Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Psalmen 137:1-9

INHOUD

  • Aan de rivieren van Babylon

    • Geen liederen van Sion gezongen (3, 4)

    • Babylon wordt verwoest (8)

137  Aan de rivieren van Babylon,+ daar zaten we. We huilden als we aan Sion dachten.+   Aan de populieren in haar* midden hingen we onze harpen.+   Daar vroegen zij die ons gevangenhielden om een lied,+ onze bespotters wilden vermaak: ‘Zing voor ons een van de liederen van Sion.’   Hoe kunnen we het lied van Jehovah zingen op vreemde grond?   Als ik jou zou vergeten, Jeruzalem, laat mijn rechterhand dan vergeten.*+   Laat mijn tong aan mijn gehemelte kleven als ik niet meer aan je denk, als ik Jeruzalem niet stel boven mijn voornaamste redenen voor vreugde.+   Jehovah, denk terug aan wat de Edomieten zeiden op de dag van Jeruzalems val: ‘Haal die stad omver! Maak haar met de grond gelijk!’*+   Dochter Babylon, binnenkort word je verwoest.+ Gelukkig wie jou vergeldt wat je ons hebt aangedaan.+   Gelukkig hij die jouw kinderen grijpt en ze tegen de rotsen verplettert.+

Voetnoten

Doelend op Babylon.
Of mogelijk ‘verdorren’.
Lett.: ‘Leg het bloot tot op het fundament daarin!’