Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Numeri 7:1-89

INHOUD

  • Inwijdingsoffers tabernakel (1-89)

7  Op de dag dat Mozes klaar was met het opbouwen van de tabernakel,+ zalfde+ en heiligde hij die, samen met alle bijbehorende voorwerpen, en ook het altaar met alle bijbehorende voorwerpen.+ Nadat hij die dingen had gezalfd en geheiligd,+  boden de leiders van Israël+ — de hoofden van hun vaderlijke huizen — een geschenk aan. Deze hoofden van de stammen, die de leiding hadden over de registratie,  brachten vóór Jehovah een offer: zes overdekte wagens en 12 stieren,* één wagen per twee leiders en één stier per leider. Ze boden die vóór de tabernakel aan.  Jehovah zei tegen Mozes:  ‘Neem die dingen van hen aan, want ze zullen gebruikt worden voor de dienst bij de tent van samenkomst, en je moet ze aan de Levieten geven, afhankelijk van wat ieder voor zijn taken nodig heeft.’  Mozes nam de wagens en de runderen aan en gaf die aan de Levieten.  Aan de zonen van Ge̱rson gaf hij twee wagens en vier stieren, overeenkomstig wat nodig was voor hun taken,+  en aan de zonen van Mera̱ri gaf hij vier wagens en acht stieren, overeenkomstig wat nodig was voor hun taken. Dat alles stond onder leiding van I̱thamar, de zoon van de priester Aäron.+  Maar aan de zonen van Ke̱hath gaf hij niets, want hun taken omvatten de dienst van de heilige plaats+ en zij droegen de heilige dingen op hun schouders.+ 10  Bij de inwijding*+ van het altaar, op de dag dat het werd gezalfd, boden de leiders hun geschenken aan. Toen de leiders hun offer vóór het altaar kwamen aanbieden, 11  zei Jehovah tegen Mozes: ‘Laat elke dag één leider zijn offer voor de inwijding van het altaar aanbieden.’ 12  Degene die op de eerste dag zijn offer aanbood, was Nahe̱sson,+ de zoon van Ammina̱dab, uit de stam Juda. 13  Zijn offer bestond uit één zilveren schotel die 130 sikkels* woog en één zilveren schaal die 70 sikkels woog volgens de standaardsikkel van de heilige plaats,*+ beide gevuld met meelbloem vermengd met olie, als graanoffer;+ 14  één gouden beker* die 10 sikkels woog, gevuld met wierook; 15  één jonge stier, één ram en één mannetjeslam van nog geen jaar oud als brandoffer;+ 16  één geitenbokje als zondeoffer;+ 17  en twee stieren, vijf rammen, vijf geitenbokken en vijf eenjarige mannetjeslammeren als vredeoffer.+ Dat was het offer van Nahe̱sson, de zoon van Ammina̱dab.+ 18  Op de tweede dag bood Netha̱neël,+ de zoon van Zu̱ar, de leider van I̱ssaschar, zijn geschenk aan. 19  Hij bood als offer aan: één zilveren schotel die 130 sikkels woog en één zilveren schaal die 70 sikkels woog volgens de standaardsikkel van de heilige plaats,+ beide gevuld met meelbloem vermengd met olie, als graanoffer;+ 20  één gouden beker die 10 sikkels woog, gevuld met wierook; 21  één jonge stier, één ram en één mannetjeslam van nog geen jaar oud als brandoffer;+ 22  één geitenbokje als zondeoffer;+ 23  en twee stieren, vijf rammen, vijf geitenbokken en vijf eenjarige mannetjeslammeren als vredeoffer.+ Dat was het offer van Netha̱neël, de zoon van Zu̱ar. 24  Op de derde dag kwam de leider van de zonen van Ze̱bulon, Eli̱ab,+ de zoon van He̱lon, 25  zijn offer brengen. Het bestond uit één zilveren schotel die 130 sikkels woog en één zilveren schaal die 70 sikkels woog volgens de standaardsikkel van de heilige plaats,+ beide gevuld met meelbloem vermengd met olie, als graanoffer;+ 26  één gouden beker die 10 sikkels woog, gevuld met wierook; 27  één jonge stier, één ram en één mannetjeslam van nog geen jaar oud als brandoffer;+ 28  één geitenbokje als zondeoffer;+ 29  en twee stieren, vijf rammen, vijf geitenbokken en vijf eenjarige mannetjeslammeren als vredeoffer.+ Dat was het offer van Eli̱ab,+ de zoon van He̱lon. 30  Op de vierde dag kwam de leider van de zonen van Ruben, Eli̱zur,+ de zoon van Sede̱ür, 31  zijn offer brengen. Het bestond uit één zilveren schotel die 130 sikkels woog en één zilveren schaal die 70 sikkels woog volgens de standaardsikkel van de heilige plaats,+ beide gevuld met meelbloem vermengd met olie, als graanoffer;+ 32  één gouden beker die 10 sikkels woog, gevuld met wierook; 33  één jonge stier, één ram en één mannetjeslam van nog geen jaar oud als brandoffer;+ 34  één geitenbokje als zondeoffer;+ 35  en twee stieren, vijf rammen, vijf geitenbokken en vijf eenjarige mannetjeslammeren als vredeoffer.+ Dat was het offer van Eli̱zur,+ de zoon van Sede̱ür. 36  Op de vijfde dag kwam de leider van de zonen van Simeon, Selu̱miël,+ de zoon van Zuri̱saddai, 37  zijn offer brengen. Het bestond uit één zilveren schotel die 130 sikkels woog en één zilveren schaal die 70 sikkels woog volgens de standaardsikkel van de heilige plaats,+ beide gevuld met meelbloem vermengd met olie, als graanoffer;+ 38  één gouden beker die 10 sikkels woog, gevuld met wierook; 39  één jonge stier, één ram en één mannetjeslam van nog geen jaar oud als brandoffer;+ 40  één geitenbokje als zondeoffer;+ 41  en twee stieren, vijf rammen, vijf geitenbokken en vijf eenjarige mannetjeslammeren als vredeoffer.+ Dat was het offer van Selu̱miël,+ de zoon van Zuri̱saddai. 42  Op de zesde dag kwam de leider van de zonen van Gad, E̱ljasaf,+ de zoon van De̱huël, 43  zijn offer brengen. Het bestond uit één zilveren schotel die 130 sikkels woog en één zilveren schaal die 70 sikkels woog volgens de standaardsikkel van de heilige plaats,+ beide gevuld met meelbloem vermengd met olie, als graanoffer;+ 44  één gouden beker die 10 sikkels woog, gevuld met wierook; 45  één jonge stier, één ram en één mannetjeslam van nog geen jaar oud als brandoffer;+ 46  één geitenbokje als zondeoffer;+ 47  en twee stieren, vijf rammen, vijf geitenbokken en vijf eenjarige mannetjeslammeren als vredeoffer.+ Dat was het offer van E̱ljasaf,+ de zoon van De̱huël. 48  Op de zevende dag kwam de leider van de zonen van Efraïm, Elisa̱ma,+ de zoon van Ammi̱hud, 49  zijn offer brengen. Het bestond uit één zilveren schotel die 130 sikkels woog en één zilveren schaal die 70 sikkels woog volgens de standaardsikkel van de heilige plaats,+ beide gevuld met meelbloem vermengd met olie, als graanoffer;+ 50  één gouden beker die 10 sikkels woog, gevuld met wierook; 51  één jonge stier, één ram en één mannetjeslam van nog geen jaar oud als brandoffer;+ 52  één geitenbokje als zondeoffer;+ 53  en twee stieren, vijf rammen, vijf geitenbokken en vijf eenjarige mannetjeslammeren als vredeoffer.+ Dat was het offer van Elisa̱ma,+ de zoon van Ammi̱hud. 54  Op de achtste dag kwam de leider van de zonen van Manasse, Gama̱liël,+ de zoon van Peda̱zur, 55  zijn offer brengen. Het bestond uit één zilveren schotel die 130 sikkels woog en één zilveren schaal die 70 sikkels woog volgens de standaardsikkel van de heilige plaats,+ beide gevuld met meelbloem vermengd met olie, als graanoffer;+ 56  één gouden beker die 10 sikkels woog, gevuld met wierook; 57  één jonge stier, één ram en één mannetjeslam van nog geen jaar oud als brandoffer;+ 58  één geitenbokje als zondeoffer;+ 59  en twee stieren, vijf rammen, vijf geitenbokken en vijf eenjarige mannetjeslammeren als vredeoffer.+ Dat was het offer van Gama̱liël,+ de zoon van Peda̱zur. 60  Op de negende dag kwam de leider+ van de zonen van Benjamin, Abi̱dan,+ de zoon van Gideo̱ni, 61  zijn offer brengen. Het bestond uit één zilveren schotel die 130 sikkels woog en één zilveren schaal die 70 sikkels woog volgens de standaardsikkel van de heilige plaats,+ beide gevuld met meelbloem vermengd met olie, als graanoffer;+ 62  één gouden beker die 10 sikkels woog, gevuld met wierook; 63  één jonge stier, één ram en één mannetjeslam van nog geen jaar oud als brandoffer;+ 64  één geitenbokje als zondeoffer;+ 65  en twee stieren, vijf rammen, vijf geitenbokken en vijf eenjarige mannetjeslammeren als vredeoffer.+ Dat was het offer van Abi̱dan,+ de zoon van Gideo̱ni. 66  Op de tiende dag kwam de leider van de zonen van Dan, Ahië̱zer,+ de zoon van Ammisa̱ddai, 67  zijn offer brengen. Het bestond uit één zilveren schotel die 130 sikkels woog en één zilveren schaal die 70 sikkels woog volgens de standaardsikkel van de heilige plaats,+ beide gevuld met meelbloem vermengd met olie, als graanoffer;+ 68  één gouden beker die 10 sikkels woog, gevuld met wierook; 69  één jonge stier, één ram en één mannetjeslam van nog geen jaar oud als brandoffer;+ 70  één geitenbokje als zondeoffer;+ 71  en twee stieren, vijf rammen, vijf geitenbokken en vijf eenjarige mannetjeslammeren als vredeoffer.+ Dat was het offer van Ahië̱zer,+ de zoon van Ammisa̱ddai. 72  Op de 11de dag kwam de leider van de zonen van Aser, Pa̱giël,+ de zoon van O̱chran, 73  zijn offer brengen. Het bestond uit één zilveren schotel die 130 sikkels woog en één zilveren schaal die 70 sikkels woog volgens de standaardsikkel van de heilige plaats,+ beide gevuld met meelbloem vermengd met olie, als graanoffer;+ 74  één gouden beker die 10 sikkels woog, gevuld met wierook; 75  één jonge stier, één ram en één mannetjeslam van nog geen jaar oud als brandoffer;+ 76  één geitenbokje als zondeoffer;+ 77  en twee stieren, vijf rammen, vijf geitenbokken en vijf eenjarige mannetjeslammeren als vredeoffer.+ Dat was het offer van Pa̱giël,+ de zoon van O̱chran. 78  Op de 12de dag kwam de leider van de zonen van Na̱ftali, Ahi̱ra,+ de zoon van E̱nan, 79  zijn offer brengen. Het bestond uit één zilveren schotel die 130 sikkels woog en één zilveren schaal die 70 sikkels woog volgens de standaardsikkel van de heilige plaats,+ beide gevuld met meelbloem vermengd met olie, als graanoffer;+ 80  één gouden beker die 10 sikkels woog, gevuld met wierook; 81  één jonge stier, één ram en één mannetjeslam van nog geen jaar oud als brandoffer;+ 82  één geitenbokje als zondeoffer;+ 83  en twee stieren, vijf rammen, vijf geitenbokken en vijf eenjarige mannetjeslammeren als vredeoffer.+ Dat was het offer van Ahi̱ra,+ de zoon van E̱nan. 84  Dit was het inwijdingsoffer+ voor het altaar dat de leiders van Israël gaven toen het gezalfd werd: 12 zilveren schotels, 12 zilveren schalen en 12 gouden bekers.+ 85  Elke zilveren schotel woog 130 sikkels en elke schaal 70 sikkels. Al die zilveren voorwerpen wogen bij elkaar 2400 sikkels volgens de standaardsikkel van de heilige plaats.+ 86  De 12 gouden bekers gevuld met wierook wogen 10 sikkels per stuk volgens de standaardsikkel van de heilige plaats. Alle gouden bekers wogen bij elkaar 120 sikkels. 87  Het vee voor het brandoffer bestond uit 12 stieren, 12 rammen, 12 eenjarige mannetjeslammeren en de bijbehorende graanoffers; en 12 geitenbokjes als zondeoffer. 88  Het vee voor het vredeoffer bestond uit 24 stieren, 60 rammen, 60 geitenbokken en 60 eenjarige mannetjeslammeren. Dat was het inwijdingsoffer+ voor het altaar nadat het gezalfd was.+ 89  Telkens als Mozes de tent van samenkomst binnenging om met God* te spreken,+ hoorde hij de stem met hem spreken van boven het deksel+ op de ark van de getuigenis, van tussen de twee cherubs.+ God sprak dan tot hem.

Voetnoten

Of ‘ossen’.
Of ‘opdracht’.
Een sikkel woog 11,4 g. Zie App. B14.
Of ‘volgens de heilige sikkel’.
Of ‘kleine schaal’.
Lett.: ‘hem’.