Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Prediker 8:1-17

INHOUD

  • Onvolmaakt menselijk bestuur (1-17)

    • Bevelen koning gehoorzamen (2-4)

    • Menselijke overheersing schadelijk (9)

    • Als iets niet snel wordt bestraft (11)

    • Eet, drink en geniet (15)

8  Wie is als de wijze? Wie weet de oplossing voor een probleem?* De wijsheid van een mens laat zijn gezicht stralen en verzacht zijn strenge aanblik.  Ik zeg: ‘Gehoorzaam de bevelen van de koning+ uit eerbied voor de eed aan God.+  Haast je niet om bij hem vandaan te gaan.+ Neem geen stelling voor iets slechts.+ Hij kan immers doen wat hij wil,  want het woord van de koning is bindend.+ Wie kan tegen hem zeggen: “Wat doet u?”’  Wie het gebod opvolgt komt niet in moeilijkheden,+ en het wijze hart kent de juiste tijd en procedure.*+  Voor alles is er een tijd en procedure, + want de mensheid heeft een overvloed aan problemen.  Niemand weet wat er zal gebeuren, dus wie kan zeggen hoe het zal gebeuren?  Zoals geen mens macht heeft over de geest* of de geest in bedwang kan houden, zo heeft niemand zeggenschap over de sterfdag.+ Zoals niemand verlof krijgt tijdens een oorlog, zo staat de slechtheid van mensen hun niet toe te ontsnappen.*  Dat alles heb ik gezien, en ik legde me met heel mijn hart toe op alles wat onder de zon is gedaan, in een tijd waarin de ene mens over de andere mens heeft geheerst ten koste van de ander.*+ 10  En ik zag dat de slechte mensen werden begraven, degenen die de heilige plaats steeds in en uit gingen. Maar al snel werden ze vergeten in de stad waar ze zich zo hadden gedragen.+ Ook dat is zinloos. 11  Omdat een slechte daad niet snel wordt bestraft,+ voelt het hart van mensen zich gesterkt om kwaad te doen.+ 12  Een zondaar kan wel honderd keer kwaad doen en toch lang leven. Maar ik besef ook dat het goed zal aflopen met hen die ontzag hebben voor de ware God, omdat ze ontzag voor hem hebben.+ 13  Met de slechte mens zal het echter niet goed aflopen+ en hij zal zijn dagen, die als een schaduw zijn, niet verlengen,+ omdat hij geen ontzag heeft voor God. 14  Er gebeurt iets op aarde dat zinloos* is: er zijn rechtvaardige mensen die behandeld worden alsof ze zich slecht hebben gedragen+ en slechte mensen die behandeld worden alsof ze zich rechtvaardig hebben gedragen.+ Ook dat, zeg ik, is zinloos. 15  Dus prees ik vreugde aan,+ want er is onder de zon niets beters voor de mens dan te eten en te drinken en te genieten. Die* moet hem vergezellen bij zijn harde werk tijdens de levensdagen+ die de ware God hem geeft onder de zon. 16  Ik legde me met heel mijn hart erop toe wijsheid te krijgen en alles* te zien wat op aarde gebeurt,+ en ik offerde er zelfs slaap voor op, dag en nacht.* 17  Toen overdacht ik al het werk van de ware God en ik besefte dat de mensen niet kunnen begrijpen wat er onder de zon gebeurt.+ Wat mensen ook proberen, ze kunnen het niet doorgronden. Ook al beweren ze wijs genoeg te zijn om het te weten, ze kunnen het niet echt begrijpen.+

Voetnoten

Of ‘de uitleg van een zaak’.
Of ‘oordeel’.
Of ‘adem’, ‘wind’.
Of mogelijk ‘zo kunnen slechte mensen niet worden gered door hun slechtheid’.
Of ‘tot diens nadeel’.
Of ‘frustrerend’.
D.w.z. vreugde.
Of ‘elke bezigheid’.
Of mogelijk ‘dat mensen overdag en ’s nachts geen slaap zien’.