Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Job 16:1-22

INHOUD

  • Jobs antwoord (1-22)

    • ‘Jullie zijn troosters van niks!’ (2)

    • Beweert dat God hem tot doelwit maakt (12)

16  Job antwoordde:   ‘Zulke dingen heb ik al vaker gehoord. Jullie zijn allemaal troosters van niks!+   Komt er ooit een eind aan loze* woorden? Wat brengt jullie ertoe zo te antwoorden?   Ik zou net zo kunnen spreken als jullie. Als jullie in mijn plaats zouden zijn,* zou ik overtuigende toespraken tegen jullie kunnen houden en mijn hoofd schudden.+   Maar ik zou jullie juist sterken met de woorden van mijn mond en de troost van mijn lippen zou verlichting brengen.+   Als ik spreek, wordt mijn eigen pijn niet verzacht.+ En als ik zwijg, maakt dat mijn pijn dan minder?   Maar nu heeft hij me uitgeput.+ Hij heeft iedereen die bij me hoort* weggevaagd.   Ook grijpt hij* mij vast — het getuigt tegen mij dat ik uitgemergeld ben, het staat op en getuigt tegen mij.   Zijn woede heeft me verscheurd en hij koestert wrok tegen me.+ Hij knarst met zijn tanden tegen mij. Mijn tegenstander doorboort me met zijn ogen.+ 10  Ze hebben hun mond opengesperd tegen mij+ en ze hebben me spottend op mijn wangen geslagen. In grote groepen komen ze tegen mij samen.+ 11  God levert me over aan kwajongens en duwt me in de handen van wie slecht zijn.+ 12  Ik had geen zorgen, maar hij verbrijzelde me.+ Hij greep me bij de nek en verpletterde me. Hij maakte me tot zijn doelwit. 13  Zijn boogschutters omsingelen me.+ Hij doorboort mijn nieren+ en heeft geen medelijden. Hij giet mijn gal uit op de grond. 14  Hij slaat bres na bres in mij. Hij stormt op me af als een machtige strijder. 15  Ik heb zakken aan elkaar genaaid om mijn huid te bedekken+ en in het stof heb ik mijn waardigheid* begraven.+ 16  Mijn gezicht is rood van het huilen+ en over mijn oogleden ligt de schaduw van de dood.* 17  Maar er kleeft geen geweld aan mijn handen en mijn gebed is zuiver. 18  O aarde, bedek mijn bloed niet!+ En laat er geen rustplaats zijn voor mijn geschreeuw! 19  Zelfs nu nog is mijn getuige in de hemel. In de hoogte is iemand die voor mij kan getuigen. 20  Mijn vrienden maken me belachelijk.+ In tranen* zien mijn ogen op naar God.+ 21  Laat iemand bemiddelen tussen een mens en God zoals tussen de ene mens en de andere.+ 22  Want er resten mij nog weinig jaren en ik ga langs het pad waarvan niemand terugkeert.+

Voetnoten

Of ‘winderige’.
Of ‘als jullie ziel in plaats van mijn ziel zou zijn’.
Of ‘degenen die met mij bijeenkomen’.
Lett.: ‘u’.
Of ‘kracht’. Lett.: ‘hoorn’.
Of ‘een diepe schaduw’.
Of mogelijk ‘slapeloos’.