Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Psalmen 56:1-13

INHOUD

  • Gebed bij vervolging

    • ‘Op God vertrouw ik’ (4)

    • ‘Mijn tranen in uw waterzak’ (8)

    • ‘Wat kan een mens mij aandoen?’ (4, 11)

Voor de koorleider: op de wijs van ‘De stille duif in de verte’. Van David. Een miktam.* Toen de Filistijnen hem in Gath gevangennamen.+ 56  Heb medelijden, God, want de sterfelijke mens valt me aan.* De hele dag bestrijden en onderdrukken ze me.   De hele dag vallen mijn vijanden me aan, arrogant strijden ze met velen tegen me.   Als ik bang ben,+ vertrouw ik op u.+   Op God — ik loof zijn woord — op God vertrouw ik, ik ben niet bang. Wat kan een sterveling* mij aandoen?+   De hele dag door schaden ze mijn belangen, hun enige gedachte is mij kwaad te doen.+   Ze verschuilen zich om aan te vallen, ze bespieden elke stap van me,+ ze loeren op mijn leven.*+   Verwerp ze om hun slechtheid. Sla de volken neer in uw woede, o God.+   U houdt mijn omzwervingen bij.+ Vang mijn tranen toch op in uw waterzak.+ Staan ze niet in uw boek?+   Mijn vijanden trekken zich terug op de dag dat ik om hulp roep.+ Dit weet ik zeker: God staat aan mijn kant.+ 10  Op God — ik loof zijn woord — op Jehovah — ik loof zijn woord — 11  op God vertrouw ik, ik ben niet bang.+ Wat kan een mens mij aandoen?+ 12  Mijn geloften aan u binden mij, o God.+ Ik zal u uitingen van dank offeren.+ 13  Want u hebt me* van de dood bevrijd+ en mijn voeten voor struikelen behoed,+ zodat ik in Gods zicht kan wandelen in het licht van de levenden.+

Voetnoten

Of ‘bijt naar me’.
Lett.: ‘vlees’.
Of ‘ziel’.
Of ‘mijn ziel’.