Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Mijn boek met bijbelverhalen

 VERHAAL 51

Ruth en Naomi

Ruth en Naomi

IN DE bijbel vind je een boek dat Ruth heet. Het is een verhaal over een familie die leefde in de tijd dat Israël rechters had. Ruth is een jonge vrouw uit het land Moab; zij behoort niet tot Gods volk Israël. Maar als Ruth de ware God Jehovah leert kennen, gaat zij heel veel van hem houden. Naomi is een oudere vrouw die Ruth heeft geholpen Jehovah te leren kennen.

Naomi is een Israëlitische vrouw. Zij en haar man trokken met hun beide zonen naar Moab in een tijd dat er in Israël weinig te eten was. Op een dag stierf Naomi’s man. Later trouwden Naomi’s zonen met twee Moabitische meisjes, Ruth en Orpa. Maar na ongeveer 10 jaar stierven de beide zonen. Wat waren Naomi en de beide jonge vrouwen verdrietig! Wat zou Naomi nu doen?

Op een dag besluit Naomi de lange terugreis naar haar eigen volk te maken. Ruth en Orpa willen bij haar blijven en gaan daarom met haar mee. Maar als zij een tijdje onderweg zijn, zegt Naomi tegen de beide jonge vrouwen: ’Gaan jullie maar terug en blijf bij je moeder.’

Naomi geeft hen beiden een afscheidskus. Maar dan beginnen zij te huilen, want zij houden heel veel van Naomi. Zij zeggen: ’Nee! Wij willen met u meegaan naar uw volk.’ Maar Naomi antwoordt: ’Jullie moeten teruggaan, mijn dochters. Jullie zullen het thuis beter hebben.’ Dan gaat Orpa terug naar huis, maar Ruth blijft.

Naomi zegt nu tegen haar: ’Orpa is weggegaan. Ga toch met haar mee.’ Maar Ruth antwoordt: ’Probeer mij niet over te halen u in de steek te laten! Laat mij met u meegaan. Waar u gaat, wil ik gaan en waar u woont, wil ik wonen. Uw volk zal mijn volk zijn en uw God mijn God. Waar u sterft, wil ik sterven en daar wil ik ook begraven worden.’ Als Ruth dit zegt, probeert Naomi niet meer haar ertoe te bewegen naar huis te gaan.

Ten slotte komen de twee vrouwen in Israël aan. Hier vinden zij een plekje om te wonen. Ruth begint meteen op het land te werken, omdat het de tijd van de gerstoogst is. Een man die Boaz heet, laat haar op zijn land gerst bijeenrapen. Weet je wie de moeder van Boaz was? Dat was Rachab uit de stad Jericho.

Op een dag zegt Boaz tegen Ruth: ’Ik heb alles over je gehoord en ook hoe goed je voor Naomi bent geweest. Je hebt je vader en moeder en je eigen land verlaten en bent hierheen gekomen om onder een volk te gaan wonen dat je nooit hebt gekend. Moge Jehovah goed voor je zijn!’

Ruth antwoordt: ’U bent erg goed voor mij, meneer. Uw vriendelijke woorden hebben mij goed gedaan.’ Boaz vindt Ruth erg lief en het duurt niet lang of zij trouwen. Naomi is dolgelukkig. Maar zij is nog gelukkiger als Ruth en Boaz hun eerste zoon krijgen, die Obed heet. Obed wordt de grootvader van David, over wie wij later nog veel zullen horen.

Het bijbelboek Ruth