Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Volg hun geloof na

 HOOFDSTUK NEGEN

Ze was een verstandige vrouw

Ze was een verstandige vrouw

1-3. (a) Hoe kwam het dat het huis van Abigaïl in gevaar was? (b) Wat gaan we over deze bijzondere vrouw bespreken?

ABIGAÏL zag de paniek in de ogen van de jonge man. Hij was doodsbang, en terecht. Er dreigde een groot gevaar. Ongeveer vierhonderd strijders waren op weg om alle mannen van het huis van Nabal, Abigaïls man, te doden. Wat was er gebeurd?

2 Het was allemaal Nabals schuld. Hij had zich wreed en lomp gedragen, zoals gewoonlijk. Maar dit keer had hij de verkeerde man beledigd: de geliefde aanvoerder van een trouwe en goedgetrainde groep strijders. Een van Nabals jonge werkers, misschien een herder, was naar Abigaïl gekomen in de hoop dat zij een plan zou verzinnen om hen te redden. Maar wat kon één vrouw beginnen tegen een heel leger?

Wat kon één vrouw beginnen tegen een heel leger?

3 Laten we het eerst eens over deze bijzondere vrouw zelf hebben. Wie was Abigaïl? Hoe was deze crisis ontstaan? En wat kunnen we leren van haar voorbeeld van geloof?

Ze was verstandig en mooi

4. Wat voor iemand was Nabal?

4 Abigaïl en Nabal pasten absoluut niet bij elkaar. Nabal had geen betere vrouw kunnen kiezen, terwijl Abigaïl het eigenlijk niet slechter had kunnen treffen. Het is waar, de man had geld. Hij vond zichzelf daarom heel belangrijk, maar hoe dachten anderen over hem? Het is moeilijk een Bijbelse persoon te vinden over wie met nog meer verachting wordt gesproken. Neem alleen al zijn naam: die betekent „Onverstandig” of „Verstandeloos”. We weten niet of zijn ouders hem die naam bij zijn geboorte hebben gegeven of dat het een bijnaam was die hij later kreeg. In elk geval deed hij zijn naam eer aan. Nabal „was hardvochtig en zijn praktijken waren slecht”. Hij was een vervelende man en een dronkaard, en hij werd door iedereen gevreesd en gehaat (1 Sam. 25:2, 3, 17, 21, 25).

5, 6. (a) Wat vind je het aantrekkelijkst aan Abigaïl? (b) Waarom zou Abigaïl met zo’n nietsnut zijn getrouwd?

 5 Abigaïl was totaal anders dan Nabal. Haar naam betekent „Mijn vader heeft zich verheugd”. De meeste vaders zijn trots als ze een knappe dochter hebben, maar een verstandige vader is nog veel gelukkiger als hij ziet dat zijn kind vanbinnen mooi is. Mensen met een heel knap uiterlijk zien er vaak niet de noodzaak van in eigenschappen als verstandigheid, wijsheid, moed en geloof te ontwikkelen. Dat gold niet voor Abigaïl. De Bijbel prijst haar om haar verstand én om haar schoonheid. (Lees 1 Samuël 25:3.)

6 Sommigen in deze tijd vragen zich misschien af waarom zo’n intelligente jonge vrouw met zo’n nietsnut trouwde. Vergeet niet dat veel huwelijken in Bijbelse tijden werden gearrangeerd. Ook als dat niet zo was, was de toestemming van de ouders nog steeds heel belangrijk. Waren de ouders van Abigaïl voorstanders van dit huwelijk of hadden ze het zelfs gearrangeerd omdat ze onder de indruk waren van Nabals rijkdom en aanzien? Werden ze er door armoede toe gedwongen? In ieder geval maakte Nabals geld hem niet tot een goede echtgenoot.

7. (a) Wat moeten ouders vermijden als ze hun kinderen een goede kijk op het huwelijk willen meegeven? (b) Wat was Abigaïl vastbesloten te doen?

7 Verstandige ouders zorgen ervoor dat ze hun kinderen een goede kijk op het huwelijk meegeven. Ze moedigen ze niet aan om voor het geld te trouwen en pushen ze ook niet om verkering te nemen als ze nog te jong zijn voor de taken en verantwoordelijkheden van een volwassene (1 Kor. 7:36). Maar voor Abigaïl was het te laat om over die dingen na te denken. Ze was, om wat voor reden dan ook, met Nabal getrouwd en ze was vastbesloten er het beste van te maken.

„Hij is tegen hen uitgevaren”

8. Wie had Nabal beledigd, en waarom was dat heel onverstandig?

8 Nabal had Abigaïl in een bijzonder moeilijk parket gebracht. De man die hij beledigd had, was niemand minder dan David, een trouwe dienaar van Jehovah. Hij was door de profeet Samuël gezalfd als teken dat God hem had uitgekozen om Saul als koning op te volgen (1 Sam. 16:1, 2, 11-13). David verbleef met zijn zeshonderd loyale strijders in de woestijn omdat hij op de vlucht was voor de jaloerse en moordzuchtige koning Saul.

9, 10. (a) In wat voor situatie probeerden David en zijn mannen te overleven? (b) Waarom had Nabal dankbaar moeten zijn voor wat David en zijn mannen deden? (Zie ook de voetnoot bij paragraaf 10.)

9 Nabal woonde in Maon maar had zijn bedrijf in Karmel *, waar  hij waarschijnlijk grond bezat. De twee steden lagen bij elkaar in de buurt en hadden grazig heuvelland dat ideaal was voor het houden van schapen; Nabal had er wel drieduizend. Maar het hele gebied eromheen was woest. In het zuiden lag de uitgestrekte woestijn van Paran. In het oosten liep de route naar de Zoutzee door een verlaten, onbewoonbaar gebied vol ravijnen en grotten. In dat gebied voerden David en zijn mannen een verbeten strijd om te overleven. Waarschijnlijk jaagden ze op voedsel en leden ze heel wat ontberingen. Ze kwamen vaak de jonge herders tegen die voor de rijke Nabal werkten.

10 Hoe behandelden die soldaten de herders? Ze hadden een hard bestaan en hadden makkelijk af en toe een schaap kunnen stelen, maar dat deden ze niet. Ze beschermden juist de kudden en de knechten van Nabal. (Lees 1 Samuël 25:15, 16.) Schapen en herders stonden aan heel wat gevaren bloot. Er waren veel roofdieren, en het gebied lag zo dicht bij de zuidgrens van Israël dat ze geregeld door buitenlandse roversbenden en plunderaars werden aangevallen. *

11, 12. (a) Hoe toonde David tact en respect in zijn boodschap voor Nabal? (b) Wat was er verkeerd aan de manier waarop Nabal reageerde?

11 Het moet een hele klus zijn geweest om ervoor te zorgen dat al die mannen in de woestijn te eten hadden. Dus stuurde David op een dag tien boden naar Nabal om zijn hulp in te roepen. David had een goed moment uitgekozen. Het was de tijd dat de schapen werden geschoren, een tijd waarin mensen altijd gul waren en er veel werd gefeest. David koos ook zijn woorden zorgvuldig en gebruikte beleefde taal. Hij noemde zich zelfs „uw zoon David”, misschien uit respect voor het feit dat Nabal ouder was. Hoe reageerde Nabal? — 1 Sam. 25:5-8.

12 Hij was razend! De jonge man die aan Abigaïl beschreef wat er was gebeurd, vertelde: „Hij is tegen hen uitgevaren.” De gierige Nabal liep te klagen over zijn kostbare brood, water en vlees. Hij maakte David belachelijk door hem af te schilderen als een onbelangrijk persoon en vergeleek hem met een weggelopen knecht. Het kan zijn dat Nabal net zo over hem dacht als Saul, die David haatte. Geen van beide mannen had Jehovah’s kijk. God hield van David en bezag hem niet als een opstandige slaaf maar als de toekomstige koning van Israël (1 Sam. 25:10, 11, 14).

13. (a) Hoe reageerde David op Nabals belediging? (b) Wat leert het principe in Jakobus 1:20 ons over Davids reactie?

13 Toen de boden verslag bij David uitbrachten, werd hij woedend.  „Gordt ieder uw zwaard aan!”, beval hij. Nadat hij zich ook bewapend had, vertrok hij met vierhonderd van zijn mannen. Hij zwoer dat hij alle mannen van Nabals huis zou ombrengen (1 Sam. 25:12, 13, 21, 22). Davids woede was begrijpelijk, maar de manier waarop hij die uitte, was verkeerd. De Bijbel zegt: „De gramschap van een man bewerkt niet Gods rechtvaardigheid” (Jak. 1:20). Hoe zou Abigaïl haar huisgezin kunnen redden?

„Gezegend zij uw verstandigheid”

14. (a) In welk opzicht deed Abigaïl de eerste stap om het onrecht te herstellen? (b) Welke praktische les zouden we kunnen leren van het verschil tussen Nabal en Abigaïl? (Zie ook de voetnoot.)

14 In het begin van dit hoofdstuk zagen we al hoe Abigaïl eigenlijk de eerste stap deed om dit verschrikkelijke onrecht te herstellen. Ze was, in tegenstelling tot Nabal, wel bereid te luisteren. De jonge knecht legde uit waarom hij niet naar Nabal was gegaan: ’Hij is een te grote nietsnut om tot hem te spreken’ (1 Sam. 25:17). * Helaas had Nabal zo’n hoge dunk van zichzelf dat hij niet naar anderen wilde luisteren. Zo’n arrogantie zien we ook in deze tijd heel vaak. Maar de knecht wist dat Abigaïl niet zo was. Dat was ongetwijfeld de reden waarom hij met zijn probleem bij haar kwam.

In tegenstelling tot Nabal was Abigaïl bereid te luisteren

15, 16. (a) Hoe liet Abigaïl zien dat ze als de bekwame vrouw in het boek Spreuken was? (b) Waarom kunnen we niet zeggen dat Abigaïl tegen het gezag van haar man in opstand kwam?

15 Abigaïl dacht snel na en kwam meteen in actie. „Terstond haastte Abigaïl zich”, wordt er gezegd. Vier keer wordt in dit verslag het werkwoord ’haasten’ in verband met haar gebruikt. Ze maakte een royaal geschenk voor David en zijn mannen klaar. Het bestond onder andere uit brood, wijn, schapenvlees, geroosterd koren, rozijnenkoeken en vijgenkoeken. Het is duidelijk dat Abigaïl de leiding had over de huishouding en precies wist wat ze allemaal in huis had, net als de bekwame vrouw die later in het boek Spreuken werd beschreven (Spr. 31:10-31). Ze stuurde een paar van haar knechten met de levensmiddelen vooruit en vertrok zelf kort daarna. „Maar”, zo staat er, „zij vertelde niets aan haar man Nabal” (1 Sam. 25:18, 19).

16 Betekende dit dat Abigaïl tegen het gezag van haar man als hoofd in opstand kwam? Nee. Vergeet niet dat Nabal een gezalfde  dienstknecht van Jehovah slecht behandeld had, wat de dood van veel onschuldige leden van zijn huisgezin tot gevolg zou kunnen hebben. Als Abigaïl niets deed, zou ze weleens medeschuldig kunnen worden. Ze moest haar onderworpenheid aan God zwaarder laten wegen dan haar onderworpenheid aan haar man.

17, 18. Wat deed en zei Abigaïl toen ze David tegenkwam, en waardoor was haar pleidooi effectief?

17 Niet veel later trof ze David en zijn mannen. Weer haastte ze zich, ditmaal om van de ezel af te stijgen en diep voor David te buigen (1 Sam. 25:20, 23). Daarna stortte ze haar hart uit: ze pleitte vurig om barmhartigheid voor haar man en haar huisgezin. Wat maakte haar pleidooi effectief?

„Laat uw slavin alstublieft ten aanhoren van u spreken”

18 Ze nam de schuld voor het probleem op zich en vroeg David haar persoonlijk te vergeven. Ze gaf realistisch toe dat haar man echt zo dom was als zijn naam deed vermoeden, misschien om aan te geven dat het beneden Davids waardigheid zou zijn om zo’n man te straffen. Ze uitte haar vertrouwen in David als Jehovah’s vertegenwoordiger door te erkennen dat hij „de oorlogen van Jehovah” voerde. Ze liet ook merken dat ze wist van Jehovah’s belofte in verband met David en zijn koningschap, want ze zei dat Jehovah hem ’stellig tot leider over Israël zou aanstellen’. Bovendien drong ze er bij David op aan niets te doen waarmee hij bloedschuld op zich zou laden of wat later een „struikelblok” zou kunnen worden, waarmee ze blijkbaar een slecht geweten bedoelde. (Lees 1 Samuël 25:24-31.) Haar woorden waren echt vriendelijk en ontroerend!

19. Hoe reageerde David, en waarom prees hij Abigaïl?

19 Hoe reageerde David? Hij aanvaardde de geschenken die Abigaïl had meegebracht en zei: „Gezegend zij Jehovah, de God van Israël, die u deze dag gezonden heeft om mij te ontmoeten! En gezegend zij uw verstandigheid, en gezegend zijt gij, die mij deze dag ervan afgehouden hebt in bloedschuld te geraken.” David prees haar omdat ze zo moedig was geweest zich naar hem toe te haasten, en hij erkende dat ze hem ervan had weerhouden bloedschuld op zich te laden. „Ga in vrede op naar uw huis”, zei hij tegen haar, en hij voegde er nederig aan toe: „Ik heb naar uw stem geluisterd” (1 Sam. 25:32-35).

„Hier hebt gij uw slavin”

20, 21. (a) Waarom is het te bewonderen dat Abigaïl bereid was naar haar man terug te gaan? (b) Hoe liet Abigaïl opnieuw zien dat ze moedig en verstandig was?

20 Toen Abigaïl weer naar huis ging, zal ze vast nog hebben nagedacht over die ontmoeting. Het contrast tussen de trouwe, vriendelijke David en de gemene man met wie ze getrouwd was, moest  haar wel zijn opgevallen. Maar ze bleef niet lang bij zulke gedachten stilstaan. De Bijbel zegt: „Later kwam Abigaïl bij Nabal.” Ze was nog steeds vastbesloten om een goede echtgenote te zijn en ging terug naar haar man. Ze moest hem vertellen over het geschenk dat ze David en zijn mannen gegeven had. Hij had er recht op dat te weten. Ze moest hem ook vertellen over de ramp die was voorkomen — voordat hij het van iemand anders zou horen. Dat zou een nog grotere schande zijn. Maar hij bleek niet aanspreekbaar. Hij was aan het feesten en was stomdronken (1 Sam. 25:36).

Abigaïl vertelde Nabal moedig wat ze gedaan had om zijn leven te redden

21 Ze liet opnieuw zien dat ze moedig en verstandig was door te wachten tot de volgende ochtend, wanneer de wijn uitgewerkt zou zijn. Hij zou dan nuchter genoeg zijn om te begrijpen wat ze te vertellen had, maar hij kon ook gevaarlijker zijn omdat hij een slecht humeur zou hebben. Toch ging ze naar hem toe en vertelde ze het hele verhaal. Ze verwachtte waarschijnlijk dat hij in woede zou uitbarsten en misschien zelfs gewelddadig zou worden. Maar hij zat daar gewoon en bewoog niet eens (1 Sam. 25:37).

22. Wat gebeurde er met Nabal, en wat leren we daardoor over Jehovah?

22 Wat was er met hem aan de hand? „Zijn hart bestierf het in zijn binnenste, en hijzelf werd als een steen.” Misschien had hij een beroerte gekregen. Maar hij stierf pas een dag of tien later, en niet puur om medische redenen. Het verslag zegt: ’Jehovah sloeg Nabal, zodat hij stierf’ (1 Sam. 25:38). Met die verdiende terechtstelling kwam er een eind aan de lange nachtmerrie van Abigaïls huwelijk. Hoewel Jehovah nu niet ingrijpt door personen op een miraculeuze manier ter dood te brengen, herinnert dit verslag ons er wel aan dat geweld of tirannie in het gezin hem nooit ontgaat. Op zijn tijd zal hij de zaken altijd rechtzetten. (Lees Lukas 8:17.)

23. Hoe werd Abigaïl nog meer gezegend, en hoe liet ze zien dat ze niet veranderd was?

23 Abigaïl was niet alleen verlost van een slecht huwelijk; er stond haar nog een zegen te wachten. Toen David hoorde dat Nabal gestorven was, stuurde hij boden om haar ten huwelijk te vragen. „Hier hebt gij uw slavin tot dienstmaagd,” antwoordde ze, „om de voeten van de knechten van mijn heer te wassen.” Ze ging duidelijk niet meer van zichzelf denken nu ze Davids vrouw kon worden. Ze bood zelfs aan een dienstmeisje te worden van zijn knechten! Daarna lezen  we weer dat ze zich haastte, ditmaal om zich klaar te maken om naar David toe te gaan (1 Sam. 25:39-42).

24. Met welke moeilijkheden had Abigaïl in haar nieuwe leven te maken, maar hoe dachten haar man en haar God over haar?

24 De geschiedenis eindigde niet als een sprookje: Abigaïls leven met David zou niet altijd over rozen gaan. David was al getrouwd met Ahinoam, en hoewel God polygamie toeliet, was zo’n situatie voor gelovige vrouwen in die tijd absoluut niet makkelijk. En David was nog geen koning; er moesten nog heel wat hindernissen en moeilijkheden overwonnen worden voordat hij Jehovah in die functie zou gaan dienen. Maar terwijl Abigaïl een hulp en een steun voor David bleef — ze kregen samen ook een zoon — kwam ze er steeds meer achter dat ze een man had die haar waardeerde en beschermde. Bij één gelegenheid bevrijdde hij haar zelfs van kidnappers! (1 Sam. 30:1-19) Zo volgde David Jehovah God na, die liefde en waardering heeft voor zulke verstandige, moedige en gelovige vrouwen.

^ ¶9 Dit was niet de beroemde berg Karmel helemaal in het noorden, waar later een krachtmeting werd gehouden tussen de profeet Elia en de profeten van Baäl. (Zie hoofdstuk 10.) In dit geval was Karmel een stad aan de rand van de zuidelijke woestijn.

^ ¶10 Waarschijnlijk bezag David het beschermen van de plaatselijke landeigenaars en hun kudden als iets wat hij voor Jehovah deed. In die tijd was het Jehovah’s wil dat de nakomelingen van Abraham, Isaäk en Jakob in dat land woonden. Het beschermen van het land tegen buitenlandse invallers en roversbenden was daarom een vorm van heilige dienst.

^ ¶14 De uitdrukking die met „nietsnut” is vertaald, betekent letterlijk „zoon van belial (waardeloosheid)”. Andere Bijbelvertalingen beschrijven Nabal hier verder als een man „die zich niets laat zeggen” of bevatten de conclusie „er valt niet met hem te praten”.