Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Zacharia 3:1-10

INHOUD

  • Visioen 4: kleding hogepriester vervangen (1-10)

    • Satan biedt tegenstand aan hogepriester Jozua (1)

    • ‘Ik stuur mijn dienaar, de Spruit!’ (8)

3  Vervolgens liet hij me de hogepriester Jozua+ zien, die voor de engel van Jehovah stond. Aan zijn rechterhand stond Satan,+ die hem tegenstand bood.  Toen zei de engel van Jehovah tegen Satan: ‘Mag Jehovah je terechtwijzen, Satan!+ Ja, mag Jehovah, die Jeruzalem heeft uitgekozen,+ je terechtwijzen! Is deze man geen brandend houtblok dat uit het vuur is weggerukt?’  Jozua had vuile kleren aan terwijl hij voor de engel stond.  De engel zei tegen degenen die voor hem stonden: ‘Trek hem die vuile kleren uit.’ Toen zei hij tegen hem: ‘Ik heb je zonde* van je weggenomen en men zal je prachtige kleding* aandoen.’+  Ik zei: ‘Laten ze een reine tulband op zijn hoofd zetten.’+ Toen zetten ze de reine tulband op zijn hoofd en trokken hem kleding aan. De engel van Jehovah stond erbij.  De engel van Jehovah verzekerde Jozua:  ‘Dit zegt Jehovah van de legermachten: “Als je mijn weg volgt en je verantwoordelijkheden tegenover mij nakomt, zul je rechter zijn in mijn huis+ en zorg dragen voor* mijn voorhoven. Ik zal je vrije toegang geven, net als degenen die hier staan.”  “Luister alsjeblieft, hogepriester Jozua, jij en de priesters die voor je zitten, want deze mannen dienen als teken. Kijk, ik stuur mijn dienaar,+ de Spruit!*+  Kijk naar de steen die ik vóór Jozua heb gelegd! Op die ene steen zijn zeven ogen gericht en ik graveer er een inscriptie in”, verklaart Jehovah van de legermachten. “In één dag zal ik de schuld van dat land wegnemen.”+ 10  “Op die dag”, verklaart Jehovah van de legermachten, “zullen jullie elkaar uitnodigen onder je wijnstok en onder je vijgenboom.”’+

Voetnoten

Of ‘schuld’.
Of ‘staatsiegewaden’.
Of ‘verantwoordelijk zijn voor’, ‘bewaken’.
Of ‘Scheut’, ‘Telg’.