We praatten vaak over Gods belofte van een vredige toekomst. Door tot God te bidden en na te denken over de Heilige Schrift werden we kalm en raakten we niet getraumatiseerd.

Natuurlijk is er in een gezin weleens ruzie onder de kinderen. We herinnerden die van ons er in zo’n geval aan dat God niet wil dat we wraak nemen, maar dat we het goede doen. ’Háát verwekt twisten, maar liefde bedekt zelfs alle overtredingen’ (Spreuken 10:12). Dat hielp hen om het elkaar niet betaald te zetten. Ze leerden ook respect te tonen voor ouderen en voor hen te zorgen volgens het principe in Leviticus 19:32: ’Voor het grijze haar dient gij op te staan, en gij moet de persoon van een oud man consideratie betonen, en gij moet vrezen voor uw God.’ Het stemt ons dankbaar dat onze jongens zich allebei ontwikkeld hebben tot jonge mannen met een goed hart en zelfvertrouwen.”