Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Aan de Romeinen 3:1-31

INHOUD

  • ‘God zal betrouwbaar blijken’ (1-8)

  • Zowel Jood als Griek in macht van zonde (9-20)

  • Rechtvaardigheid door geloof (21-31)

    • Niemand bereikt glorie van God (23)

3  Welk voordeel heeft de Jood dan? Of wat voor nut heeft besnijdenis?  Heel veel in elk opzicht. In de eerste plaats dat de heilige uitspraken van God aan hen werden toevertrouwd.+  Hoe zit het dan met sommigen die geen geloof hebben? Betekent hun ongeloof dat God niet betrouwbaar is?  Natuurlijk niet! Ook al is ieder mens een leugenaar,+ God zal betrouwbaar blijken,+ zoals er staat geschreven: ‘U zult rechtvaardig blijken in uw woorden en overwinnen als men u wil oordelen.’+  Maar als onze onrechtvaardigheid Gods rechtvaardigheid beter laat uitkomen, wat wil dat dan zeggen? Dat God onrechtvaardig is als hij zijn woede tot uiting brengt? (Ik spreek nu menselijk.)  Absoluut niet! Hoe zal God anders de wereld oordelen?+  Maar als door mijn leugen de betrouwbaarheid van God duidelijker uitkomt, tot zijn eer, waarom word ik dan als zondaar geoordeeld?  En waarom zouden we dan niet zeggen: ‘Laten we het slechte doen, zodat het goede eruit voortkomt’? Sommigen beweren ten onrechte dat we dat zeggen. Het oordeel over die mensen is verdiend.*+  Hoe zit het dan? Zijn wij in een betere positie? Helemaal niet! Want zoals we al hebben aangetoond, is iedereen, zowel Jood als Griek, in de macht van de zonde.+ 10  Zo staat er geschreven: ‘Niemand is rechtvaardig, helemaal niemand.+ 11  Er is niemand met inzicht, er is niemand die God zoekt. 12  Iedereen heeft zich afgekeerd, ze zijn allemaal waardeloos geworden. Er is niemand die iets goeds doet, nog niet één.’+ 13  ‘Hun keel is een open graf. Hun tong gebruiken ze voor bedrog.’+ ‘Het gif van adders is achter hun lippen.’+ 14  ‘Hun mond is vol vervloeking en hatelijkheid.’+ 15  ‘Hun voeten haasten zich om bloed te vergieten.’+ 16  ‘Ze laten een spoor van verwoesting en ellende achter, 17  en de weg van vrede kennen ze niet.’+ 18  ‘Ontzag voor God hebben ze niet voor ogen.’+ 19  We weten dat alles wat de wet zegt, gericht is tot hen die onder de wet vallen, zodat elke mond tot zwijgen wordt gebracht en de hele wereld schuldig staat voor God.+ 20  Daarom zal niemand* voor hem rechtvaardig worden verklaard door werken van de wet,+ want de wet leert ons duidelijk* wat zonde is.+ 21  Maar nu is buiten de wet om Gods rechtvaardigheid onthuld,+ waarvan de Wet en de Profeten getuigen,+ 22  en iedereen die geloof heeft, bereikt Gods rechtvaardigheid door geloof in Jezus Christus. Want er is geen onderscheid.+ 23  Alle mensen hebben gezondigd en bereiken niet de glorie* van God.+ 24  Het is een vrije gave+ dat hij ze uit onverdiende goedheid+ rechtvaardig verklaart op basis van de verlossing door de losprijs die Christus Jezus heeft betaald.+ 25  God heeft hem gegeven als offer voor verzoening*+ door geloof in zijn bloed.+ Dat heeft God gedaan om te bewijzen dat hij rechtvaardig was toen hij in zijn verdraagzaamheid de zonden vergaf die in het verleden waren begaan, 26  en om te bewijzen dat hij in deze tijd rechtvaardig is,+ ja, dat hij ook rechtvaardig zou zijn als hij mensen rechtvaardig verklaart die in Jezus geloven.+ 27  Is er dan nog reden om trots te zijn? Dat is uitgesloten. Door welke wet komt dat? Die van de werken?+ Nee, door de wet van het geloof. 28  Want we zijn van mening dat een mens rechtvaardig wordt verklaard door geloof en niet door werken van de wet.+ 29  Of is hij alleen de God van de Joden?+ Hij is toch ook de God van de heidenen?*+ Ja, ook van de heidenen.+ 30  Omdat God één is,+ zal hij besnedenen rechtvaardig verklaren+ als gevolg van hun geloof en onbesnedenen+ door middel van hun geloof. 31  Schaffen we dan door ons geloof de wet af? Natuurlijk niet! We bevestigen de wet juist.+

Voetnoten

Of ‘is in overeenstemming met de gerechtigheid’.
Lett.: ‘geen vlees’.
Of ‘geeft ons nauwkeurige kennis van’.
Of ‘heerlijkheid’.
Of ‘zoenoffer’.