Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Jesaja 30:1-33

INHOUD

  • Hulp van Egypte totaal waardeloos (1-7)

  • Volk verwerpt profetische boodschap (8-14)

  • Kracht door vertrouwen (15-17)

  • Jehovah toont volk zijn goedheid (18-26)

    • Jehovah, Grootse Onderwijzer (20)

    • ‘Dit is de weg’ (21)

  • Jehovah’s oordeel over Assyrië (27-33)

30  ‘Wee de koppige zonen’,+ verklaart Jehovah, ‘die plannen uitvoeren die niet van mij zijn,+ die verdragen sluiten,* maar niet onder leiding van mijn geest. Zo stapelen ze de ene zonde op de andere.   Ze gaan op weg naar Egypte+ zonder mij* te raadplegen,+ om bescherming te zoeken bij de farao* en om toevlucht te zoeken in de schaduw van Egypte!   Maar de bescherming van de farao zal voor jullie een reden tot schaamte worden en de toevlucht in de schaduw van Egypte een oorzaak van schande.+   Want zijn leiders zijn in Zo̱an+ en zijn afgezanten hebben Ha̱nes bereikt.   Ze zullen allemaal te schande worden gemaakt door een volk waar ze niets aan hebben, een volk dat geen hulp of voordeel biedt, alleen maar schaamte en schande.’+  Uitspraak tegen de dieren van het zuiden: Door het land van ellende en moeilijkheden, het land van de leeuw, de brullende leeuw, van de adder en de vliegende vurige slang,* dragen ze hun rijkdom op de ruggen van ezels en hun voorraden op de bulten van kamelen. Maar die dingen zullen het volk niet helpen.   Want de hulp van Egypte is totaal waardeloos.+ Daarom heb ik het genoemd: ‘Ra̱hab,+ die niets doet.’   ‘Kom, schrijf het in hun bijzijn op een bord en teken het op in een boek,+ zodat het in de toekomst dient als een blijvend getuigenis.+   Want ze zijn een opstandig volk,+ het zijn zonen vol bedrog,+ zonen die de wet* van Jehovah niet willen horen.+ 10  Ze zeggen tegen de zieners: “Laat jullie visioenen maar zitten”, en tegen de visionairs: “Vertel ons geen ware voorspellingen.+ Vertel ons dingen die we graag willen horen,* voorspel misleidende illusies.+ 11  Verlaat de weg, wijk af van het pad. Vertel ons niet meer over de Heilige van Israël.”’+ 12  Daarom zegt de Heilige van Israël: ‘Omdat jullie dit woord verwerpen+ en jullie vertrouwen op leugens en bedrog en daarop steunen,+ 13  zal deze overtreding voor jullie zijn als een beschadigde muur, als een uitpuilende hoge muur die op het punt staat in te storten. Hij zal plotseling en onverwacht vallen. 14  Hij zal stukgeslagen worden als een grote pottenbakkerskruik en zo volledig verbrijzeld worden dat er nog geen scherf van overblijft waarmee je vuur uit de haard kunt halen of water uit een plas* kunt scheppen.’ 15  Want dit zegt de Soevereine Heer Jehovah, de Heilige van Israël: ‘Kom bij me terug en blijf rustig, dan worden jullie gered. Jullie kracht zal liggen in kalmte en vertrouwen.’+ Maar jullie wilden niet.+ 16  Jullie zeiden: ‘Nee! We vluchten op paarden!’ En vluchten zul je. ‘We zullen op snelle paarden rijden!’+ Daarom zullen je achtervolgers snel zijn.+ 17  Bij de dreiging van één zullen er duizend beven.+ Bij de dreiging van vijf zullen jullie op de vlucht slaan. Wat er van jullie overblijft is als een mast op een bergtop, als een signaalmast op een heuvel.+ 18  Maar Jehovah wacht geduldig* tot hij jullie zijn goedheid kan tonen,+ en hij zal opstaan om barmhartig voor jullie te zijn.+ Want Jehovah is een God van recht.+ Gelukkig zijn degenen die hem blijven verwachten.*+ 19  Wanneer het volk in Sion, in Jeruzalem, woont,+ zul je beslist niet huilen.+ Hij zal je juist zijn goedheid tonen als hij je hulpgeroep hoort. Zodra hij het hoort, zal hij je antwoorden.+ 20  Hoewel Jehovah jullie brood zal geven in de vorm van ellende en water in de vorm van onderdrukking,+ zal je Grootse Onderwijzer zich niet langer verbergen. Je zult je Grootse Onderwijzer+ met eigen ogen zien. 21  En met eigen oren zul je een woord achter je horen, dat luidt: ‘Dit is de weg.+ Wandel daarop.’ Dit voor het geval jullie naar rechts of naar links zouden gaan.+ 22  En jullie zullen de zilveren deklaag van je gehouwen beelden en de gouden laag van je metalen* beelden+ verontreinigen. Je zult ze weggooien als een menstruatiedoek en zeggen: ‘Weg ermee!’*+ 23  Hij zal regen geven voor het zaad waarmee je de grond inzaait,+ en het brood dat de grond opbrengt zal goed en voedzaam* zijn.+ Op die dag zal je vee op uitgestrekte weidegronden grazen.+ 24  De runderen en de ezels die de grond bewerken, zullen voer vermengd met zuring eten, dat met de schop en de hooivork is gewand. 25  Op elke hoge berg en op elke hoge heuvel zullen beken en stromen zijn,+ op de dag van de grote slachting, wanneer de torens vallen. 26  Het licht van de vollemaan zal als het licht van de zon worden. En het licht van de zon zal zeven keer zo sterk worden,+ als het licht van zeven dagen, op de dag dat Jehovah de breuk van zijn volk verbindt+ en de ernstige wond geneest die door hem is toegebracht.+ 27  Luister! De naam van Jehovah komt van ver, met zijn brandende woede en met zware wolken. Zijn lippen zijn een en al boosheid en zijn tong is als een verterend vuur.+ 28  Zijn geest* is als een kolkende watervloed die helemaal tot aan de hals reikt, om de volken te schudden in een zeef van vernietiging.* En de volken zullen een bit tussen hun kaken+ hebben dat hen op een dwaalspoor brengt. 29  Maar jullie lied zal zijn als het lied dat ’s nachts wordt gezongen wanneer je je klaarmaakt* voor een feest,+ en je zult blij zijn in je hart zoals iemand met een fluit* die naar de berg van Jehovah gaat, naar de Rots van Israël.+ 30  Jehovah zal zijn indrukwekkende stem+ laten horen en zijn arm+ laten zien, die in grote woede+ neerkomt, met vlammen van een verterend vuur,+ met wolkbreuken,+ onweersbuien en hagelstenen.+ 31  Vanwege de stem van Jehovah zal Assyrië door angst getroffen worden.+ Hij zal het met een stok slaan.+ 32  En elke slag van zijn stok die Jehovah als straf op Assyrië laat neerkomen, zal begeleid worden door tamboerijnen en harpen,+ terwijl hij zijn arm tegen hen opheft in de strijd.+ 33  Want de To̱feth*+ is al voor hem klaargemaakt en is ook voorbereid voor de koning.+ Hij heeft de plaats voor de houtstapel diep en breed gemaakt, met hout en vuur in overvloed. Als met een stroom van zwavel zal de adem van Jehovah het in brand steken.

Voetnoten

Lett.: ‘een plengoffer uitgieten’, kennelijk om een overeenkomst te sluiten.
Of ‘mijn mond’.
Lett.: ‘in de vesting van de farao’.
Of ‘de giftige slang in de aanval’.
Of ‘het onderwijs’.
Lett.: ‘gladde dingen’.
Of mogelijk ‘waterput’.
Of ‘blijft vol verwachting uitzien’.
Of ‘verlangend naar hem uitzien’.
Of ‘gegoten’.
Of mogelijk ‘en ze vuil noemen’.
Lett.: ‘vet en vol olie’.
Of ‘adem’.
Lett.: ‘van waardeloosheid’.
Of ‘heiligt’.
Of ‘die onder het lopen fluitspeelt’.
Met ‘Tofeth’ wordt hier een figuurlijke verbrandingsplaats bedoeld die vernietiging voorstelt.