Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Psalmen 50:1-23

INHOUD

  • God oordeelt tussen loyalen en slechten

    • Gods verbond door slachtoffer (5)

    • ‘God zelf is Rechter’ (6)

    • Alle dieren zijn van God (10, 11)

    • God stelt slechte mensen aan de kaak (16-21)

Een psalm van Asaf.+ 50  De God der goden, Jehovah,*+ heeft gesproken. Hij roept de aarde op van waar de zon opkomt tot waar hij ondergaat.*   Uit Sion, de volmaakte schoonheid,+ straalt God.   Onze God komt en kan niet zwijgen.+ Een verterend vuur gaat voor hem uit+ en rondom hem wervelt een hevige storm.+   Hij roept de hemel daarboven op en ook de aarde+ om zijn volk te oordelen:+   ‘Breng mijn loyalen bij mij, degenen die door slachtoffer een verbond met mij sluiten.’+   De hemel maakt zijn rechtvaardigheid bekend, want God zelf is Rechter.+ (sela)   ‘Luister, mijn volk, ik zal spreken. Israël, ik zal tegen je getuigen.+ Ik ben God, jouw God.+   Ik wijs je niet terecht vanwege je slachtoffers en ook niet vanwege je volledige brandoffers, die steeds vóór mij zijn.+   Ik hoef geen stier uit je huis te nemen en ook geen bokken uit je kooien.+ 10  Want alle wilde dieren van het woud zijn van mij,+ ook de beesten op duizend bergen. 11  Ik ken alle vogels van de bergen,+ de talloze dieren in het veld zijn van mij. 12  Als ik honger had, zou ik het je niet zeggen, want het land* en alles daarop is van mij.+ 13  Zal ik het vlees van stieren eten en het bloed van bokken drinken?+ 14  Breng God dankzegging als slachtoffer+ en kom je geloften aan de Allerhoogste na.+ 15  Roep mij aan in tijd van nood.+ Ik zal je redden en jij zult mij eren.’+ 16  Maar tegen slechte mensen zal God zeggen: ‘Welk recht heb je om mijn voorschriften op te noemen+ of over mijn verbond+ te praten? 17  Want je haat correctie* en mijn woorden keer je steeds de rug toe.*+ 18  Als je iemand ziet stelen, keur je dat goed*+ en je gaat om met overspelige mensen. 19  Met je mond verbreid je het slechte en aan je tong is bedrog verbonden.+ 20  Je zit daar en spreekt kwaad over je eigen broer,+ de zoon van je eigen moeder maak je te schande.* 21  Toen je dat deed, bleef ik zwijgen en je dacht dat ik net zo zou zijn als jij. Maar nu zal ik je terechtwijzen, ik zal mijn zaak tegen je bepleiten.+ 22  Sta hier eens bij stil, jullie die God vergeten,+ anders scheur ik je aan stukken zonder dat iemand je redt. 23  Wie dankzegging als slachtoffer brengt, eert mij+ en wie een vastgestelde weg volgt, zal ik de redding door God laten zien.’+

Voetnoten

Of ‘de Goddelijke, God, Jehovah’.
Of ‘van oost tot west’.
Of ‘productieve land’.
Of ‘onderwijs’. Zie Woordenlijst.
Lett.: ‘je blijft mijn woorden achter je werpen’.
Of mogelijk ‘sluit je je bij hem aan’.
Of ‘belaster je’.