Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Jesaja 32:1-20

INHOUD

  • Koning en vorsten zullen regeren voor echte gerechtigheid (1-8)

  • Zelfvoldane vrouwen gewaarschuwd (9-14)

  • Zegeningen als geest wordt uitgestort (15-20)

32  Luister! Een koning+ zal regeren voor rechtvaardigheid+ en vorsten zullen regeren voor gerechtigheid.   En elk van hen zal zijn als een beschutting* tegen de wind, een schuilplaats* tegen slagregens, als waterstromen in een dorre streek,+ als de schaduw van een grote rots in een uitgedroogd land.   Dan zullen de ogen van wie zien niet langer dichtgestreken zijn en de oren van wie horen zullen luisteren.   Het hart van impulsieve mensen zal nadenken over kennis en de tong van stotteraars zal vloeiend en duidelijk spreken.+   De dwaas zal niet langer vrijgevig worden genoemd en de gewetenloze niet langer nobel.   Want de dwaas zal onzinnige dingen zeggen en zijn hart zal boosaardige plannen maken+ om afvalligheid* te bevorderen en om opstandig tegen Jehovah te praten, om de hongerige* honger te laten lijden en om de dorstige water te ontzeggen.   De middelen van de gewetenloze zijn slecht.+ Hij bevordert schaamteloos gedrag om de ellendige met leugens ten val te brengen,+ al bepleit de arme zijn recht.   Maar wie nobel is heeft nobele bedoelingen en blijft zich inzetten voor nobele* zaken.   ‘Zelfvoldane vrouwen, sta op en luister naar mijn stem! Zorgeloze dochters,+ hoor wat ik te zeggen heb! 10  Zorgelozen, over iets meer dan een jaar zullen jullie huiveren, want aan het eind van de druivenoogst zullen er geen vruchten verzameld zijn.+ 11  Beef, zelfvoldane vrouwen! Huiver, zorgelozen! Trek al je kleren uit en doe een zak om je heupen.+ 12  Sla je van verdriet op de borst vanwege de prachtige velden en de vruchtbare wijnstokken. 13  Want de grond van mijn volk zal bedekt zijn met distels en doorns, ze zullen alle huizen waar vreugde is overwoekeren, heel de uitbundige stad.+ 14  Want de vesting is verlaten, de rumoerige stad is uitgestorven.+ O̱fel+ en de wachttoren zijn voor altijd een woestenij geworden, een paradijs voor wilde ezels, een weide voor de kudden,+ 15  totdat de geest van boven over ons wordt uitgestort+ en de woestijn een boomgaard wordt en de boomgaard op een woud gaat lijken.+ 16  Dan woont gerechtigheid in de woestijn en rechtvaardigheid in de boomgaard.+ 17  Ware rechtvaardigheid zal vrede opleveren,+ ware rechtvaardigheid zal zorgen voor blijvende rust en veiligheid.+ 18  Mijn volk zal in een vredige plaats wonen, in veilige oorden, in plaatsen van ongestoorde rust.+ 19  Maar de hagel zal het woud verpletteren en de stad wordt met de grond gelijkgemaakt. 20  Gelukkig zijn jullie die aan alle wateren zaaien, die de stier en de ezel eropuit sturen.’*+

Voetnoten

Of ‘wijkplaats’.
Of ‘toevlucht’.
Of ‘oneerbiedig gedrag’.
Of ‘de ziel van de hongerige’.
Of ‘ruimhartige’, ‘vrijgevige’.
Of ‘loslaten’.