Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Numeri 8:1-26

INHOUD

  • Aäron steekt de zeven lampen aan (1-4)

  • Levieten gereinigd, beginnen dienst (5-22)

  • Leeftijdsgrens voor dienst Levieten (23-26)

8  Jehovah zei tegen Mozes:  ‘Zeg tegen Aäron: “Als je de zeven lampen aansteekt, moet je ervoor zorgen dat het licht ervan op de ruimte vóór de lampenstandaard schijnt.”’+  Aäron deed dus het volgende: hij stak de lampen aan om de ruimte vóór de lampenstandaard te verlichten,+ zoals Jehovah Mozes had opgedragen.  De lampenstandaard was gemaakt van gedreven goud. Van de schacht tot de bloesems was die van gedreven goud.+ De lampenstandaard was gemaakt in overeenstemming met het visioen+ dat Jehovah Mozes had laten zien.  Jehovah zei verder tegen Mozes:  ‘Neem de Levieten uit het midden van de Israëlieten en reinig hen.+  Zo moet je hen reinigen: Besprenkel hen met ontzondigingswater. Laat ze hun hele lichaam scheren met een scheermes en hun kleren wassen en zich reinigen.+  Dan moeten ze een jonge stier+ nemen met het bijbehorende graanoffer+ van meelbloem vermengd met olie, en jij moet een andere jonge stier nemen als zondeoffer.+  Laat de Levieten vóór de tent van samenkomst komen en roep de hele gemeenschap van Israël bij elkaar.+ 10  Wanneer je de Levieten vóór Jehovah hebt gebracht, moeten de Israëlieten hun handen op de Levieten leggen.+ 11  En Aäron moet de Levieten namens de Israëlieten vóór Jehovah aanbieden* als een beweegoffer,+ en ze moeten de dienst van Jehovah op zich nemen.+ 12  Vervolgens zullen de Levieten hun handen op de kop van de stieren leggen+ en de ene stier als zondeoffer en de andere als brandoffer aan Jehovah brengen om verzoening+ te doen voor de Levieten. 13  Je moet de Levieten vóór Aäron en zijn zonen opstellen en hen als een beweegoffer aan Jehovah aanbieden.* 14  De Levieten moet je uit het midden van de Israëlieten afzonderen, en de Levieten zullen van mij worden.+ 15  Daarna zullen de Levieten naar binnen gaan om dienst te doen bij de tent van samenkomst. Zo moet je hen reinigen en als een beweegoffer aanbieden.* 16  Want ze zijn* aan mij gegeven uit de Israëlieten. Ik zal hen voor mijzelf nemen in de plaats van alle eerstgeborenen* van de Israëlieten.+ 17  Want elke eerstgeborene van de Israëlieten is van mij, zowel mens als dier.+ Op de dag dat ik alle eerstgeborenen in Egypte doodde,+ heb ik hen voor mijzelf geheiligd. 18  Ik zal de Levieten nemen in de plaats van alle eerstgeborenen van de Israëlieten. 19  Ik zal uit de Israëlieten de Levieten* ter beschikking stellen van Aäron en zijn zonen, om dienst te doen bij de tent van samenkomst ten behoeve van de Israëlieten+ en om verzoening voor de Israëlieten te doen, zodat het volk Israël niets ergs overkomt+ wanneer ze in de buurt van de heilige plaats komen.’ 20  Mozes en Aäron en de hele gemeenschap van Israël voerden alles uit wat Jehovah Mozes in verband met de Levieten had opgedragen. Zo deden de Israëlieten met hen. 21  De Levieten reinigden zich dus van zonde en wasten hun kleren,+ waarna Aäron hen als een beweegoffer vóór Jehovah aanbood.*+ Toen deed Aäron verzoening voor hen om hen te reinigen.+ 22  Daarna gingen de Levieten naar binnen om vóór Aäron en zijn zonen dienst te doen bij de tent van samenkomst. Alles wat Jehovah Mozes in verband met de Levieten had opgedragen, werd uitgevoerd. 23  Jehovah zei tegen Mozes: 24  ‘Dit geldt voor de Levieten: Als een man 25 jaar of ouder is, moet hij zich aansluiten bij de groep die dienst doet bij de tent van samenkomst. 25  Maar als hij 50 jaar is, zal hij zich terugtrekken uit de groep en geen dienst meer doen. 26  Hij mag zijn broeders helpen die zorg dragen voor de werkzaamheden in de tent van samenkomst, maar hij mag daar geen dienst doen. Zo moet je de taken van de Levieten regelen.’+

Voetnoten

Lett.: ‘bewegen’, d.w.z. heen en weer laten bewegen.
Lett.: ‘bewegen’, d.w.z. heen en weer laten bewegen.
Lett.: ‘bewegen’, d.w.z. heen en weer laten bewegen.
Lett.: ‘ze zijn gegevenen’.
Of ‘alle eerstgeborenen die de moederschoot openen’.
Lett.: ‘de Levieten als gegevenen’.
Lett.: ‘bewoog’, d.w.z. dat hij ze heen en weer liet bewegen.