Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Psalmen 37:1-40

INHOUD

  • Wie op Jehovah vertrouwen, gaat het goed

    • Niet opwinden over slechte mensen (1)

    • ‘Zoek je grootste vreugde bij Jehovah’ (4)

    • ‘Vertrouw je weg toe aan Jehovah’ (5)

    • Zachtmoedigen zullen aarde bezitten (11)

    • Rechtvaardige niet zonder brood (25)

    • Rechtvaardigen zullen eeuwig op aarde leven (29)

Van David. א [alef] 37  Wind je niet op over* slechte mensen en wees niet jaloers* op boosdoeners.+   Ze zullen snel verdorren als gras+ en verwelken als groen jong gras. ב [beth]   Vertrouw op Jehovah en doe het goede,+ verblijf op de aarde* en handel trouw.+   Zoek je grootste vreugde bij* Jehovah, dan zal hij je geven wat je hart verlangt. ג [gimel]   Vertrouw je weg toe aan* Jehovah.+ Verlaat je op hem, en hij zal het voor je opnemen.+   Hij laat je rechtvaardigheid stralen als het morgenlicht, je gerechtigheid als de middagzon. ד [daleth]   Wees stil vóór Jehovah+ en wacht hoopvol* op hem. Wind je niet op over iemand die zijn listige plannen laat slagen.+ ה [he]   Laat boosheid los en laat woede varen.+ Wind je niet op en richt je niet op slechte dingen.*   Want slechte mensen zullen vernietigd worden,+ maar wie op Jehovah hopen, zullen de aarde bezitten.+ ו [waw] 10  Nog even en er zijn geen slechte mensen meer.+ Je zult kijken op de plek waar ze waren, maar ze zijn er niet meer.+ 11  De zachtmoedigen zullen de aarde bezitten,+ ze zullen intens genieten van vrede in overvloed.+ ז [zajin] 12  De slechte smeedt plannen tegen de rechtvaardige,+ hij knarst met zijn tanden tegen hem. 13  Maar Jehovah lacht hem uit, want Hij weet dat zijn dag zal komen.+ ח [cheth] 14  Slechte mensen trekken hun zwaard en spannen hun boog om de onderdrukten en armen neer te halen, om af te slachten wie oprecht wandelen. 15  Maar hun zwaard zal hun eigen hart doorsteken,+ hun bogen zullen gebroken worden. ט [teth] 16  Beter het weinige van de rechtvaardige dan de overvloed van vele slechten.+ 17  Want de armen van de slechten worden gebroken, maar Jehovah zal de rechtvaardigen steunen. י [jodh] 18  Jehovah beseft wat de onberispelijken doormaken* en hun erfdeel blijft voor eeuwig behouden.+ 19  Ze zullen niet beschaamd worden in moeilijke tijden. In een tijd van hongersnood hebben ze overvloed. כ [kaf] 20  Maar slechte mensen zullen vergaan.+ De vijanden van Jehovah zullen verdwijnen als prachtige weiden, ze zullen verdwijnen als rook. ל [lamedh] 21  De slechte leent en betaalt niet terug, maar de rechtvaardige is gul* en geeft.+ 22  Wie Hij zegent, zullen de aarde bezitten, maar wie Hij vervloekt, zullen vernietigd worden.+ מ [mem] 23  Jehovah leidt* de stappen van een man+ als Hij blij is met de weg die hij volgt.+ 24  Al valt hij, hij zal niet blijven liggen,+ want Jehovah grijpt hem bij de hand.*+ נ [noen] 25  Eens was ik jong en nu ben ik oud, maar nooit zag ik een rechtvaardige verlaten worden,+ nooit zag ik zijn kinderen naar brood* zoeken.+ 26  Uit goedheid leent hij steeds weer uit+ en zijn kinderen wacht een zegen. ס [samekh] 27  Vermijd het slechte en doe wat goed is,+ dan zul je eeuwig op aarde wonen. 28  Want Jehovah heeft gerechtigheid lief, hij laat zijn loyalen niet in de steek.+ ע [ajin] Ze zullen altijd beschermd worden,+ maar de nakomelingen van de slechten worden vernietigd.+ 29  De rechtvaardigen zullen de aarde bezitten+ en ze zullen er eeuwig leven.+ פ [pe] 30  De mond van de rechtvaardige brengt wijsheid over,* zijn tong spreekt over gerechtigheid.+ 31  De wet van zijn God is in zijn hart.+ Zijn stappen zijn niet wankel.+ צ [tsadhe] 32  De slechte loert op de rechtvaardige en zoekt een kans om hem te doden. 33  Maar Jehovah zal hem niet aan zo iemand overleveren,+ hij zal hem niet schuldig verklaren als hij wordt geoordeeld.+ ק [qof] 34  Hoop op Jehovah en volg zijn weg, dan zal hij je verheffen om de aarde in bezit te nemen. Als de slechte mensen worden vernietigd,+ zul jij het zien.+ ר [resj] 35  Ik heb gezien hoe de wrede, slechte man zich uitbreidde als een bladerrijke boom op zijn eigen bodem.+ 36  Maar plotseling verdween hij en was hij weg.+ Ik bleef hem zoeken, maar hij was niet te vinden.+ ש [sjin] 37  Let op de onberispelijke* en houd de oprechte+ in het oog, want de toekomst van zo iemand is vredig.+ 38  Maar alle overtreders zullen vernietigd worden. Voor slechte mensen is er geen toekomst.+ ת [taw] 39  De redding van de rechtvaardigen komt van Jehovah.+ Hij is hun vesting in moeilijke tijden.+ 40  Jehovah zal ze helpen en redden.+ Hij zal ze bevrijden van slechte mensen en ze redden, omdat ze bij hem bescherming zoeken.+

Voetnoten

Of ‘word niet verhit vanwege’.
Of ‘afgunstig’.
Of ‘in het land’.
Of ‘schep heerlijke verrukking in’.
Lett.: ‘wentel je weg op’.
Of ‘geduldig’.
Of mogelijk ‘erger je niet, want dat leidt alleen maar tot ellende’.
Lett.: ‘de dagen van de onberispelijken’.
Of ‘toont gunst’.
Of ‘bevestigt’.
Of ‘steunt hem met Zijn hand’.
Of ‘voedsel’.
Of ‘uit met gedempte stem wijsheid’.
Of ‘degene die rechtschapen blijft’.