Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Online Bijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Hosea 5:1-15

INHOUD

  • Oordeel over Efraïm en Juda (1-15)

5  ‘Hoor dit, priesters,+let op, huis van Israël,luister, huis van de koning,want dit oordeel gaat jullie aan. Jullie zijn een valstrik voor Mi̱zpaen een net dat uitgespreid is over de Ta̱bor.+   Degenen die afvallig worden,* zijn diep weggezakt in* slachting,en ik waarschuw ze allemaal.*   Ik ken Efraïm,Israël is niet verborgen voor mij. Want nu, Efraïm, heb je je overgegeven aan vrije seks.* Israël heeft zich verontreinigd.+   Hun daden beletten hen om naar hun God terug te gaan,want er heerst een geest van prostitutie* onder hen+en Jehovah erkennen ze niet.   De trots van Israël getuigt tegen hem.*+ Israël en Efraïm zijn allebei gestruikeld door hun overtredingen Juda is samen met hen gestruikeld.+   Met hun schapen en runderen gingen ze op zoek naar Jehovah,maar ze konden hem niet vinden. Hij had zich van hen teruggetrokken.+   Ze hebben Jehovah verraden,+want ze zijn vader geworden van zonen van vreemden. Nu zullen zij en hun bezittingen* verslonden worden door een maand.*   Blaas op de hoorn+ in Gi̱bea, op de trompet in Ra̱ma!+ Laat een strijdkreet horen in Beth-A̱ven+ — achter jou, o Benjamin!   Efraïm, je zult een schrikbeeld worden op de dag van bestraffing.+ Ik heb bekendgemaakt wat zeker zal gebeuren met de stammen van Israël. 10  De leiders van Juda zijn als degenen die een grens verleggen.+ Ik zal mijn razernij over ze uitstorten als water. 11  Efraïm is onderdrukt, verbrijzeld door het oordeel,want hij was vastbesloten zijn tegenstander achterna te gaan.+ 12  Daarom was ik voor Efraïm als een moten voor het huis van Juda als verrotting. 13  Toen Efraïm zijn ziekte zag en Juda zijn zweer,ging Efraïm naar Assyrië+ en stuurde boodschappers naar een machtige koning. Maar hij was niet in staat jullie gezond te makenen hij kon jullie zweer niet genezen. 14  Want ik zal voor Efraïm zijn als een jonge leeuwen voor het huis van Juda als een sterke leeuw.* Ik zal in stukken scheuren en weggaan.+ Ik zal ze wegvoeren en niemand zal ze redden.+ 15  Ik zal weggaan en naar mijn plaats terugkeren totdat ze de gevolgen van hun schuld dragen. Dan zullen ze mijn goedkeuring* zoeken.+ Als ze in moeilijkheden zitten, zullen ze me zoeken.’+

Voetnoten

Of ‘de opstandelingen’.
Of ‘zijn nauw betrokken bij’.
Of ‘zal (...) straffen’.
Of ‘heb je je immoreel gedragen’, ‘ben je je gaan prostitueren’.
Of ‘immoraliteit’, ‘promiscuïteit’.
Lett.: ‘in zijn gezicht’.
Of ‘velden’.
Of mogelijk ‘binnen een maand’.
Of ‘een jonge leeuw met manen’.
Lett.: ‘gezicht’.