Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Psalmen 119:1-176

INHOUD

  • Waardering voor Gods kostbare woord

    • Hoe kunnen jongeren pad zuiver houden? (9)

    • ‘Ik ben blij met uw richtlijnen’ (24)

    • ‘Uw woord is mijn hoop’ (74, 81, 114)

    • ‘Hoe lief heb ik uw wet!’ (97)

    • ‘Meer inzicht dan al mijn leraren’ (99)

    • ‘Uw woord is een lamp voor mijn voet’ (105)

    • ‘Waarheid is de essentie van uw woord’ (160)

    • Vrede voor wie Gods wet liefhebben (165)

א [alef] 119  Gelukkig wie onberispelijk* zijn in hun weg, wie in de wet van Jehovah wandelen.+   Gelukkig wie zijn richtlijnen* opvolgen,+ wie hem zoeken met heel hun hart.+   Ze bedrijven geen onrecht, ze bewandelen zijn wegen.+   U hebt ons opgedragen uw bevelen strikt op te volgen.+   Kon ik maar standvastig blijven,*+ me aan uw voorschriften houden!   Dan zou ik niet beschaamd worden+ als ik stilsta bij al uw geboden.   Ik zal u loven met een oprecht hart als ik uw rechtvaardige bepalingen leer.   Ik zal me aan uw voorschriften houden. Laat me niet voorgoed in de steek. ב [beth]   Hoe kan een jonge man zijn pad zuiver houden? Door op te letten en te leven naar uw woord.+  10  Met mijn hele hart zoek ik u. Laat me niet afdwalen van uw geboden.+  11  Uw woord bewaar ik als een schat in mijn hart,+ zodat ik niet tegen u zondig.+  12  U komt alle eer toe, Jehovah. Leer mij uw voorschriften.  13  Met mijn lippen verkondig ik alle oordelen die u hebt uitgesproken.  14  Uw richtlijnen* geven me veel vreugde,+ meer dan alle andere waardevolle dingen.+  15  Ik zal uw bevelen overdenken*+ en mijn ogen op uw paden houden.+  16  Ik ben blij met uw voorschriften. Ik zal uw woord niet vergeten.+ ג [gimel]  17  Wees goed voor uw dienaar, dan zal ik leven en me houden aan uw woord.+  18  Open mijn ogen, zodat ik duidelijk zie hoe wondermooi uw wet is.  19  Ik ben maar een vreemdeling in het land.+ Verberg uw geboden niet voor mij.  20  Ik* word verteerd door verlangen naar uw bepalingen, de hele tijd.  21  U bestraft de hoogmoedigen, de vervloekten die afdwalen van uw geboden.+  22  Verlos me van* minachting en spot, want ik heb uw richtlijnen* opgevolgd.  23  Zelfs als vorsten tegen me samenspannen, overdenkt* uw dienaar uw voorschriften.  24  Ik ben blij met uw richtlijnen,*+ het zijn mijn raadgevers.+ ד [daleth]  25  Ik* lig languit in het stof.+ Houd me in leven zoals u hebt beloofd.*+  26  Ik vertelde u over mijn wegen en u antwoordde mij. Leer mij uw voorschriften.+  27  Laat mij de betekenis* van uw bevelen begrijpen, zodat ik uw wonderen kan overdenken.*+  28  Ik* ben slapeloos geweest van verdriet. Sterk mij naar uw woord.  29  Houd mij ver van het pad van bedrog+ en wees zo goed mij uw wet te geven.  30  Ik kies het pad van trouw.+ Ik besef dat uw oordelen juist zijn.  31  Ik klamp me vast aan uw richtlijnen.*+ O Jehovah, laat me niet teleurgesteld* worden.+  32  De weg van uw geboden volg ik graag,* want u maakt er plaats voor in mijn hart.* ה [he]  33  Jehovah, leer mij+ de weg van uw voorschriften, dan zal ik die tot het einde toe volgen.+  34  Geef me verstand, zodat ik me aan uw wet kan houden en er met mijn hele hart naar kan leven.  35  Leid me* over het pad van uw geboden,+ dat geeft me grote vreugde.  36  Richt mijn hart op uw richtlijnen* en niet op zelfverrijking.*+  37  Wend mijn ogen af van waardeloze dingen.+ Houd me op uw weg in leven.  38  Kom uw belofte* aan uw dienaar na, zodat men ontzag voor u heeft.*  39  Houd de schande die ik vrees ver van mij, want uw oordelen zijn goed.+  40  Zie hoe ik verlang naar uw bevelen. U bent rechtvaardig, houd mij in leven. ו [waw]  41  Laat mij uw loyale liefde ervaren, Jehovah,+ de redding zoals u die hebt beloofd.*+  42  Dan zal ik antwoorden wie mij belastert,* want ik vertrouw op uw woord.  43  Neem het woord van waarheid nooit weg uit mijn mond, want ik hoop* op uw oordeel.  44  Ik zal voortdurend naar uw wet leven, voor altijd en eeuwig.+  45  Ik zal op een veilige* plaats wandelen,+ want ik zoek uw bevelen.  46  Voor koningen zal ik over uw richtlijnen* spreken, zonder me te schamen.+  47  Ik ben blij met uw geboden, ja, ik heb ze lief.+  48  Ik zal mijn handen opheffen naar uw geboden, die ik liefheb,+ ik zal uw voorschriften overdenken.*+ ז [zajin]  49  Denk aan uw belofte* aan uw dienaar, waarmee u mij hoop geeft.*  50  Dat is mijn troost in mijn ellende,+ want uw belofte* houdt me in leven.  51  Hoe de hoogmoedigen mij ook bespotten, ik wijk niet af van uw wet.+  52  Aan uw oordelen van oudsher denk ik,+ Jehovah, en ze geven me troost.+  53  Grote woede grijpt me aan vanwege de slechten, die uw wet verwerpen.+  54  Uw voorschriften zijn voor mij als liederen, waar ik ook woon.*  55  In de nacht denk ik aan uw naam, o Jehovah,+ om naar uw wet te kunnen leven.  56  Dat is altijd mijn gewoonte geweest, ik heb uw bevelen opgevolgd. ח [cheth]  57  Jehovah is mijn deel.+ Ik heb beloofd me aan uw woorden te houden.+  58  Ik smeek u* met heel mijn hart.+ Toon mij gunst+ zoals u hebt beloofd.*  59  Ik heb mijn wegen onderzocht om mijn voeten weer te richten naar uw richtlijnen.*+  60  Ik haast me en aarzel niet me te houden aan uw geboden.+  61  Al omsluiten de touwen van de slechten mij, uw wet vergeet ik niet.+  62  Midden in de nacht sta ik op om u te danken+ voor uw rechtvaardige oordelen.  63  Ik ben een vriend van allen die ontzag voor u hebben, van allen die uw bevelen opvolgen.+  64  Uw loyale liefde vult de aarde, Jehovah.+ Leer mij uw voorschriften. ט [teth]  65  U bent goed geweest voor uw dienaar, Jehovah, zoals u hebt beloofd.*  66  Geef mij verstand en kennis,+ want ik vertrouw op uw geboden.  67  Voordat ellende mij trof, dwaalde ik vaak af,* maar nu houd ik me aan uw woord.+  68  U bent goed+ en uw daden zijn goed. Leer mij uw voorschriften.+  69  De hoogmoedigen besmeuren me met leugens, maar ik volg uw bevelen op met heel mijn hart.  70  Hun hart is ongevoelig,*+ maar ik ben blij met uw wet.+  71  Het is goed dat ik ellende meemaak.+ Zo kan ik uw voorschriften leren.  72  De wet uit uw mond is goed voor mij,+ beter dan duizenden stukken goud en zilver.+ י [jodh]  73  Uw handen hebben mij gemaakt en gevormd. Geef mij verstand, dan kan ik uw geboden leren.+  74  Wie ontzag voor u hebben, zien mij en zijn blij, want uw woord is mijn hoop.*+  75  Ik weet, Jehovah, dat uw oordelen rechtvaardig zijn+ en dat u me hebt gekweld in uw trouw.+  76  Troost me alstublieft met uw loyale liefde,+ zoals u uw dienaar hebt beloofd.*  77  Heb medelijden met mij,* zodat ik in leven blijf,+ want ik ben blij met uw wet.+  78  Mogen de hoogmoedigen te schande worden gemaakt, want zonder reden* doen ze me onrecht. Maar ik zal uw bevelen overdenken.*+  79  Laat bij me terugkomen wie ontzag voor u hebben, wie uw richtlijnen* kennen.  80  Mag ik met een onberispelijk hart uw voorschriften naleven,+ zodat ik niet beschaamd word gemaakt.+ כ [kaf]  81  Ik verlang* naar redding door u,+ want uw woord is mijn hoop.*  82  Mijn ogen verlangen naar uw belofte.*+ Ik vraag: ‘Wanneer zult u mij troosten?’+  83  Ik verschrompel als een leren zak in de rook, maar uw voorschriften vergeet ik niet.+  84  Hoeveel dagen moet uw dienaar wachten? Wanneer zult u het oordeel voltrekken aan mijn vervolgers?+  85  De hoogmoedigen graven kuilen voor mij, zij die uw wet weerstaan.  86  Al uw geboden zijn betrouwbaar. Mensen vervolgen mij zonder reden. Help mij!+  87  Ze vaagden me bijna weg van de aarde, maar ik verlaat uw bevelen niet.  88  Houd me in leven vanwege uw loyale liefde, zodat ik kan leven naar de richtlijnen* uit uw mond. ל [lamedh]  89  O Jehovah, voor altijd staat uw woord vast in de hemel.+  90  Uw trouw gaat van generatie op generatie.+ U hebt de aarde gegrondvest, zodat ze blijft staan.+  91  Dankzij uw bepalingen bestaan ze* nog steeds, want ze zijn allemaal uw dienaren.  92  Als ik niet zo blij was geweest met uw wet, zou ik van ellende zijn vergaan.+  93  Ik zal uw bevelen nooit vergeten, want daardoor hebt u mij in leven gehouden.+  94  Ik ben van u, red mij,+ want ik heb uw bevelen gezocht.+  95  Slechte mensen zijn uit op mijn ondergang, maar ik luister goed naar uw richtlijnen.*  96  Ik zie dat alle volmaaktheid grenzen kent, maar uw gebod is grenzeloos.* מ [mem]  97  Hoe lief heb ik uw wet!+ De hele dag overdenk* ik die.+  98  Uw gebod maakt me wijzer dan mijn vijanden,+ omdat het altijd bij me is.  99  Ik heb meer inzicht dan al mijn leraren,+ omdat ik uw richtlijnen* overdenk.* 100  Ik gedraag me met meer verstand dan oudere mannen, omdat ik uw bevelen opvolg. 101  Ik weiger te wandelen op elk pad dat slecht is.+ Zo kan ik me houden aan uw woord. 102  Ik wijk niet af van uw oordelen, want u hebt mij onderwezen. 103  Hoe zoet zijn uw woorden voor mijn gehemelte, zoeter dan honing voor mijn mond!+ 104  Dankzij uw bevelen gedraag ik me verstandig.+ Daarom haat ik elk leugenpad.+ נ [noen] 105  Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.+ 106  Ik heb een eed gezworen — daar zal ik me aan houden — om naar uw rechtvaardige bepalingen te leven. 107  Ik zit in diepe ellende.+ O Jehovah, houd me in leven zoals u hebt beloofd.*+ 108  Wees alstublieft blij met mijn vrijwillige lofoffers,*+ Jehovah, en leer me uw bepalingen.+ 109  Mijn leven is voortdurend in gevaar,* maar ik vergeet uw wet niet.+ 110  Slechte mensen hebben een valstrik voor me gespannen, maar ik wijk niet af van uw bevelen.+ 111  Uw richtlijnen* zijn voor mij een blijvend bezit,* ze zijn de vreugde van mijn hart.+ 112  Ik ben vastbesloten* om uw voorschriften te gehoorzamen, altijd, tot het einde toe. ס [samekh] 113  Ik haat halfhartige mensen,*+ maar uw wet heb ik lief.+ 114  U bent mijn schuilplaats en mijn schild,+ uw woord is mijn hoop.*+ 115  Ga weg van mij, boosdoeners,+ zodat ik de geboden van mijn God kan naleven. 116  Steun me zoals u hebt beloofd,*+ zodat ik in leven blijf. Laat mijn hoop niet omslaan in teleurstelling.*+ 117  Steun me zodat ik word gered.+ Dan zal ik me altijd op uw voorschriften concentreren.+ 118  U verwerpt wie van uw voorschriften afwijken,+ want ze liegen en bedriegen. 119  U ontdoet u van de slechten op aarde als van waardeloze schuimslakken.+ Daarom heb ik uw richtlijnen* lief. 120  Uit angst voor u beeft mijn lichaam,* ik vrees uw oordelen. ע [ajin] 121  Ik heb gedaan wat juist en rechtvaardig is. Lever me niet over aan mijn onderdrukkers! 122  Sta garant voor het welzijn van uw dienaar. Laat de hoogmoedigen mij niet onderdrukken. 123  Mijn ogen zijn verzwakt terwijl ik wacht op redding door u+ en op uw rechtvaardige belofte.*+ 124  Toon uw dienaar uw loyale liefde.+ Leer mij uw voorschriften.+ 125  Ik ben uw dienaar, geef mij verstand,+ zodat ik uw richtlijnen* leer kennen. 126  Het is tijd om in te grijpen, Jehovah,+ want ze hebben uw wet overtreden. 127  Daarom heb ik uw geboden lief, meer dan goud, zelfs zuiver* goud.+ 128  Alle instructies* van u zie ik als juist.+ Ik haat elk leugenpad.+ פ [pe] 129  Uw richtlijnen* zijn wonderbaar. Daarom houd ik* me eraan. 130  Het onthullen van uw woorden brengt licht,+ geeft de onervarenen verstand.+ 131  Ik open mijn mond wijd en zucht,* want ik verlang naar uw geboden.+ 132  Wend u naar mij en toon mij gunst,+ zoals u hebt bepaald voor wie uw naam liefhebben.+ 133  Leid mijn stappen veilig* dankzij uw woord, laat niets slechts over mij heersen.+ 134  Bevrijd* mij van onderdrukkers. Ik zal uw bevelen opvolgen. 135  Laat het licht van uw gelaat over uw dienaar schijnen*+ en leer mij uw voorschriften. 136  Tranen stromen uit mijn ogen omdat mensen zich niet aan uw wet houden.+ צ [tsadhe] 137  Jehovah, u bent rechtvaardig,+ uw oordelen zijn eerlijk.+ 138  Uw richtlijnen* zijn rechtvaardig en volkomen betrouwbaar. 139  Mijn ijver verteert mij,+ omdat mijn tegenstanders uw woorden zijn vergeten. 140  Uw woord is grondig gelouterd+ en uw dienaar heeft het lief.+ 141  Ik ben onbeduidend en word veracht.+ Toch ben ik uw bevelen niet vergeten. 142  Uw rechtvaardigheid is rechtvaardigheid voor eeuwig+ en uw wet is waarheid.+ 143  Al word ik getroffen door ellende en moeilijkheden, ik ben nog steeds blij met uw geboden. 144  Eeuwig is de rechtvaardigheid van uw richtlijnen.* Geef mij verstand,+ zodat ik in leven blijf. ק [qof] 145  Ik roep met mijn hele hart. Antwoord mij, o Jehovah. Ik zal me aan uw voorschriften houden. 146  Ik roep u aan, red mij! Ik zal uw richtlijnen* opvolgen. 147  Nog voor het licht wordt,* ben ik wakker en roep ik om hulp,+ want uw woorden zijn mijn hoop.* 148  Nog voor de nachtwaken open ik mijn ogen, zodat ik uw woord kan overdenken.*+ 149  Luister toch naar mijn stem vanwege uw loyale liefde.+ Jehovah, u bent rechtvaardig, houd me in leven. 150  Wie zich schaamteloos* gedragen, komen dichtbij, ver zijn ze afgeweken van uw wet. 151  Jehovah, u bent dichtbij+ en al uw geboden zijn waarheid.+ 152  Lang geleden heb ik over uw richtlijnen* geleerd dat u ze hebt ingesteld om eeuwig te gelden.+ ר [resj] 153  Zie mijn ellende en bevrijd mij,+ want ik ben uw wet niet vergeten. 154  Verdedig mij* en bevrijd mij,+ houd me in leven zoals u hebt beloofd.* 155  Voor slechte mensen is redding ver weg, want ze hebben uw voorschriften niet gezocht.+ 156  Uw barmhartigheid is groot, Jehovah.+ U bent rechtvaardig, houd me in leven. 157  Mijn vervolgers en tegenstanders zijn met velen,+ maar van uw richtlijnen* wijk ik niet af. 158  Ik zie de verraders en ik walg van ze, want ze houden zich niet aan uw woord.+ 159  Zie toch hoeveel ik van uw bevelen houd! Jehovah, houd me in leven vanwege uw loyale liefde.+ 160  Waarheid is de essentie van uw woord.+ Al uw rechtvaardige oordelen duren voor eeuwig. ש [sin of sjin] 161  Vorsten vervolgen me+ zonder reden, maar mijn hart is vol ontzag voor uw woorden.+ 162  Ik heb vreugde in uw woord,+ als de vinder van een grote buit. 163  Ik haat leugens — ik walg ervan.+ Ik heb uw wet lief.+ 164  Zeven keer per dag loof ik u om uw rechtvaardige oordelen. 165  Groot is de vrede voor wie uw wet liefhebben,+ niets kan hen tot struikelen brengen.* 166  Jehovah, ik hoop op uw reddingsdaden en ik leef naar uw geboden. 167  Ik* houd me aan uw richtlijnen* en ik heb ze innig lief.+ 168  Ik volg uw bevelen en richtlijnen* op, want u bent u bewust van alles wat ik doe.+ ת [taw] 169  Mag mijn hulpgeroep u bereiken, Jehovah.+ Geef mij verstand door uw woord.+ 170  Mag mijn verzoek om gunst tot u komen. Red mij, zoals u hebt beloofd.* 171  Laten mijn lippen overvloeien van lof,+ want u leert mij uw voorschriften. 172  Laat mijn tong zingen over uw woord,+ want al uw geboden zijn rechtvaardig. 173  Sta voor me klaar met uw helpende hand,+ want ik kies ervoor uw bevelen te gehoorzamen.+ 174  Ik verlang naar uw redding, Jehovah, en ik ben blij met uw wet.+ 175  Laat mij* in leven zodat ik u kan loven,+ mogen uw oordelen mijn hulp zijn. 176  Ik ben afgedwaald als een verloren schaap.+ Zoek uw dienaar, want ik ben uw geboden niet vergeten.+

Voetnoten

Of ‘rechtschapen’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Lett.: ‘o dat mijn wegen stevig bevestigd waren’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Of ‘onderzoeken’.
Of ‘mijn ziel’.
Lett.: ‘wentel van me af’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Of ‘onderzoekt’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Of ‘mijn ziel’.
Of ‘naar uw woord’.
Lett.: ‘weg’.
Of ‘onderzoeken’.
Of ‘mijn ziel’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Of ‘beschaamd’.
Lett.: ‘ik zal voortsnellen over’.
Of mogelijk ‘geeft mijn hart het vertrouwen’.
Of ‘laat me wandelen’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Of ‘winst’.
Of ‘toezegging’.
Of mogelijk ‘die is gedaan aan wie ontzag voor u hebben’.
Of ‘naar uw toezegging’.
Of ‘uitdaagt’.
Of ‘wacht’.
Of ‘ruime’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Of ‘onderzoeken’.
Of ‘woord’.
Of ‘waarop u mij liet wachten’.
Of ‘toezegging’.
Of ‘in het huis waar ik als vreemdeling woon’.
Of ‘zoek de glimlach van uw gezicht’.
Of ‘naar uw toezegging’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Of ‘naar uw woord’.
Of ‘zondigde ik per ongeluk’.
Lett.: ‘ongevoelig, net als vet’.
Of ‘ik wacht op uw woord’.
Of ‘naar uw toezegging’.
Of ‘wees mij barmhartig’.
Of mogelijk ‘met leugens’.
Of ‘onderzoeken’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Of ‘mijn ziel smacht’.
Of ‘ik wacht op uw woord’.
Of ‘toezegging’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
D.w.z. al zijn scheppingswerken.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Lett.: ‘zeer veelomvattend’.
Of ‘onderzoek’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Of ‘onderzoek’.
Of ‘naar uw woord’.
Lett.: ‘de vrijwillige offers van mijn mond’.
Of ‘mijn ziel is voortdurend in mijn hand’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Of ‘eeuwig erfdeel’.
Lett.: ‘heb mijn hart geneigd’.
Of ‘mensen met een verdeeld hart’.
Of ‘ik wacht op uw woord’.
Of ‘naar uw toezegging’.
Of ‘niet beschaamd worden gemaakt’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Lett.: ‘vlees’.
Of ‘toezegging’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Of ‘gelouterd’.
Of ‘bevelen’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Of ‘mijn ziel’.
Lett.: ‘hijg’.
Of ‘maak (...) vast’.
Lett.: ‘verlos’.
Of ‘glimlachen’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Of ‘in de ochtendschemering’.
Of ‘ik wacht op uw woorden’.
Of ‘onderzoeken’.
Of ‘obsceen’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Of ‘bepleit mijn rechtszaak’.
Of ‘naar uw toezegging’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Of ‘voor hen is er geen struikelblok’.
Of ‘mijn ziel’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Of ‘vermaningen’, ‘herinneringen’.
Of ‘naar uw toezegging’.
Of ‘mijn ziel’.