Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Spreuken 13:1-25

INHOUD

  • Wie advies inwint is wijs (10)

  • Uitgestelde hoop maakt hart ziek (12)

  • Betrouwbare afgezant brengt genezing (17)

  • Wie met wijzen omgaat wordt wijs (20)

  • Correctie uiting van liefde (24)

13  Een wijze zoon aanvaardt de correctie* van zijn vader,+ maar de spotter luistert niet naar een terechtwijzing.+   De vrucht van zijn woorden* verzadigt een mens met het goede,+ maar het verlangen* van de onbetrouwbare gaat uit naar geweld.   Wie zijn mond* bewaakt beschermt zijn leven,*+ maar wie zijn lippen wijd opent gaat ten onder.+   Een lui mens verlangt wel maar hij* heeft niets,+ maar een ijverig persoon* krijgt meer dan genoeg.*+   De rechtvaardige haat leugens,+ maar de daden van slechte mensen brengen smaad en schande.   Rechtvaardigheid beschermt de onschuldige op zijn weg,+ maar aan slechtheid gaat de zondaar ten onder.   De een doet zich rijk voor maar heeft niets.+ De ander doet zich arm voor maar is schatrijk.   De rijkdom van een mens is de losprijs voor zijn leven,*+ maar de armen worden niet eens bedreigd.*+   Het licht van de rechtvaardigen schijnt helder,*+ maar de lamp van slechte mensen wordt uitgedoofd.+ 10  Hoogmoed leidt alleen maar tot ruzie.+ Wijsheid is bij hen die advies inwinnen.*+ 11  Snel verdiende rijkdom* is zo verdwenen,+ maar rijkdom die je langzaam opbouwt* blijft groeien. 12  Uitgestelde verwachting* maakt het hart ziek,+ maar een vervuld verlangen is een levensboom.+ 13  Wie instructie* veracht moet daarvoor boeten,+ maar wie het gebod respecteert wordt beloond.+ 14  Het onderwijs* van de wijze is een bron van leven,+ het houdt je weg van de strikken van de dood. 15  Goed inzicht wint gunst, maar de weg van de onbetrouwbare is hard. 16  Een verstandig mens handelt met kennis,+ maar de dwaas onthult zijn eigen dwaasheid.+ 17  Een goddeloze boodschapper komt in de problemen,+ maar een betrouwbare afgezant brengt genezing.+ 18  Wie correctie negeert vervalt tot armoede en schande, maar wie correctie* aanneemt krijgt eer.+ 19  Een vervuld verlangen is aangenaam voor een mens*+ en het kwaad vermijden is voor dwazen afschuwelijk.+ 20  Wie met wijzen omgaat* wordt wijs,+ maar wie zich met dwazen inlaat zal het slecht vergaan.+ 21  Tegenspoed achtervolgt zondaars,+ maar voorspoed is de beloning van de rechtvaardigen.+ 22  Een goed mens laat een erfenis na aan zijn kleinkinderen, maar de zondaar spaart zijn rijkdom op voor de rechtvaardige.+ 23  Het geploegde land van de arme levert veel voedsel op, maar onrecht kan het* wegvagen. 24  Wie zijn zoon de stok* bespaart, haat hem,+ maar wie van hem houdt, laat niet na hem te corrigeren.*+ 25  De rechtvaardige eet en raakt verzadigd,*+ maar de buik van de goddelozen is leeg.+

Voetnoten

Lett.: ‘mond’.
Of ‘de ziel’.
Of ‘wat hij zegt’.
Of ‘ziel’.
Of ‘zijn ziel’.
Of ‘de ziel van de ijverige’.
Lett.: ‘zal vet worden gemaakt’.
Of ‘ziel’.
Lett.: ‘horen geen bestraffing’.
Lett.: ‘verheugt zich’.
Of ‘samen beraadslagen’.
Of ‘rijkdom uit ijdelheid’.
Lett.: ‘met de hand verzamelt’.
Of ‘hoop’.
Of ‘het woord’.
Of ‘de wet’.
Of ‘terechtwijzing’.
Of ‘ziel’.
Lett.: ‘wandelt’.
Of ‘hem’.
Of ‘roede’, ‘correctie’, ‘straf’.
Of mogelijk ‘corrigeert hem meteen’.
Of ‘en zijn ziel raakt verzadigd’.