Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Psalmen 88:1-18

INHOUD

  • Gebed om bescherming tegen dood

    • ‘Mijn leven bevindt zich op de rand van het Graf’ (3)

    • ‘Elke ochtend bid ik tot u’ (13)

Een lied. Een psalm van de zonen van Korach.+ Voor de koorleider: in mahalathstijl,* voor beurtzang. Een maskil* van de Ezrahiet He̱man.+ 88  O Jehovah, God van mijn redding,+ overdag schreeuw ik het uit en ’s nachts kom ik vóór u.+   Laat mijn gebed u bereiken,+ open uw oor voor* mijn hulpgeroep.+   Want mijn ziel* is verzadigd van ellende,+ mijn leven bevindt zich op de rand van het Graf.*+   Ik word al gerekend tot hen die in de kuil* afdalen.+ Ik ben een hulpeloze man* geworden,+   achtergelaten tussen de doden, als de gesneuvelden die in een graf liggen, aan wie u niet meer denkt en die verstoken zijn van uw zorg.*   U hebt me in de diepste kuil gelegd, in duistere plaatsen, in een diepe afgrond.   Uw woede drukt zwaar op mij+ en uw beukende golven slaan over me heen. (sela)   U hebt mij vervreemd van mijn bekenden,+ u hebt mij tot iets walgelijks voor ze gemaakt. Ik ben opgesloten en kan niet ontsnappen.   Mijn ogen zijn dof van ellende.+ De hele dag roep ik u aan, o Jehovah,+ naar u strek ik mijn handen uit. 10  Zult u wonderen doen voor de doden? Kunnen zij die machteloos zijn in de dood, opstaan om u te loven?+ (sela) 11  Zal uw loyale liefde worden bekendgemaakt in het graf, uw trouw in de plaats van vernietiging?* 12  Zullen uw wonderen bekend zijn in de duisternis, uw rechtvaardigheid in het land van vergetelheid?+ 13  Toch roep ik tot u om hulp, Jehovah,+ elke ochtend komt mijn gebed tot u.+ 14  Waarom wijst u me* af, Jehovah?+ Waarom verbergt u uw gezicht voor mij?+ 15  Van jongs af aan ben ik er ellendig aan toe, de dood nabij.+ Ik ben verdoofd door al het leed dat u me laat ondergaan. 16  Uw brandende woede overweldigt me,+ uw verschrikkingen vernietigen me. 17  Heel de dag omringen ze me als water, van alle kanten* sluiten ze me in. 18  U hebt mij vervreemd van mijn vrienden en bekenden.+ Mijn enige gezelschap is de duisternis.

Voetnoten

Of ‘buig u en luister naar’.
Of ‘Sjeool’, het collectieve graf van de mensheid. Zie Woordenlijst.
Of ‘het graf’.
Of ‘als een man zonder kracht’.
Lett.: ‘hand’.
Of ‘in Abaddon’.
Of ‘mijn ziel’.
Of mogelijk ‘allemaal tegelijk’.