Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Jesaja 16:1-14

INHOUD

  • Vervolg uitspraak tegen Moab (1-14)

16  Stuur een ram naar de heerser van het land, vanuit Se̱la door de wildernis naar de berg van de dochter Sion.   Als een vogel die uit zijn nest wordt gejaagd,+ zo zullen de dochters van Moab zijn bij de oversteekplaatsen van de A̱rnon.+   ‘Geef raad, voer de beslissing uit. Maak je schaduw midden op de dag als de nacht. Verberg degenen die verjaagd zijn, verraad degenen die vluchten niet.   Laat mijn verjaagden bij je wonen, Moab. Word voor hen een schuilplaats vanwege de verwoester.+ De onderdrukker zal aan zijn eind komen, de vernietiging zal eindigen en degenen die anderen vertrappen, zullen van de aarde verdwijnen.   Dan zal er een troon gefundeerd worden op loyale liefde. Degene die erop zit in de tent van David zal trouw zijn.+ Hij zal eerlijk rechtspreken en zonder uitstel doen wat rechtvaardig is.’+   We hebben gehoord van Moabs arrogantie — hij is heel trots.+ We hebben gehoord van zijn hoogmoed, zijn trots en zijn razernij,+ maar zijn lege gepraat zal nergens toe leiden.   Daarom zal Moab jammeren om Moab, ze zullen allemaal jammeren.+ Degenen die getroffen zijn, zullen treuren om de rozijnenkoeken van Kir-Hare̱seth.+   Want de terrassen van He̱sbon+ zijn verwelkt, de wijnstok van Si̱bma.+ De leiders van de volken hebben zijn helderrode takken* vertrapt. Ze reikten tot Jaë̱zer,+ ze liepen door tot in de woestijn. Zijn ranken woekerden en kwamen tot aan de zee.   Daarom zal ik om de wijnstok van Si̱bma huilen zoals ik om Jaë̱zer huil. Met mijn tranen zal ik je doordrenken, He̱sbon en Elea̱le,+ want het gejuich over je zomervruchten en je oogst is voorbij.* 10  Vreugde en blijdschap zijn uit de boomgaard weggenomen en in de wijngaarden klinkt geen vrolijk gezang of gejuich.+ Niemand zal nog druiven treden in de wijnpersen, want ik heb het gejuich laten verstommen.+ 11  Daarom ben ik diep vanbinnen geroerd vanwege Moab,+ als de trillende snaren van een harp, en mijn binnenste vanwege Kir-Hare̱seth.+ 12  Al slooft Moab zich nog zo uit op de offerhoogte en bidt hij in zijn heiligdom, het haalt niets uit.+ 13  Dat is het woord dat Jehovah eerder over Moab heeft gesproken. 14  En nu zegt Jehovah: ‘Binnen drie jaar, gerekend volgens de jaren van een loonarbeider,* zal de pracht van Moab met veel opschudding te schande worden gemaakt. Er zal maar een klein en onbelangrijk groepje overblijven.’+

Voetnoten

Of ‘takken vol rode druiven’.
Of mogelijk ‘want de strijdkreet is op (...) neergekomen’.
Of ‘zo nauwkeurig gerekend als een loonarbeider doet’, d.w.z. over precies drie jaar.