Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Psalmen 103:1-22

INHOUD

  • ‘Ik zal Jehovah loven’

    • God verwijdert zonden ver van ons (12)

    • Gods vaderlijke barmhartigheid (13)

    • God vergeet niet dat we stof zijn (14)

    • Jehovah’s troon en koningschap (19)

    • Engelen voeren Gods woord uit (20)

Van David. 103  Ik* zal Jehovah loven. Alles wat in mij is, looft zijn heilige naam.   Ik* zal Jehovah loven. Mag ik nooit vergeten wat hij allemaal heeft gedaan.+   Hij vergeeft al je fouten+ en geneest al je kwalen.+   Hij eist je leven op uit de kuil*+ en kroont je met zijn loyale liefde en barmhartigheid.+   Hij overlaadt je met het goede,+ heel je leven. Je jeugd vernieuwt zich als die van een arend.+   Jehovah doet wat rechtvaardig+ en recht is voor alle onderdrukten.+   Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend,+ aan de zonen van Israël zijn daden.+   Jehovah is barmhartig en meelevend,*+ hij wordt niet snel kwaad en is vol loyale liefde.*+   Hij zal ons niet voor altijd op onze fouten wijzen+ en niet voor eeuwig wrok koesteren.+ 10  Hij straft ons niet naar onze zonden,+ geeft ons niet het verdiende loon voor onze fouten.+ 11  Want zoals de hemel hoog boven de aarde is, is zijn loyale liefde groot voor wie ontzag voor hem hebben.+ 12  Zover als de zonsopgang is van de zonsondergang, zover heeft hij onze overtredingen van ons verwijderd.+ 13  Zoals een vader barmhartig is voor zijn zonen, is Jehovah barmhartig voor wie ontzag voor hem hebben.+ 14  Want hij weet heel goed hoe we zijn gevormd,+ hij vergeet niet dat we stof zijn.+ 15  Als gras zijn de dagen van de sterfelijke mens,+ als een bloem in het veld is hij.+ 16  Maar de wind waait en weg is hij, alsof hij er nooit is geweest.* 17  Voor altijd en eeuwig* toont Jehovah loyale liefde voor wie ontzag voor hem hebben.+ Hij is rechtvaardig voor de kinderen van hun kinderen,+ 18  voor wie zich aan zijn verbond houden+ en zijn bevelen strikt opvolgen. 19  Jehovah heeft zijn troon in de hemel gefundeerd,+ hij regeert als koning over alles.+ 20  Loof Jehovah, al zijn engelen,+ sterk in kracht, die zijn woord uitvoeren+ en zijn stem gehoorzamen.* 21  Loof Jehovah, al zijn legermachten,+ dienaren die zijn wil doen.+ 22  Loof Jehovah, al zijn werken, overal waar hij regeert.* Met heel mijn wezen* zal ik Jehovah loven.

Voetnoten

Of ‘mijn ziel’.
Of ‘mijn ziel’.
Of ‘het graf’.
Of ‘goedgunstig’.
Of ‘liefderijke goedheid’.
Lett.: ‘en zijn plaats kent hem niet langer’.
Of ‘van eeuwigheid tot eeuwigheid’.
Lett.: ‘de stem (het geluid) van zijn woord horen’.
Of ‘op alle plaatsen van zijn soevereiniteit’.
Of ‘mijn ziel’.