Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Online Bijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Spreuken 18:1-24

INHOUD

  • Afzonderen zelfzuchtig en onverstandig (1)

  • Jehovah’s naam een sterke toren (10)

  • Rijkdom is denkbeeldige bescherming (11)

  • Verstandig beide kanten aan te horen (17)

  • Vriend trouwer dan broer (24)

18  Wie zich afzondert, volgt zijn eigen zelfzuchtige verlangens. Hij verwerpt* alle praktische wijsheid.   Een dwaas is niet geïnteresseerd in inzicht. Hij laat liever zien wat er in zijn eigen hart leeft.+   Waar een slecht mens komt, komt ook verachting,en met schande komt smaad.+   De woorden uit de mond van een man zijn diepe wateren.+ De bron van wijsheid is een opwellende beek.   Het is niet goed partij te kiezen voor de slechte+of de rechtvaardige zijn recht te onthouden.+   De woorden van de dwaas leiden tot ruzie+en zijn mond vraagt om slaag.+   De mond van de dwaas is zijn ondergang+en zijn lippen vormen een valstrik voor hem.*   De woorden van een lasteraar zijn als lekkernijen*+die men graag naar binnen laat glijden, tot diep in de buik.+   Wie lui is in zijn werkis een broeder van de verwoester.+ 10  De naam van Jehovah is een sterke toren.+ De rechtvaardige snelt er binnen en krijgt bescherming.*+ 11  De rijkdom van een rijke is zijn vesting. In zijn verbeelding is het een beschermende muur.+ 12  Hoogmoed in je hart komt voor de val+en nederigheid gaat vooraf aan eer.+ 13  Wie op een zaak antwoordt voordat hij de feiten hoort,is dwaas en maakt zich belachelijk.+ 14  Geestkracht kan je staande houden tijdens ziekte,+maar wie houdt het vol met een gebroken geest?*+ 15  Het hart van de verstandige doet kennis op+en het oor van de wijze zoekt kennis. 16  Een geschenk opent deuren,+het geeft je toegang tot prominenten. 17  Wie als eerste zijn zaak bepleit lijkt gelijk te hebben,+totdat de tegenpartij komt en hem ondervraagt.*+ 18  Loten maakt een eind aan geschillen+en beslist tussen* de grootste rivalen. 19  Een gekwetste broeder is onverzettelijker dan een vesting+en geschillen kunnen als de grendel van een burcht zijn.+ 20  Een man vult zijn buik met de vrucht van zijn woorden.*+ Hij wordt verzadigd met de opbrengst van zijn lippen. 21  Dood en leven zijn in de macht van de tong.+ Wie hem graag gebruikt zal zijn vruchten eten.+ 22  Wie een goede vrouw vindt, vindt iets goeds,+en hij krijgt gunst* van Jehovah.+ 23  De arme smeekt als hij spreekt,maar de rijke antwoordt ruw. 24  Er zijn vrienden die elkaar kapot kunnen maken,+maar er bestaat een vriend die trouwer is dan een broer.+

Voetnoten

Of ‘toont minachting voor’.
Of ‘zijn ziel’.
Of ‘dingen die gulzig worden ingeslikt’.
Lett.: ‘en wordt omhooggebracht’, d.w.z. buiten bereik, veilig.
Of ‘totale wanhoop’.
Of ‘doorvorst’.
Lett.: ‘scheidt’.
Lett.: ‘mond’.
Of ‘goede wil’.