Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Psalmen 49:1-20

INHOUD

  • Dwaasheid van vertrouwen op rijkdom

    • Geen mens kan ander loskopen (7, 8)

    • God verlost uit het Graf (15)

    • Rijkdom redt niet van dood (16, 17)

Voor de koorleider. Van de zonen van Korach.+ Een psalm. 49  Hoor dit, alle volken. Luister, bewoners van de wereld,*   klein of groot,* rijk of arm.   Mijn eigen mond zal wijsheid spreken, uit de meditatie van mijn hart+ zal verstand blijken.   Ik heb een open oor voor een spreuk, mijn raadsel licht ik toe met de harp.   Waarom zou ik bang zijn in moeilijke tijden,+ als ik omringd word door het kwaad* van wie mij ten val willen brengen?   Er zijn er die op hun vermogen vertrouwen+ en die pronken met hun grote rijkdom.+   Maar niemand van hen kan ooit een broeder loskopen of God een losprijs voor hem geven+   (de losprijs* voor hun leven* is zo hoog dat die altijd buiten hun bereik is)   waardoor hij eeuwig zou leven en de kuil* niet zou zien.+ 10  Hij ziet dat zelfs wijze mensen sterven. Dommen en dwazen komen samen aan hun eind+ en moeten hun vermogen aan anderen nalaten.+ 11  Hun innerlijke wens is dat hun huizen altijd blijven bestaan, hun tenten van generatie op generatie. Ze hebben hun landgoederen naar zichzelf vernoemd. 12  Maar een mens blijft niet leven, ook al heeft hij aanzien,+ hij is niet beter af dan dieren die vergaan.+ 13  Dit is de weg van de dwazen+ en van wie hen volgen en genieten van hun lege woorden. (sela) 14  Als schapen zijn ze bestemd voor het Graf,* de dood zal hun herder zijn. De oprechten zullen in de morgen over hen heersen.+ Elk spoor van hen zal vervagen,+ geen paleis maar het Graf*+ zal hun thuis zijn.+ 15  Maar God zal mij* verlossen uit de macht* van het Graf,*+ want hij zal me vastgrijpen. (sela) 16  Wees niet bang als een man rijk wordt en de pracht van zijn huis toeneemt. 17  Want bij zijn dood kan hij niets meenemen,+ zijn pracht daalt niet samen met hem af.+ 18  Tijdens zijn leven prijst hij zichzelf* gelukkig.+ (Mensen prijzen je als het je goed gaat.)+ 19  Maar uiteindelijk voegt hij zich bij de generatie van zijn voorouders. Nooit meer zullen ze het licht zien. 20  De mens die dat niet begrijpt, ook al heeft hij aanzien,+ is niet beter af dan dieren die vergaan.

Voetnoten

Of ‘het samenstel van dingen’.
Lett.: ‘zowel mensenzonen als mannenzonen’.
Lett.: ‘de overtreding’.
Of ‘loskoopprijs’.
Of ‘ziel’.
Of ‘het graf’.
Of ‘Sjeool’, het collectieve graf van de mensheid. Zie Woordenlijst.
Of ‘Sjeool’, het collectieve graf van de mensheid. Zie Woordenlijst.
Of ‘mijn ziel’.
Lett.: ‘hand’.
Of ‘Sjeool’, het collectieve graf van de mensheid. Zie Woordenlijst.
Of ‘zijn ziel’.