Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Jesaja 43:1-28

INHOUD

  • Jehovah verzamelt zijn volk weer (1-7)

  • Goden staan terecht (8-13)

    • ‘Jullie zijn mijn getuigen’ (10, 12)

  • Bevrijding uit Babylon (14-21)

  • ‘Laten we een rechtszaak tegen elkaar voeren’ (22-28)

43  En nu, dit zegt Jehovah, je Schepper, o Jakob, degene die je gevormd heeft, o Israël:+ ‘Wees niet bang, want ik heb je teruggekocht.+ Ik heb je bij je naam geroepen. Jij bent van mij.   Als je door het water gaat, zal ik met je zijn,+ als je rivieren oversteekt, zullen ze je niet overspoelen.+ Als je door het vuur gaat, zul je je niet branden, de vlammen zullen je niet verschroeien.   Want ik ben Jehovah, je God, de Heilige van Israël, je Redder. Voor jou heb ik Egypte als losprijs gegeven, Ethiopië en Se̱ba in ruil voor jou.   Want je werd kostbaar in mijn ogen,+ je werd geëerd en ik houd van je.+ Daarom zal ik mensen voor jou in de plaats geven en volken in ruil voor je leven.*   Wees niet bang, want ik ben met je.+ Uit het oosten zal ik je nageslacht* terughalen en uit het westen zal ik je verzamelen.+   Ik zal tegen het noorden zeggen: “Geef ze terug!”+ en tegen het zuiden: “Laat ze gaan. Haal mijn zonen van ver en mijn dochters van de einden van de aarde,+   iedereen die mijn naam draagt+ en die ik ter wille van mijn eigen glorie heb geschapen, die ik heb gemaakt en gevormd.”+   Laat het volk komen dat ogen heeft maar toch blind is en dat oren heeft maar toch doof is.+   Breng alle volken op één plaats bij elkaar en verzamel de naties.+ Wie van hen* kan dit vertellen of ons de eerste dingen* laten horen?+ Laten ze getuigen oproepen om hun gelijk te bewijzen zodat men het hoort en zegt: “Het is waar!”’+ 10  ‘Jullie zijn mijn getuigen,’+ verklaart Jehovah, ‘mijn dienaar die ik heb uitgekozen,+ zodat jullie mij kennen en in mij geloven* en begrijpen dat ik Dezelfde ben.+ Vóór mij is er geen God gevormd, en ook na mij is er geen gekomen.+ 11  Ik — ik ben Jehovah,+ en buiten mij is er geen redder.’+ 12  ‘Ik ben degene die heeft aangekondigd, gered en bekendgemaakt toen er geen enkele vreemde god onder jullie was.+ Daarom zijn jullie mijn getuigen,’ verklaart Jehovah, ‘en ik ben God.+ 13  Ook ben ik altijd Dezelfde,+ en niemand kan iets uit mijn hand wegrukken.+ Wie kan het tegenhouden als ik iets doe?’+ 14  Dit zegt Jehovah, jullie Terugkoper,+ de Heilige van Israël:+ ‘Ter wille van jullie zal ik iemand naar Babylon sturen en alle grendels van de poorten naar beneden halen,+ en de Chaldeeën in hun schepen zullen het uitschreeuwen van angst.+ 15  Ik ben Jehovah, jullie Heilige,+ de Schepper van Israël,+ jullie Koning.’+ 16  Dit zegt Jehovah, die een weg baant door de zee en zelfs een pad maakt door kolkend water,+ 17  die de strijdwagen en het paard laat optrekken,+ het leger met de machtige strijders: ‘Ze gaan liggen en zullen niet meer opstaan.+ Ze zullen vergaan, uitgedoofd als een brandende pit.’ 18  ‘Denk niet aan wat er vroeger gebeurd is en blijf niet hangen in het verleden. 19  Kijk! Ik doe iets nieuws.+ Het gebeurt nu al. Zien jullie het niet? Ik zal een weg door de wildernis maken+ en rivieren door de woestijn.+ 20  De wilde dieren zullen me eren, de jakhalzen en de struisvogels. Want ik geef water in de wildernis en rivieren in de woestijn,+ zodat mijn volk, mijn uitverkorene,+ kan drinken. 21  Het volk dat ik voor mij gevormd heb, kan dan mijn lof verkondigen.+ 22  Maar je hebt me niet geroepen, Jakob,+ want je wordt moe van me, Israël.+ 23  Je hebt me geen schapen gebracht voor je volledige brandoffers en me niet geëerd met je slachtoffers. Ik heb je niet gedwongen mij een geschenk te geven en ik heb je ook niet vermoeid door geurige hars+ te eisen. 24  Je hebt met je geld geen kalmoes* voor me gekocht en je hebt me niet verzadigd met het vet van je slachtoffers.+ In plaats daarvan heb je me belast met je zonden en me vermoeid met je fouten.+ 25  Ik — ik ben degene die je overtredingen* uitwist+ ter wille van mezelf,+ en ik zal niet meer denken aan je zonden.+ 26  Laten we een rechtszaak tegen elkaar voeren. Herinner me eraan, vertel me jouw kant van de zaak om te bewijzen dat je gelijk hebt. 27  Je eerste voorvader heeft gezondigd en je eigen woordvoerders* zijn tegen me in opstand gekomen.+ 28  Daarom zal ik de leiders van de heilige plaats ontwijden, ik zal Jakob overleveren aan vernietiging en Israël aan spottende woorden.+

Voetnoten

Of ‘ziel’.
Lett.: ‘zaad’.
Blijkbaar valse goden.
Mogelijk de eerste dingen die in de toekomst gaan gebeuren.
Of ‘en mij vertrouwen’.
Een aromatische rietsoort.
Of ‘opstandige daden’.
Mogelijk leraren van de wet.