Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Spreuken 26:1-28

INHOUD

  • Beschrijving luie mensen (13-16)

  • Niet met andermans ruzie bemoeien (17)

  • Anderen niet beetnemen (18, 19)

  • Geen hout, geen vuur (20, 21)

  • Woorden lasteraar als lekkernijen (22)

26  Zoals sneeuw niet bij de zomer past en regen niet bij de oogsttijd, zo past eer niet bij een dwaas.+   Net zoals een vogel reden heeft om te vluchten en een zwaluw om te vliegen, zo komt een vervloeking niet zonder werkelijke reden.*   Een zweep is voor het paard, een toom is voor de ezel,+ en een stok* is voor de rug van de dwaas.+   Antwoord een dwaas niet naar zijn dwaasheid, anders stel je je op zijn niveau.*   Antwoord een dwaas naar zijn dwaasheid, anders denkt hij dat hij wijs is.+   Als iemand die zijn eigen voeten verminkt en zichzelf schade toebrengt,* is de man die zaken toevertrouwt aan een dwaas.   Even slap* als de benen van een verlamde is een spreuk in de mond van een dwaas.+   Als iemand die een steen vastbindt aan een slinger, is de man die eer geeft aan een dwaas.+   Als een doornstruik in de hand van een dronkaard is een spreuk in de mond van een dwaas. 10  Als een boogschutter die in het wilde weg schiet,* is iemand die een dwaas of een voorbijganger inhuurt. 11  Zoals een hond terugkeert naar zijn braaksel, zo herhaalt de dwaas zijn dwaasheid.+ 12  Heb je een man gezien die denkt dat hij wijs is?+ Er is meer hoop voor een dwaas dan voor hem. 13  Een luiaard zegt: ‘Er is een jonge leeuw op de weg, een leeuw op het plein!’+ 14  Een deur draait op zijn scharnieren* en de luiaard op zijn bed.+ 15  De luiaard steekt zijn hand in de feestschaal maar is te moe om hem naar zijn mond te brengen.+ 16  De luiaard denkt dat hij wijzer is dan zeven mensen die een verstandig antwoord geven. 17  Als iemand die een hond bij zijn oren grijpt, is een voorbijganger die zich boos maakt over* een ruzie die hem niet aangaat.+ 18  Zoals een waanzinnige die brandende projectielen en dodelijke pijlen* afschiet, 19  zo is de man die een ander beetneemt en zegt: ‘Het was maar een grap!’+ 20  Waar geen hout is, gaat het vuur uit, en waar geen lasteraar is, houdt ruzie op.+ 21  Als houtskool op smeulende kolen en hout op het vuur is een ruziemaker die een ruzie laat oplaaien.+ 22  De woorden van een lasteraar zijn als lekkernijen* die men graag naar binnen laat glijden, tot diep in de buik.+ 23  Als zilverglazuur op een potscherf zijn lieve woorden uit* een slecht hart.+ 24  Wie anderen haat, verbloemt dat met zijn lippen, maar in zijn binnenste schuilt bedrog. 25  Al praat hij vriendelijk, vertrouw hem niet, want in zijn hart huizen zeven walgelijke dingen.* 26  Hoewel bedrog zijn haat verhult, zal zijn slechtheid onthuld worden in de gemeente. 27  Wie een kuil graaft valt er zelf in en wie een steen wegrolt wordt er zelf door getroffen.+ 28  De leugentong haat de mensen die hij verplettert en een vleiende mond is verwoestend.+

Voetnoten

Of mogelijk ‘zo komt een onterechte vervloeking niet uit’.
Of ‘roede’.
Of ‘zodat je je niet aan hem gelijk maakt’.
Lett.: ‘geweld drinkt’.
Of ‘bungelend’.
Of ‘die iedereen verwondt’.
Of ‘pengat’.
Of mogelijk ‘zich bemoeit met’.
Of ‘en pijlen en dood’.
Of ‘dingen die gulzig worden ingeslikt’.
Lett.: ‘vurige lippen met’.
Of ‘want zijn hart is compleet walgelijk’.