Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Psalmen 44:1-26

INHOUD

  • Een gebed om hulp

    • ‘U hebt ons gered’ (7)

    • ‘Als schapen voor de slacht’ (22)

    • ‘Sta op en kom ons te hulp’ (26)

Voor de koorleider. Van de zonen van Korach.+ Een maskil.* 44  O God, met onze eigen oren hebben we het gehoord, onze voorouders hebben het ons verteld:+ wat u hebt gedaan in hun dagen, de dagen van vroeger.   Met uw hand hebt u volken verdreven+ en onze voorouders daar gevestigd.+ U verbrijzelde volken en verdreef ze.+   Niet hun eigen zwaard nam het land in,+ niet hun eigen arm bracht hun de overwinning,+ maar uw rechterhand, uw arm+ en het licht van uw gelaat, omdat u ingenomen met hen was.+   U bent mijn Koning, o God.+ Beveel* een volledige overwinning* voor Jakob.   Door uw kracht zullen we onze vijanden terugdringen,+ in uw naam onze tegenstanders vertrappen.+   Op mijn boog vertrouw ik niet en mijn zwaard kan me niet redden.+   U hebt ons gered van onze tegenstanders,+ u hebt degenen vernederd die ons haten.   O God, we zullen u de hele dag loven, uw naam voor altijd prijzen. (sela)   Maar nu hebt u ons verstoten en vernederd, u trekt niet uit met onze legers. 10  U laat ons steeds vluchten voor onze tegenstander.+ Onze haters plunderen erop los. 11  U levert ons uit om als schapen verslonden te worden, u verstrooit ons onder de volken.+ 12  U verkoopt uw volk voor bijna niets,+ winst levert het* u niet op. 13  U maakt ons tot een mikpunt van spot voor onze buren, iedereen om ons heen jouwt en lacht ons uit. 14  U maakt ons belachelijk* onder de naties,+ iets waar de volken het hoofd over schudden. 15  De hele dag voel ik me vernederd, mijn schaamte overweldigt mij 16  als ik hun spot en beledigingen hoor, als onze vijand wraak op ons neemt. 17  Dat alles is ons overkomen, maar we zijn u niet vergeten, we hebben uw verbond+ niet geschonden. 18  Ons hart is niet afgeweken, onze voetstappen hebben uw pad niet verlaten. 19  Maar u hebt ons verbrijzeld waar de jakhalzen zijn en ons met diepe schaduw bedekt. 20  Als we de naam van onze God vergeten of onze handen uitstrekken om tot een vreemde god te bidden, 21  zou God het dan niet ontdekken? Hij kent de geheimen van het hart.+ 22  Om u worden we de hele dag gedood, we worden bezien als schapen voor de slacht.+ 23  Word wakker. Waarom blijft u slapen, o Jehovah?+ Ontwaak! Verstoot ons niet voor eeuwig.+ 24  Waarom verbergt u uw gezicht? Waarom vergeet u onze ellende en onderdrukking? 25  We* zijn neergeworpen in het stof, met ons lichaam tegen de grond gedrukt.+ 26  Sta op en kom ons te hulp,+ red* ons omwille van uw loyale liefde.+

Voetnoten

Of ‘geef’.
Of ‘grote redding’.
Of ‘de prijs voor hen’.
Lett.: ‘een spreekwoord’.
Of ‘onze zielen’.
Lett.: ‘verlos’.