Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Een openbaring aan Johannes 14:1-20

INHOUD

  • Het Lam en de 144.000 (1-5)

  • Boodschappen van drie engelen (6-12)

    • Engel met goed nieuws (6, 7)

  • Gelukkig wie in eendracht met Christus sterven (13)

  • Twee oogsten van de aarde (14-20)

14  Toen keek ik en zag het Lam+ op de berg Sion+ staan, en met hem 144.000.+ Op hun voorhoofd stonden zijn naam en de naam van zijn Vader+ geschreven.  Ik hoorde een geluid uit de hemel komen dat klonk als bulderend water en als zware donder. Het geluid dat ik hoorde, klonk als zangers die zichzelf begeleiden door op hun harp te spelen.  Vóór de troon en vóór de vier levende wezens+ en de oudsten*+ zingen ze wat een nieuw lied+ lijkt te zijn. Niemand kon dat lied leren behalve de 144.000,+ die van de aarde zijn gekocht.  Zij zijn het die zich niet met vrouwen hebben verontreinigd — ze zijn maagden.+ Zij zijn het die het Lam blijven volgen waar hij ook naartoe gaat.+ Ze zijn uit de mensheid gekocht+ als eerstelingen*+ voor God en voor het Lam.  In hun mond werd geen bedrog gevonden, ze zijn zonder smet.+  En ik zag in het midden van de hemel* een andere engel vliegen. Hij had eeuwig goed nieuws om bekend te maken aan de bewoners van de aarde, aan alle landen, stammen, talen en volken.+  Hij zei met luide stem: ‘Heb ontzag voor God en geef hem eer, want het uur van oordeel door hem is gekomen.+ Aanbid daarom hem die de hemel, de aarde, de zee+ en de waterbronnen heeft gemaakt.’  Hij werd gevolgd door een tweede engel, die zei: ‘Ze is gevallen! Babylon de Grote+ is gevallen,+ zij die alle volken heeft laten drinken van de wijn van de wellust* van haar seksuele immoraliteit!’*+  Ze werden gevolgd door een derde engel, die met luide stem zei: ‘Als iemand het wilde beest+ en zijn beeld aanbidt en een merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand krijgt,+ 10  zal hij ook drinken van de wijn van Gods woede, die onverdund in de beker van Zijn woede+ is ingeschonken. Hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel+ voor de ogen van de heilige engelen en voor de ogen van het Lam. 11  De rook van hun pijniging zal voor altijd en eeuwig opstijgen.+ Dag en nacht is er geen rust voor degenen die het wilde beest en zijn beeld aanbidden en voor iedereen die het merkteken van zijn naam krijgt.+ 12  Hier komt het op volharding aan voor de heiligen,+ degenen die zich houden aan de geboden van God en vasthouden aan het geloof+ van Jezus.’ 13  En ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: ‘Schrijf op: gelukkig zijn vanaf nu de doden die in eendracht met de Heer sterven.+ Ja, zegt de geest, laat ze rusten van hun harde werk, want de dingen die ze hebben gedaan, gaan met hen mee.’ 14  Toen keek ik en zag een witte wolk. Op de wolk zat iemand als een mensenzoon,+ met een gouden kroon op zijn hoofd en een scherpe sikkel in zijn hand. 15  Een andere engel kwam uit het tempelheiligdom en riep met luide stem naar degene die op de wolk zat: ‘Sla uw sikkel erin en oogst, want het uur om te oogsten is aangebroken en de oogst van de aarde is door en door rijp.’+ 16  En degene die op de wolk zat, gooide zijn sikkel naar de aarde, en de aarde werd geoogst. 17  Er kwam nog een andere engel uit het tempelheiligdom dat in de hemel is, en ook hij had een scherpe sikkel. 18  En weer een andere engel kwam van het altaar, en hij had autoriteit over het vuur. Hij riep met luide stem naar degene die de scherpe sikkel had: ‘Sla je scherpe sikkel erin en oogst de trossen van de wijnstok van de aarde, want de druiven zijn rijp.’+ 19  De engel gooide zijn sikkel naar de aarde en oogstte de wijnstok van de aarde. Hij gooide hem in de grote wijnpers van Gods woede.+ 20  De wijnpers werd getreden buiten de stad. Er stroomde bloed uit de wijnpers tot aan de tomen van de paarden, over een afstand van 1600 stadie.*

Voetnoten

Of ‘ouderlingen’.
Of ‘in de lucht’, ‘boven het hoofd’.
Of ‘woede’.
Grieks: porneia. Zie Woordenlijst.
Zo’n 296 km. Een stadie was 185 m. Zie App. B14.