Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Prediker 7:1-29

INHOUD

  • Goede naam en sterfdag (1-4)

  • Terechtwijzing van wijze (5-7)

  • Einde beter dan begin (8-10)

  • Voordeel van wijsheid (11, 12)

  • Goede en slechte dagen (13-15)

  • Uitersten vermijden (16-22)

  • Waarnemingen bijeenbrenger (23-29)

7  Een goede naam* is beter dan goede olie+ en de sterfdag beter dan de geboortedag.  Je kunt beter naar een huis gaan waar rouw is dan naar een huis waar feest is.+ Dat is immers het einde van elk mens en de levende moet het ter harte nemen.  Verdriet is beter dan lachen,+ want een droevig gezicht maakt het hart beter.+  Het hart van de wijze is in een huis van rouw, maar het hart van de dwaas is in een huis van vreugde.*+  Je kunt beter luisteren naar de terechtwijzing van een wijze+ dan naar het lied van dwazen.  Want zoals doorns knetteren onder de pot, zo knettert het gelach van de dwaas.+ Ook dat is zinloos.  Maar onderdrukking kan een wijze tot waanzin brengen en steekpenningen maken het hart corrupt.+  Beter het einde van een zaak dan het begin. Beter geduldig dan hoogmoedig.*+  Erger je niet te snel,*+ want ergernis woont in het hart van dwazen.*+ 10  Zeg niet: ‘Waarom was het vroeger beter dan nu?’ Zo’n vraag getuigt niet van wijsheid.+ 11  Wijsheid samen met een erfenis is iets goeds en biedt voordeel voor wie het daglicht zien.* 12  Want wijsheid is een bescherming,+ net als geld,+ maar het voordeel van kennis en wijsheid is dat ze de bezitter ervan in leven houden.+ 13  Kijk naar het werk van de ware God, want wie kan recht maken wat hij krom heeft gemaakt?+ 14  Is de dag goed, laat dan zien dat het goed gaat,+ maar is de dag rampzalig, bedenk dan dat God beide heeft gemaakt.+ Mensen kunnen niet weten* wat hun in de toekomst zal overkomen.+ 15  In mijn zinloze leven+ heb ik alles al gezien: van de rechtvaardige die ondanks zijn rechtvaardigheid sterft+ tot de slechte die ondanks zijn slechtheid lang leeft.+ 16  Wees niet al te rechtvaardig+ en doe niet al te wijs.+ Waarom zou je jezelf te gronde richten?+ 17  Wees niet al te slecht en wees niet dwaas.+ Waarom zou je sterven vóór je tijd?+ 18  Je kunt het beste de ene waarschuwing vasthouden zonder de andere los te laten,+ want wie ontzag heeft voor God luistert naar beide. 19  Wijsheid maakt een wijze man machtiger dan tien sterke mannen in een stad.+ 20  Er is geen rechtvaardig mens op aarde die altijd het goede doet en nooit zondigt.+ 21  Besteed ook niet te veel aandacht* aan elk woord dat mensen zeggen,+ anders hoor je nog dat je dienaar je vervloekt.* 22  Want in je hart weet je maar al te goed hoe vaak je zelf anderen hebt vervloekt.*+ 23  Dat alles onderzocht ik met mijn wijsheid en ik zei: ‘Ik zal wijs worden.’ Maar het bleef onbereikbaar voor me. 24  Wat tot bestaan is gekomen, is onbereikbaar en buitengewoon diep. Wie kan het begrijpen?+ 25  Met heel mijn hart probeerde ik wijsheid en de achterliggende reden voor dingen te kennen, te onderzoeken en te doorgronden, en te begrijpen hoe slecht dwaasheid is en hoe dwaas waanzin is.+ 26  Toen ontdekte ik dit: Bitterder dan de dood is de vrouw die als een vangnet is. Haar hart is als een sleepnet en haar handen zijn als boeien. Wie de ware God behaagt zal aan haar ontsnappen,+ maar de zondaar wordt door haar gevangen.+ 27  ‘Kijk, dit heb ik gevonden’, zegt de bijeenbrenger.+ ‘Ik heb het een na het ander onderzocht om tot mijn conclusie te komen, 28  maar waar ik* steeds naar zocht, heb ik niet gevonden. Onder duizend mensen vond ik één man,* maar ik vond geen vrouw onder hen. 29  Dit is het enige dat ik heb gevonden: de ware God heeft de mensen oprecht gemaakt,+ maar zij hebben allerlei plannen bedacht.’+

Voetnoten

Of ‘een goede reputatie’. Lett.: ‘een naam’.
Of ‘plezier’.
Lett.: ‘een hoogmoedige geest’.
Lett.: ‘haast je niet in je geest om geërgerd te raken’.
Of mogelijk ‘is het kenmerk van een dwaas’.
D.w.z. de levenden.
Of ‘ontdekken’.
Lett.: ‘geef je hart niet’.
Of ‘kwaad over je afsmeekt’.
Of ‘kwaad over anderen hebt afgesmeekt’.
Of ‘mijn ziel’.
Of ‘oprechte man’.