Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Jesaja 29:1-24

INHOUD

  • Wee Ariël! (1-16)

    • Lippendienst veroordeeld (13)

  • Doven zullen horen, blinden zullen zien (17-24)

29  ‘Wee A̱riël,* A̱riël, de stad waar David zijn kamp opsloeg!+ Laat jaar na jaar voorbijgaan, laat de kringloop van feesten+ doorgaan.   Maar ik zal ellende brengen over A̱riël,+ er zal gerouwd en gejammerd worden.+ Ze zal voor mij worden als de vuurhaard van Gods altaar.+   Ik zal je aan alle kanten belegeren, ik zal je insluiten met een palissade en belegeringswerktuigen tegen je opstellen.+   Je zult ten val worden gebracht. Vanaf de grond zul je spreken en wat je zegt zal in het stof gedempt worden. Je stem zal uit de grond komen+ zoals de stem van een medium, en je woorden zullen fluisterend* klinken vanuit het stof.   Je horden vijanden* zullen als fijn stof worden,+ de horden tirannen als kaf dat wegwaait.+ Het zal plotseling gebeuren, onverwacht.+   Jehovah van de legermachten zal je te hulp komen met donder, aardbevingen en veel lawaai, met stormwind, orkanen en de vlammen van een verterend vuur.’+   Dan zullen de horden van alle volken die oorlog voeren tegen A̱riël+ — iedereen die tegen haar strijdt, de stormtorens die tegen haar zijn opgesteld en degenen die ellende over haar brengen — als een droom worden, als een visioen in de nacht.   Het zal zijn als iemand die honger heeft en droomt dat hij eet maar hongerig* wakker wordt, en als iemand die dorst heeft en droomt dat hij drinkt maar moe en dorstig* wakker wordt. Dat zal gebeuren met de horden van alle volken die oorlog voeren tegen de berg Sion.+   Wees verbijsterd en verbaasd,+ wees blind zodat je niets kunt zien.+ Ze zijn dronken, maar niet van de wijn, ze zwalken, maar niet door de drank. 10  Want Jehovah heeft een geest van diepe slaap over jullie uitgestort.+ Hij heeft jullie ogen, de profeten, gesloten+ en hij heeft jullie hoofden, de visionairs, bedekt.+ 11  Elk visioen wordt voor jullie als de woorden van een verzegeld boek.+ Wanneer men het aan iemand geeft die kan lezen en zegt: ‘Lees dit alsjeblieft voor’, zal hij zeggen: ‘Dat kan ik niet, want het is verzegeld.’ 12  En als men het boek aan iemand geeft die niet kan lezen en zegt: ‘Lees dit alsjeblieft’, zal hij zeggen: ‘Maar ik kan niet lezen.’ 13  Jehovah zegt: ‘Dit volk nadert mij met hun mond en ze eren mij met hun lippen,+ maar hun hart is ver van mij. Hun ontzag voor mij is gebaseerd op de voorschriften van mensen, die hun zijn aangeleerd.+ 14  Daarom ben ik degene die opnieuw wonderbaarlijke dingen zal doen met dit volk,+ het ene wonder na het andere. De wijsheid van hun wijzen zal vergaan en het verstand van hun verstandige mannen zal verborgen worden.’+ 15  Wee hun die er alles aan doen om hun plannen* verborgen te houden voor Jehovah.+ Hun daden vinden plaats in het donker, terwijl ze zeggen: ‘Wie ziet ons? Wie weet wat we doen?’+ 16  Jullie verdraaien dingen!* Moet de pottenbakker gelijkgesteld worden aan de klei?+ Moet het maaksel over zijn maker zeggen: ‘Hij heeft me niet gemaakt’?+ En moet wat gevormd is zeggen over degene die het gevormd heeft: ‘Hij heeft er geen verstand van’?+ 17  Nog maar even en de Libanon zal in een boomgaard veranderd worden+ en de boomgaard zal worden bezien als een woud.+ 18  Op die dag zullen de doven de woorden van het boek horen, en bevrijd uit het donker en de duisternis zullen de ogen van de blinden zien.+ 19  Zachtmoedige mensen zullen veel vreugde vinden in Jehovah, en arme mensen zullen blij zijn over de Heilige van Israël.+ 20  Want de tiran zal verdwijnen, de opschepper komt aan zijn eind. Iedereen die eropuit is kwaad te doen, wordt vernietigd:+ 21  wie anderen vals beschuldigt, wie de verdediger* in de poort in de val wil laten lopen+ en wie de rechtvaardige met loze argumenten het recht ontzegt.+ 22  Daarom zegt Jehovah, die Abraham heeft verlost,+ tegen het huis van Jakob: ‘Jakob zal zich niet meer schamen en zijn gezicht zal niet meer verbleken.*+ 23  Want wanneer hij zijn kinderen ziet, het werk van mijn handen, in zijn midden,+ zullen ze mijn naam heiligen. Ze zullen de Heilige van Jakob heiligen en ze zullen ontzag hebben voor de God van Israël.+ 24  Degenen die opstandig van geest zijn, zullen verstandig worden, en degenen die klagen, zullen zich laten onderwijzen.’

Voetnoten

Bet. mogelijk: ‘de vuurhaard van Gods altaar’. Blijkbaar gaat het om Jeruzalem.
Of ‘piepend’.
Lett.: ‘vreemden’.
Of ‘met een lege ziel’.
Of ‘en met een uitgedroogde ziel’.
Of ‘raad’.
Of ‘wat verkeerd van jullie!’
Lett.: ‘degene die terechtwijst’.
D.w.z. van schaamte en teleurstelling.