Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Volgens Mattheüs 6:1-34

INHOUD

  • BERGREDE (1-34)

    • Niet te koop lopen met goede daden (1-4)

    • Hoe te bidden (5-15)

    • Vasten (16-18)

    • Schatten op aarde en in hemel (19-24)

    • Niet langer zorgen maken (25-34)

      • ‘Blijf eerst Koninkrijk zoeken’ (33)

6  Pas op dat je je goede daden niet doet* voor de ogen van de mensen, alleen om door hen gezien te worden,+ anders zul je geen beloning krijgen van je hemelse Vader.  Als je giften aan de armen* geeft, moet je het niet rondbazuinen.* Want dat doen de huichelaars in de synagogen en op de straten om eer van mensen te krijgen. Ik verzeker jullie: zij hebben hun volledige beloning al gekregen.  Maar als jij giften aan de armen* geeft, laat je linkerhand dan niet weten wat je rechterhand doet,  zodat niemand het verder ziet.* Dan zal je Vader, die ongezien toekijkt, je ervoor belonen.+  En als je bidt, doe dan niet als de huichelaars,+ want die staan graag in de synagogen en op de hoeken van de brede straten te bidden om door de mensen gezien te worden.+ Ik verzeker jullie: zij hebben hun volledige beloning al gekregen.  Maar als jij bidt, ga dan naar je binnenkamer, doe de deur dicht en bid tot je Vader, die niet gezien wordt.+ Dan zal je Vader, die ongezien toekijkt, je ervoor belonen.  Zeg tijdens het bidden niet steeds dezelfde dingen zoals de heidenen* doen, want zij denken dat hun gebeden verhoord zullen worden als ze maar veel woorden gebruiken.  Wees niet zoals zij, want je Vader weet al wat je nodig hebt+ voordat je hem erom vraagt.  Bid dus op deze manier:+ “Onze Vader in de hemel, laat uw naam+ geheiligd* worden.+ 10  Laat uw Koninkrijk+ komen. Laat uw wil+ gedaan worden op aarde+ net zoals in de hemel. 11  Geef ons het brood dat we vandaag nodig hebben.+ 12  En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij anderen hun schulden hebben vergeven.+ 13  En breng ons niet in beproeving,+ maar red ons van de goddeloze.”*+ 14  Want als je andere mensen hun fouten vergeeft, zal je hemelse Vader ook jou vergeven.+ 15  Maar als je andere mensen hun fouten niet vergeeft, zal je Vader ook jouw fouten niet vergeven.+ 16  Als jullie vasten,+ zet dan geen* somber gezicht zoals de huichelaars, want die verwaarlozen hun uiterlijk* zodat de mensen kunnen zien dat ze vasten.+ Ik verzeker jullie: zij hebben hun volledige beloning al gekregen. 17  Maar als jij vast, wrijf je hoofd dan in met olie en was je gezicht, 18  zodat het de mensen niet opvalt dat je vast, maar alleen je Vader, die niet gezien wordt. Dan zal je Vader, die ongezien toekijkt, je ervoor belonen. 19  Houd ermee op schatten op aarde te verzamelen,+ waar ze aangetast worden door motten en roest, en waar dieven inbreken en stelen. 20  Verzamel in plaats daarvan schatten in de hemel,+ waar ze niet aangetast worden door motten en roest,+ en waar dieven niet inbreken en stelen. 21  Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn. 22  Het oog is de lamp van het lichaam.+ Dus als je oog op één punt gericht* is, zal je hele lichaam verlicht* zijn. 23  Maar als je oog hebzuchtig rondkijkt,*+ zal je hele lichaam in duisternis zijn. Als het licht dat in je is, duisternis blijkt te zijn, dan is die duisternis wel heel groot! 24  Niemand kan twee meesters dienen: óf hij zal de een haten en van de ander houden,+ óf hij zal juist aan de eerste gehecht zijn en de ander verachten. Je kunt niet God én de Rijkdom* dienen.+ 25  Daarom zeg ik jullie: Maak je niet langer zorgen+ over je leven* en wat je zult eten en drinken of over je lichaam en wat je zult aantrekken.+ Is het leven* niet belangrijker dan voedsel en het lichaam niet belangrijker dan kleding?+ 26  Kijk goed naar de vogels in de lucht.+ Ze zaaien niet en oogsten niet en ze leggen geen voorraden aan in schuren, en toch geeft jullie hemelse Vader ze te eten. Zijn jullie niet meer waard dan vogels? 27  Wie kan zijn leven met ook maar één el* verlengen+ door zich zorgen te maken? 28  En waarom maken jullie je zorgen over kleding? Leer een les van de lelies in het veld. Kijk hoe ze groeien: ze zwoegen niet en spinnen niet, 29  en toch zeg ik jullie dat zelfs Salomo+ met al zijn pracht en praal niet zo mooi gekleed was als een van deze lelies. 30  Als God nu de planten die er vandaag zijn en morgen in de oven worden gegooid, zo mooi kleedt, dan zal hij jullie toch zeker ook kleden? Wat is jullie geloof toch klein! 31  Maak je dus nooit zorgen+ en zeg niet: “Wat moeten we eten?” of: “Wat moeten we drinken?” of: “Wat moeten we aantrekken?”+ 32  Want dat zijn allemaal dingen waar de andere volken heel druk mee bezig zijn. Jullie hemelse Vader weet dat jullie al die dingen nodig hebben. 33  Blijf eerst het Koninkrijk en Zijn rechtvaardigheid zoeken,* dan zullen al die andere dingen je ook gegeven worden.+ 34  Maak je dus nooit zorgen over de dag van morgen,+ want de volgende dag heeft zijn eigen zorgen. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen problemen.

Voetnoten

Lett.: ‘je rechtvaardigheid niet beoefent’.
Of ‘gaven van barmhartigheid’. Zie Woordenlijst.
Of ‘overal rondvertellen’.
Of ‘gaven van barmhartigheid’. Zie Woordenlijst.
Of ‘je gaven van barmhartigheid ongezien blijven’. Zie Woordenlijst.
Of ‘als heilig behandeld’.
D.w.z. de Duivel.
Of ‘zet dan niet langer een’.
Of ‘vertrekken hun gezicht’.
Of ‘gefocust’, ‘zuiver’. Lett.: ‘eenvoudig’.
Of ‘helder’.
Lett.: ‘je oog boosaardig is’.
Lett.: ‘mammon’.
Of ‘ziel’.
Of ‘de ziel’.
Of ‘stel altijd het Koninkrijk en Gods rechtvaardige normen op de eerste plaats’.