Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Psalmen 77:1-20

INHOUD

  • Gebed in tijd van ellende

    • Mediteren over Gods werken (11, 12)

    • ‘Wie is zo groot als u, o God?’ (13)

Voor de koorleider: op jeduthun.* Van Asaf.+ Een psalm. 77  Met mijn stem roep ik het uit tot God, tot God roep ik het uit, en hij zal mij horen.+   Op de dag van mijn ellende zoek ik Jehovah.+ ’s Nachts zijn mijn handen onophoudelijk* naar hem uitgestrekt. Ik* ben niet te troosten.   Denk ik aan God, dan kreun ik.+ Ik ben bezorgd en mijn kracht ebt weg.*+ (sela)   U houdt mijn oogleden open, ik ben van streek en kan niet praten.   Mijn gedachten gaan naar de dagen van vroeger,+ de jaren van het verre verleden.   ’s Nachts denk ik aan mijn lied.*+ Ik peins in mijn hart,+ ik* onderzoek alles.   Zal Jehovah ons voorgoed verstoten?+ Zijn we voor altijd bij hem uit de gunst?+   Is zijn loyale liefde voor altijd verdwenen? Loopt zijn belofte voor alle generaties op niets uit?   Is God vergeten gunst te tonen?+ Of heeft zijn woede een eind gemaakt aan zijn barmhartigheid? (sela) 10  Moet ik steeds weer zeggen: ‘Wat me kwelt*+ is dat de Allerhoogste zijn standpunt* tegenover ons veranderd heeft’? 11  Ik zal denken aan de werken van Jah, ik zal denken aan uw wonderdaden van lang geleden. 12  Ik zal mediteren over alles wat u doet en nadenken over uw daden.+ 13  God, uw wegen zijn heilig. Welke god is zo groot als u, o God?+ 14  U bent de ware God, die wonderen doet.+ U hebt uw kracht getoond aan de volken.+ 15  Met uw macht* hebt u uw volk bevrijd,*+ de zonen van Jakob en van Jozef. (sela) 16  Het water zag u, o God, het water zag u en raakte verstoord.+ De waterdiepten begonnen te kolken. 17  De wolken stortten water uit. De wolkenhemel donderde en uw pijlen flitsten heen en weer.+ 18  Het geluid van uw donder+ was als wagenwielen. Bliksemflitsen verlichtten de bewoonde aarde,*+ de aarde schudde en beefde.+ 19  Uw weg liep door de zee,+ uw pad door vele wateren, maar uw voetsporen waren niet te zien. 20  U leidde uw volk als een kudde,+ onder de hoede* van Mozes en Aäron.+

Voetnoten

Lett.: ‘zonder gevoelloos te worden’.
Of ‘mijn ziel’.
Lett.: ‘mijn geest bezwijkt’.
Of ‘snaarmuziek’.
Lett.: ‘mijn geest’.
Of ‘doorboort’.
Lett.: ‘rechterhand’.
Lett.: ‘arm’.
Lett.: ‘verlost’.
Of ‘het productieve land’.
Lett.: ‘door de hand’.