Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Job 7:1-21

INHOUD

  • Job vervolgt rede (1-21)

    • Leven is als dwangarbeid (1, 2)

    • ‘Waarom ben ik uw doelwit geworden?’ (20)

7  Is het leven van een sterfelijk mens op aarde geen dwangarbeid? Zijn zijn dagen niet als die van een loonarbeider?+   Als een slaaf snakt hij naar de schaduw en als een loonarbeider wacht hij op zijn loon.+   Doelloze maanden kreeg ik als erfenis en ellendige nachten als loon.+   Als ik ga liggen, vraag ik: “Wanneer sta ik weer op?”+ Maar de nacht sleept zich voort en ik lig te woelen tot het ochtend wordt.*   Mijn lichaam* zit onder de maden en stukken vuil.+ Mijn huid zit vol korsten en pus.+   Mijn dagen schieten voorbij, sneller dan een weversspoel,+ en ze eindigen zonder hoop.+   Bedenk dat mijn leven als wind is,+ dat mijn oog het geluk* nooit meer zal zien.   Het oog dat mij nu ziet, zal mij niet meer zien. Jullie ogen zullen mij zoeken, maar ik zal er niet meer zijn.+   Als een wolk die vervaagt en verdwijnt, komt hij die afdaalt naar het Graf* er niet meer uit omhoog.+ 10  Hij zal niet meer terugkeren naar zijn huis en zijn woonplaats zal hem niet meer kennen.+ 11  Daarom zal ik mijn mond niet houden. In de kwelling van mijn geest zal ik spreken. In mijn bittere ellende* zal ik klagen!+ 12  Ben ik de zee of een zeemonster? Moet u mij laten bewaken? 13  Als ik zeg: “Mijn rustbank zal me troost brengen, mijn bed zal mijn leed verlichten”, 14  dan jaagt u me angst aan met dromen en maakt u me bang met visioenen. 15  Dan zou ik* kiezen voor verstikking, ja, nog eerder voor de dood dan voor dit lichaam van mij.*+ 16  Ik walg van mijn leven,+ ik wil niet verder leven. Laat me met rust, want mijn dagen zijn niet meer dan een zucht.+ 17  Wat is de sterfelijke mens dat u zich voor hem interesseert en dat u aandacht voor hem hebt?*+ 18  Waarom inspecteert u hem elke morgen en test u hem elk ogenblik?+ 19  Kunt u niet wegkijken en me de tijd geven mijn speeksel door te slikken?+ 20  Hoe kan ik u iets aandoen als ik zondig, Waarnemer van de mensen?+ Waarom ben ik uw doelwit geworden? Ben ik een last geworden voor u? 21  Waarom vergeeft u mijn overtreding niet en ziet u mijn fout niet door de vingers? Want binnenkort zal ik in het stof liggen+ en u zult me zoeken, maar ik zal er niet meer zijn.’

Voetnoten

Of ‘tot de ochtendschemering’.
Lett.: ‘vlees’.
Lett.: ‘goede’.
Of ‘Sjeool’, het collectieve graf van de mensheid. Zie Woordenlijst.
Of ‘met de bitterheid van mijn ziel’.
Of ‘mijn ziel’.
Lett.: ‘mijn gebeente’.
Lett.: ‘uw hart op hem richt’.