Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Jesaja 5:1-30

INHOUD

  • Lied over Jehovah’s wijngaard (1-7)

  • Weeën betreffende Jehovah’s wijngaard (8-24)

  • God woedend op zijn volk (25-30)

5  Ik wil graag voor mijn geliefde zingen, een lied over mijn dierbare en zijn wijngaard.+ Mijn geliefde had een wijngaard op een vruchtbare helling.   Hij spitte die om en verwijderde de stenen. Hij plantte er eersteklas rode wijnstokken, bouwde er een toren middenin en hakte een wijnpers uit.+ Hij bleef hopen dat de wijngaard goede druiven zou opleveren, maar die bracht alleen slechte druiven voort.+   ‘Nu dan, inwoners van Jeruzalem en mannen van Juda, oordeel alsjeblieft tussen mij en mijn wijngaard.+   Wat had ik nog meer kunnen doen voor mijn wijngaard dan wat ik al heb gedaan?+ Ik hoopte op goede druiven, maar waarom leverde hij alleen slechte druiven op?   Ik zal jullie vertellen wat ik met mijn wijngaard ga doen: Ik zal zijn heg verwijderen en hij zal verbrand worden.+ Ik zal zijn stenen muur afbreken en hij zal vertrapt worden.   Ik zal hem laten verwilderen.+ Er zal niet gesnoeid of gewied worden. Hij zal overwoekerd worden door doornstruiken en onkruid+ en ik zal de wolken bevelen er geen regen op te laten vallen.+   Want het huis van Israël is de wijngaard van Jehovah van de legermachten.+ De mannen van Juda zijn de aanplant waarop hij gesteld was. Hij bleef hopen op recht,+ maar er was onrecht, op rechtvaardigheid, maar er was een noodkreet.’+   Wee degenen die het ene huis bij het andere voegen+ en het ene veld bij het andere trekken+ tot er geen ruimte meer is en zij als enigen in het land wonen!   Ik hoorde Jehovah van de legermachten zweren dat veel huizen, ook de grootste en de mooiste, een verschrikkelijke aanblik zullen bieden, zonder bewoners.+ 10  Want een wijngaard van tien juk* zal maar één bath* opleveren, en een homer* zaad zal maar één efa* opleveren.+ 11  Wee degenen die vroeg in de morgen opstaan om aan de drank te gaan,+ die tot laat in de avondschemering blijven hangen tot ze gloeien van de wijn! 12  Ze hebben harpen en snaarinstrumenten, tamboerijnen, fluiten en wijn op hun feesten. Maar ze hebben geen oog voor de daden van Jehovah en ze zien het werk van zijn handen niet. 13  Daarom zal mijn volk in ballingschap gaan vanwege gebrek aan kennis.+ Hun voorname mannen zullen honger lijden+ en heel hun volk zal vergaan van de dorst. 14  Daarom heeft het Graf* zich* vergroot en zijn mond grenzeloos wijd geopend.+ En de pracht* van de stad, de luidruchtige menigten en de feestvierders zullen er beslist in afdalen. 15  De mens zal zich neerbuigen, hij zal worden verlaagd, en wie trots is zal zijn ogen moeten neerslaan. 16  Jehovah van de legermachten zal worden verhoogd door zijn oordeel,* de ware God, de Heilige,+ zal zich heiligen door rechtvaardigheid.+ 17  De lammeren zullen er grazen als op hun eigen weide. Vreemdelingen zullen eten op de verlaten plaatsen waar vette dieren ooit verbleven. 18  Wee degenen die hun schuld meeslepen met touwen van bedrog en hun zonden met wagentouwen. 19  Ze zeggen: ‘Laat Hij toch opschieten. Laat Hij voortmaken met zijn werk, zodat we het zien. Laat het voornemen* van de Heilige van Israël uitgevoerd worden, zodat we het weten!’+ 20  Wee degenen die zeggen dat goed slecht is en slecht goed,+ die duisternis vervangen door licht en licht door duisternis, die bitter vervangen door zoet en zoet door bitter! 21  Wee degenen die wijs zijn in hun eigen ogen en die naar hun eigen mening verstandig zijn!+ 22  Wee degenen die een held zijn in het drinken van wijn en mannen die meester zijn in het mengen van drank,+ 23  die slechte mensen vrijspreken voor steekpenningen+ en die rechtvaardigen het recht ontzeggen!+ 24  Daarom, zoals stoppels door vuurtongen worden verteerd en dor gras in de vlammen verschroeit, zo zullen hun wortels wegrotten en hun bloesems verwaaien als stof, omdat ze de wet* van Jehovah van de legermachten hebben verworpen en het woord van de Heilige van Israël hebben geminacht.+ 25  Daarom is Jehovah woedend op zijn volk, hij zal zijn hand tegen hen opheffen en hen slaan.+ De bergen zullen beven, hun lijken zullen als vuil op straat liggen.+ Vanwege dat alles is zijn woede niet bekoeld, zijn hand is nog steeds opgeheven om hen te slaan. 26  Hij heeft een signaal* omhooggeheven voor een ver volk.+ Hij heeft gefloten om ze van de uiteinden van de aarde te laten komen.+ En kijk! Ze komen heel snel.+ 27  Niemand van hen is moe of struikelt. Niemand sluimert of slaapt. De gordel om hun middel gaat niet los en hun sandaalriemen breken niet. 28  Al hun pijlen zijn scherp en al hun bogen zijn gespannen.* De hoeven van hun paarden zijn als vuursteen en de wielen van hun wagens als een stormwind.+ 29  Hun gebrul is als dat van een leeuw, ze brullen als jonge leeuwen.*+ Ze zullen grommen en de prooi grijpen en die meeslepen zonder dat iemand hen tegenhoudt. 30  Op die dag zullen ze erover grommen als het gebulder van de zee.+ Iedereen die het land bekijkt, ziet onheilspellende duisternis. Zelfs het licht is donker geworden door de wolken.+

Voetnoten

Een juk is de hoeveelheid land die een span ossen in één dag kan ploegen en komt waarschijnlijk overeen met ongeveer 0,4 ha.
Of ‘Sjeool’, het collectieve graf van de mensheid. Zie Woordenlijst.
Of ‘zijn ziel’.
Of ‘vooraanstaande personen’.
Of ‘het recht’.
Of ‘het besluit’, ‘de raad’.
Of ‘het onderwijs’.
Of ‘signaalmast’.
Of ‘schietklaar’.
Of ‘jonge leeuwen met manen’.