Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Jesaja 17:1-14

INHOUD

  • Uitspraak tegen Damaskus (1-11)

  • Volken bestraft door Jehovah (12-14)

17  Uitspraak tegen Damaskus:+ ‘Luister! Damaskus zal geen stad meer zijn, het zal een puinhoop en een ruïne worden.+   De steden van A̱roër+ zullen verlaten worden. Het worden plaatsen waar kudden uitrusten en waar ze voor niemand bang zijn.   Vestingsteden zullen uit Efraïm verdwijnen+ en het koninkrijk uit Damaskus.+ Wie overblijven van Syrië zullen verdwijnen, net als de glorie van de Israëlieten’,* verklaart Jehovah van de legermachten.   ‘Op die dag zal de glorie van Jakob afnemen, zijn gezonde lichaam* zal mager worden.   Het zal zijn zoals wanneer een oogster het graan binnenhaalt en met de hand de aren oogst, zoals wanneer iemand graan verzamelt in het Re̱faïmdal.*+   Er zal maar een klein beetje* overblijven, zoals wanneer een olijfboom geschud wordt: twee of drie rijpe olijven aan de hoogste tak en vier of vijf aan de vruchtdragende takken’,+ verklaart Jehovah, de God van Israël.  Op die dag zal de mens opkijken naar zijn Maker en hij zal zijn blik richten op de Heilige van Israël.  Hij zal niet kijken naar de altaren,+ het werk van zijn handen.+ Hij zal geen oog hebben voor wat zijn vingers hebben gemaakt: de heilige palen* en de wierooktafels.   Op die dag worden zijn vestingsteden als een verlaten plaats in het bos,+ als een tak die was achtergelaten vóór de Israëlieten. Het zal een woestenij worden. 10  Want je bent de God van je redding vergeten.+ Je hebt niet aan de Rots,+ je vesting, gedacht. Daarom leg je prachtige* tuinen aan en plant je er stekjes van een vreemde* in. 11  Overdag omhein je zorgvuldig je tuin, in de ochtend laat je het zaad opgroeien, maar de oogst zal verloren gaan op de dag van ziekte en ongeneeslijke pijn.+ 12  Luister! Het rumoer van veel volken, die onstuimig zijn als de zee! Het tumult van naties, als het bulderende geluid van machtige wateren! 13  De volken zullen klinken als het gebulder van vele wateren. Hij zal ze bestraffen en ze zullen ver weg vluchten, opgejaagd als kaf in de bergwind, als wervelende distels* in een storm. 14  In de avond ontstaat er paniek. Vóór de ochtend zijn ze er niet meer. Dat staat degenen te wachten die ons beroven, en dat is het lot van degenen die ons plunderen.

Voetnoten

Lett.: ‘zonen van Israël’.
Lett.: ‘het vet van zijn vlees’.
Of ‘de Laagvlakte van Refaïm’.
Of ‘een nalezing’. Zie Woordenlijst.
Of ‘aangename’.
Of ‘vreemde god’.
Of ‘als tuimelkruid’.