Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Jesaja 1:1-31

INHOUD

  • Een vader en zijn opstandige zonen (1-9)

  • Jehovah haat onoprechte aanbidding (10-17)

  • ‘Laten we de zaken rechtzetten’ (18-20)

  • Sion wordt weer trouwe stad zoals vroeger (21-31)

1  Dit is het visioen van Jesaja,*+ de zoon van Amoz, over Juda en Jeruzalem, dat hij gezien heeft in de tijd van Uzzi̱a,+ Jo̱tham,+ Achaz+ en Hizki̱a,+ koningen van Juda:+   Luister, hemel, en let goed op, aarde,+ want Jehovah heeft gesproken: ‘Zonen heb ik grootgebracht en opgevoed,+ maar ze zijn tegen me in opstand gekomen.+   Een stier kent zijn koper, en een ezel de voederbak van zijn eigenaar, maar Israël kent mij* niet,+ mijn eigen volk gedraagt zich zonder verstand.’   Wee dit zondige volk,+ het volk beladen met schuld, nakomelingen van boosdoeners, verdorven kinderen! Ze hebben Jehovah verlaten,+ ze hebben de Heilige van Israël respectloos behandeld, ze hebben hem de rug toegekeerd.   Waar willen jullie nog meer geslagen worden? Waarom blijven jullie je verzetten?+ Heel het hoofd is ziek. Heel het hart is aangetast.+   Van voetzool tot kruin is er geen gezonde plek meer. Overal striemen, builen en open wonden, niet verzorgd,* niet verbonden en niet verzacht met olie.+   Jullie land is verlaten. Jullie steden zijn verbrand. Voor jullie ogen verslinden vreemdelingen je akkers.+ Alles is een woestenij, als door vreemdelingen ondersteboven gekeerd.+   De dochter Sion is overgebleven als een hutje in een wijngaard, als een schuilhut in een komkommerveld, als een belegerde stad.+   Als Jehovah van de legermachten niet een aantal overlevenden van ons had overgelaten, zouden we net als Sodom zijn geworden en op Gomorra+ hebben geleken. 10  Hoor het woord van Jehovah, dictators* van Sodom.+ Luister naar de wet* van onze God, volk van Gomorra.+ 11  ‘Wat heb ik aan al jullie slachtoffers?’,+ zegt Jehovah. ‘Ik heb genoeg van jullie brandoffers van rammen+ en het vet van gemeste dieren.+ Het bloed+ van jonge stieren,+ lammeren en bokken+ stel ik niet op prijs. 12  Wanneer jullie voor me verschijnen+ — wie heeft je gevraagd om mijn voorhoven plat te lopen?+ 13  Stop toch met het brengen van waardeloze graanoffers. Ik heb een afschuw van jullie wierook.+ Nieuwemaansvieringen,+ sabbatten,+ bijeenkomsten organiseren+ — ik kan het niet verdragen dat jullie plechtige vergaderingen houden en ondertussen magische krachten gebruiken.+ 14  Ik* haat jullie nieuwemaansvieringen en feesten. Ze zijn een last voor me geworden. Ik kan ze niet meer verdragen. 15  En als jullie je handen uitstrekken, verberg ik mijn ogen voor jullie.+ Al bidden jullie nog zo veel,+ ik luister niet.+ Jullie handen zitten onder het bloed.+ 16  Was je, reinig je.+ Stop met jullie slechte daden, ik wil ze niet meer zien. Houd op met kwaaddoen.+ 17  Leer het goede te doen, zoek het recht,+ wijs de onderdrukker terecht, kom op voor de rechten van het vaderloze kind* en bepleit de zaak van de weduwe.’+ 18  ‘Kom, laten we de zaken rechtzetten tussen ons’, zegt Jehovah.+ ‘Al waren je zonden scharlakenrood, ze zullen zo wit worden gemaakt als sneeuw.+ Al waren ze zo rood als karmozijnen stof, ze zullen zo wit worden als wol. 19  Als jullie bereid zijn te luisteren, zullen jullie het beste van het land eten.+ 20  Maar als jullie weigeren en in opstand komen, zullen jullie door het zwaard worden verslonden,+ want Jehovah’s mond heeft het gesproken.’ 21  De trouwe stad+ is een hoer geworden!+ In haar heerste recht,+ in haar woonde rechtvaardigheid,+ maar nu zitten er moordenaars.+ 22  Je zilver is veranderd in schuimslakken+ en je bier* is aangelengd met water. 23  Je leiders zijn opstandig, ze zijn handlangers van dieven.+ Allemaal houden ze van steekpenningen, ze zijn uit op geschenken.+ Vaderloze kinderen* doen ze geen recht en de zaak van de weduwe bereikt hen niet.+ 24  Daarom verklaart de ware Heer, Jehovah van de legermachten, de Machtige van Israël: ‘Genoeg! Ik zal me ontdoen van mijn tegenstanders, ik zal wraak nemen op mijn vijanden.+ 25  Ik zal me* tegen je keren. Ik zal je schuimslakken uitsmelten als met loog en ik zal al je onzuiverheden verwijderen.+ 26  Ik zal je rechters weer maken zoals vroeger en je raadgevers zoals in het begin.+ Daarna zul je worden genoemd: Stad van Rechtvaardigheid, Trouwe Stad.+ 27  Sion zal door recht verlost+ worden en haar inwoners die terugkomen door rechtvaardigheid. 28  De opstandelingen en zondaars zullen worden verpletterd,+ en wie Jehovah verlaten, zullen aan hun eind komen.+ 29  Jullie zullen je schamen over de machtige bomen waar jullie naar verlangden+ en jullie zullen te schande worden gemaakt vanwege de tuinen* die jullie verkozen.+ 30  Want jullie zullen worden als een grote boom waarvan de bladeren verwelken,+ als een tuin zonder water. 31  De sterke man zal vlasafval* worden en zijn werk een vonk. Samen zullen ze in vlammen opgaan en niemand zal het vuur doven.’

Voetnoten

Bet.: ‘redding van Jehovah’.
Of ‘zijn meester’.
Lett.: ‘niet uitgedrukt’.
Of ‘leiders’.
Of ‘het onderwijs’.
Of ‘mijn ziel’.
Of ‘de wees’.
Of ‘tarwebier’.
Of ‘wezen’.
Lett.: ‘mijn hand’.
Blijkbaar bomen en tuinen die verband hielden met afgodenaanbidding.
Licht ontvlambare vlasvezels.