Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Deuteronomium 5:1-33

INHOUD

  • Jehovah’s verbond in Horeb (1-5)

  • Tien geboden herhaald (6-22)

  • Volk is bang bij berg Sinaï (23-33)

5  Toen riep Mozes heel Israël bij elkaar en zei: ‘Israël, luister naar de voorschriften en de rechterlijke beslissingen die ik vandaag aan jullie bekendmaak. Jullie moeten die leren en je er strikt aan houden.  Jehovah, onze God, heeft in Ho̱reb een verbond met ons gesloten.+  Jehovah heeft dat verbond niet met onze voorouders gesloten maar met ons, wij allemaal die hier vandaag levend en wel staan.  Jehovah heeft op de berg rechtstreeks* met jullie gesproken, vanuit het vuur.+  Ik stond toen tussen Jehovah en jullie in+ om het woord van Jehovah aan jullie over te brengen, want jullie waren bang voor het vuur en gingen de berg niet op.+ Hij zei:  “Ik ben Jehovah, je God, die je uit Egypte heeft geleid, uit het huis van slavernij.+  Je mag buiten mij* nooit andere goden hebben.+  Maak geen beelden,+ geen enkele afbeelding* van iets in de hemel boven of op de aarde beneden of in het water onder de aarde.  Buig je er niet voor neer en laat je niet overhalen ze te vereren,+ want ik, Jehovah, je God, ben een God die volledige* toewijding eist.+ Voor de overtredingen van vaders laat ik zonen boeten en ook de derde en de vierde generatie van hen die mij haten.+ 10  Maar voor degenen die mij liefhebben en zich aan mijn geboden houden, toon ik loyale liefde* tot in de duizendste generatie. 11  Gebruik de naam van Jehovah, je God, niet op een onwaardige manier,+ want Jehovah zal iemand die Zijn naam op een onwaardige manier gebruikt, niet ongestraft laten.+ 12  Onderhoud de sabbat als een heilige dag, zoals Jehovah, je God, je geboden heeft.+ 13  Zes dagen heb je om te werken en al je arbeid te doen,+ 14  maar de zevende dag is een sabbat voor Jehovah, je God.+ Je mag dan geen enkel werk doen.+ Dat geldt voor jou, je zoon, je dochter, je slaaf, je slavin, je ezel, je stier en de rest van je vee, en voor de vreemdeling die bij je in de stad* woont.+ Zo kunnen je slaaf en je slavin net als jij rust nemen.+ 15  Vergeet niet dat jullie zelf slaven waren in Egypte en dat Jehovah, je God, je daar toen met een sterke hand en een uitgestrekte arm heeft weggehaald.+ Daarom heeft Jehovah, je God, je opgedragen de sabbat te onderhouden. 16  Eer* je vader en je moeder,+ zoals Jehovah, je God, je heeft opgedragen. Dan zul je lang leven en zal het goed met je gaan in het land dat Jehovah, je God, je geeft.+ 17  Pleeg geen moord.+ 18  Pleeg geen overspel.+ 19  Steel niet.+ 20  Leg geen vals getuigenis tegen iemand af.+ 21  Verlang niet naar de vrouw van een ander.+ Heb ook geen zelfzuchtig verlangen naar zijn huis, zijn veld, zijn slaaf, zijn slavin, zijn stier, zijn ezel of iets anders wat van hem is.”+ 22  Die geboden* heeft Jehovah met luide stem tot jullie als gemeente gesproken op de berg, vanuit het vuur en de dikke, donkere wolken,+ en hij voegde er verder niets aan toe. Toen schreef hij ze op twee stenen platen en gaf die aan mij.+ 23  Maar zodra jullie de stem vanuit de duisternis hoorden, terwijl de berg brandde,+ kwamen jullie stamhoofden en oudsten naar me toe. 24  Jullie zeiden toen: “Jehovah, onze God, heeft zijn glorie en zijn grootheid aan ons getoond, en we hebben zijn stem gehoord vanuit het vuur.+ Vandaag hebben we gezien dat een mens in leven kan blijven als God met hem spreekt.+ 25  Waarom zouden we ons leven wagen? Straks verteert dit grote vuur ons nog. Als we de stem van Jehovah, onze God, nog langer horen, zullen we zeker sterven. 26  Want is er een mens* die net als wij de stem van de levende God vanuit het vuur heeft horen spreken en toch in leven is gebleven? 27  Jij moet ernaartoe gaan om te luisteren naar alles wat Jehovah, onze God, te zeggen heeft, en jij moet ons alles vertellen wat Jehovah, onze God, tegen je zegt. Dan zullen wij ernaar luisteren en het doen.”+ 28  Jehovah hoorde wat jullie tegen me zeiden, en Jehovah zei tegen mij: “Ik heb gehoord wat dit volk tegen je heeft gezegd. Alles wat ze hebben gezegd is goed.+ 29  Waren ze altijd maar geneigd om in hun hart ontzag voor mij te hebben+ en zich aan al mijn geboden te houden!+ Dan zou het hun en hun zonen voor altijd goed gaan.+ 30  Zeg tegen ze: ‘Ga terug naar jullie tenten.’ 31  Maar jij moet hier bij mij blijven, dan zal ik je alle geboden, voorschriften en rechterlijke beslissingen vertellen die je hun moet leren en waar ze zich aan moeten houden in het land dat ik hun geef om het in bezit te nemen.” 32  Zorg er dus voor dat jullie precies doen wat Jehovah, je God, jullie geboden heeft.+ Wijk niet af, niet naar rechts en niet naar links.+ 33  Volg* in alles de weg die Jehovah, je God, heeft voorgeschreven.+ Dan blijven jullie in leven, gaat het goed met jullie en blijven jullie lang in het land dat jullie in bezit zullen nemen.+

Voetnoten

Lett.: ‘van gezicht tot gezicht’.
Of ‘in strijd met mij’. Lett.: ‘tegen mijn gezicht’.
Of ‘gedaante’, ‘gestalte’.
Of ‘exclusieve’.
Of ‘liefderijke goedheid’.
Lett.: ‘binnen je poorten’.
Of ‘toon respect voor’.
Lett.: ‘woorden’.
Lett.: ‘vlees’.
Lett.: ‘bewandel’.