Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Prediker 10:1-20

INHOUD

  • Wijsheid bedorven door kleine dwaasheid (1)

  • Gevaren van onkunde (2-11)

  • Droevige situatie van dwazen (12-15)

  • Dwaasheid onder heersers (16-20)

    • Vogel kan woorden herhalen (20)

10  Zoals dode vliegen geurige olie bederven en laten stinken, zo bederft een kleine dwaasheid je wijsheid en eer.+  Het hart van de wijze leidt hem op de goede weg,* maar het hart van de dwaas leidt hem op het verkeerde pad.*+  Welke weg de dwaas ook gaat, het ontbreekt hem aan verstand,*+ en hij laat iedereen weten dat hij een dwaas is.+  Als de woede* van een heerser tegen je oplaait, verlaat dan je plaats niet,+ want kalmte bedwingt grote zonden.+  Ik heb iets verontrustends gezien onder de zon, een fout die machthebbers vaak maken:+  dwazen krijgen allerlei hoge posities, terwijl rijken* op lage posities blijven.  Ik heb slaven te paard gezien maar vorsten die te voet gaan als slaven.+  Wie een kuil graaft, kan erin vallen.+ En wie een stenen muur doorbreekt, kan gebeten worden door een slang.  Wie stenen uithouwt, kan zich verwonden, en wie hout klooft, loopt gevaar.* 10  Als een bijl bot is en je slijpt de snede niet, moet je veel kracht zetten. Maar met wijsheid heb je meer kans van slagen. 11  Als een slang bijt voordat hij bezworen is, heb je niets aan een vaardige bezweerder.* 12  De woorden uit de mond van de wijze leiden tot gunst,+ maar de lippen van de dwaas worden zijn ondergang.+ 13  De eerste woorden uit zijn mond zijn dwaasheid+ en zijn laatste woorden zijn rampzalige waanzin. 14  Maar de dwaas blijft maar praten.+ Een mens weet niet wat er zal gebeuren. Wie kan hem vertellen wat er na hem komen zal?+ 15  Het harde werk van de dwaas put hem uit. Hij weet niet eens de weg naar de stad te vinden. 16  Wee het land waar de koning nog maar een kind is+ en de bestuurders ’s morgens vroeg al aan het feestmaal beginnen! 17  Gelukkig het land waar de koning een man van adel is en de bestuurders op gepaste tijden aan tafel gaan om kracht op te doen, niet om dronken te worden!+ 18  Wegens grote luiheid verzakken de balken van het dak en wegens slappe handen gaat het huis lekken.+ 19  Brood* zorgt voor plezier en wijn maakt het leven aangenaam,+ maar geld voorziet in alle behoeften.+ 20  Vervloek* de koning niet,+ zelfs niet in gedachten,* en vervloek de rijke niet in je slaapkamer, want een vogel* kan het geluid* meevoeren, wat vleugels heeft kan herhalen wat gezegd is.

Voetnoten

Lett.: ‘is aan zijn rechterhand’.
Lett.: ‘is aan zijn linkerhand’.
Lett.: ‘hart’.
Lett.: ‘geest’, ‘adem’.
Of ‘bekwame mensen’.
Of mogelijk ‘moet daar voorzichtig mee zijn’.
Lett.: ‘de heer van de tong’.
Of ‘voedsel’.
Of ‘smeek geen kwaad af over’.
Of mogelijk ‘op je bed’.
Lett.: ‘vliegend schepsel van de hemel’.
Of ‘de boodschap’.