Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Volgens Mattheüs 13:1-58

INHOUD

  • KONINKRIJKSILLUSTRATIES (1-52)

    • De zaaier (1-9)

    • Waarom illustraties gebruikt (10-17)

    • Uitleg illustratie zaaier (18-23)

    • Tarwe en onkruid (24-30)

    • Mosterdzaadje en zuurdesem (31-33)

    • Illustraties vervulling profetie (34, 35)

    • Uitleg illustratie tarwe en onkruid (36-43)

    • Verborgen schat en mooie parel (44-46)

    • Sleepnet (47-50)

    • Nieuwe en oude schatten (51, 52)

  • Jezus niet geëerd in eigen streek (53-58)

13  Nadat Jezus die dag het huis had verlaten, ging hij aan het meer zitten.  Er verzamelde zich zo’n grote menigte dat hij in een boot stapte en ging zitten, terwijl de menigte op de oever stond.+  Toen onderwees hij hun veel dingen door middel van illustraties.+ Hij zei: ‘Een zaaier ging op weg om te zaaien.+  Tijdens het zaaien vielen sommige zaadjes langs de weg, en er kwamen vogels die ze opaten.+  Andere zaadjes vielen op rotsgrond waar niet veel aarde was, en ze schoten meteen op omdat de grond niet diep was.+  Maar toen de zon opkwam, werden ze door de hitte verschroeid, en ze verdorden omdat ze geen wortels hadden.  Er waren ook zaadjes die tussen de distels vielen. De distels kwamen op en verstikten het zaad.+  Weer andere zaadjes vielen in goede aarde en leverden vrucht op: de een 100, de ander 60 en weer een ander 30 keer zo veel.+  Laat iedereen die oren heeft, goed luisteren.’+ 10  De discipelen kwamen naar hem toe en zeiden: ‘Waarom gebruik je illustraties als je hen toespreekt?’+ 11  Hij antwoordde: ‘Jullie hebben het voorrecht de heilige geheimen+ van het Koninkrijk van de hemel te begrijpen, maar zij niet. 12  Want wie heeft, zal meer krijgen en zelfs overvloed hebben. Maar van wie niets heeft, zal zelfs wat hij heeft worden afgenomen.+ 13  Daarom gebruik ik illustraties als ik hen toespreek. Want ze kijken wel maar zien niets, en ze luisteren wel maar horen niets en begrijpen de betekenis niet.+ 14  Zij vormen de vervulling van de profetie van Jesaja: “Jullie zullen wel horen maar de betekenis niet begrijpen, en jullie zullen wel kijken maar niets zien.+ 15  Want het hart van dit volk is ongevoelig geworden, hun oren hebben ze dichtgestopt en hun ogen hebben ze gesloten. Daardoor zullen ze nooit met hun ogen zien en met hun oren horen en zullen ze niet met hun hart de betekenis begrijpen en terugkeren en door mij genezen worden.”+ 16  Maar jullie zijn gelukkig omdat jullie ogen zien en jullie oren horen.+ 17  Want ik verzeker jullie: veel profeten en rechtvaardigen hebben ernaar verlangd te zien wat jullie zien, maar hebben het niet gezien,+ en hebben ernaar verlangd te horen wat jullie horen, maar hebben het niet gehoord. 18  Luister nu naar de illustratie van de zaaier.+ 19  Als iemand het woord over het Koninkrijk hoort maar de betekenis ervan niet begrijpt, komt de goddeloze+ en rukt weg wat in zijn hart is gezaaid. Dat is het zaad dat langs de weg terechtkwam.+ 20  Het zaad dat op de rotsgrond valt, dat is degene die het woord hoort en het meteen met vreugde aanneemt.+ 21  Toch schiet het woord geen wortel in hem. Hij houdt het een tijdje vol, maar als er vanwege het woord vervolging of moeilijkheden ontstaan, struikelt hij meteen. 22  Het zaad dat tussen de distels terechtkomt, dat is degene die het woord hoort, maar de zorgen van deze wereld*+ en de verleiding* van rijkdom verstikken het woord en het kan geen vrucht dragen.+ 23  Het zaad dat in goede aarde valt, dat is degene die het woord hoort en de betekenis ervan begrijpt. Zo iemand draagt vrucht: de een 100, de ander 60 en weer een ander 30 keer zo veel.’+ 24  Hij vertelde hun nog een illustratie: ‘Het Koninkrijk van de hemel kan vergeleken worden met iemand die goed zaad op zijn akker zaaide. 25  Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe en ging weer weg. 26  Toen de tarwe opkwam en vrucht begon te dragen, kwam ook het onkruid op. 27  Daarom gingen de slaven naar de eigenaar toe en zeiden: “Meester, u hebt toch goed zaad op uw akker gezaaid? Hoe komt het dan dat er onkruid op staat?” 28  Hij antwoordde: “Een vijand, een mens, heeft dat gedaan.”+ De slaven zeiden tegen hem: “Wilt u dat we het onkruid verzamelen?” 29  Hij zei: “Nee, want anders zouden jullie tijdens het verzamelen van het onkruid ook de tarwe eruit trekken. 30  Laat ze samen opgroeien tot de oogst, en in de oogsttijd zal ik de oogsters de opdracht geven: ‘Verzamel eerst het onkruid en bind het in bundels om het te verbranden. Breng daarna de tarwe bijeen in mijn voorraadschuur.’”’+ 31  Hij vertelde hun nog een illustratie: ‘Het Koninkrijk van de hemel is als een mosterdzaadje dat iemand op zijn akker zaaide.+ 32  Het is het kleinste zaadje dat er is, maar het groeit uit tot het grootste van de tuingewassen en wordt een boom, zodat de vogels van de hemel in de takken komen nestelen.’ 33  Hij vertelde hun een andere illustratie: ‘Het Koninkrijk van de hemel is als zuurdesem* die een vrouw door drie grote maten meel mengde, en uiteindelijk was de hele deegmassa gegist.’+ 34  Jezus vertelde de mensen al die dingen door middel van illustraties. Hij vertelde hun niets zonder illustraties,+ 35  zodat vervuld zou worden wat via de profeet was gezegd: ‘Ik zal mijn mond openen met illustraties, ik zal dingen verkondigen die vanaf de grondlegging* verborgen zijn geweest.’+ 36  Nadat hij de menigte had laten weggaan, ging hij het huis binnen. Zijn discipelen kwamen naar hem toe en zeiden: ‘Wil je ons de illustratie van het onkruid op de akker uitleggen?’ 37  Hij antwoordde: ‘De zaaier van het goede zaad is de Mensenzoon. 38  De akker is de wereld.+ Het goede zaad, dat zijn de zonen van het Koninkrijk, maar het onkruid, dat zijn de zonen van de goddeloze.+ 39  De vijand die het onkruid zaaide, is de Duivel. De oogst betekent het einde van een tijdperk,* en de oogsters zijn engelen. 40  Zoals het onkruid wordt verzameld en verbrand, zo zal het ook gaan aan het einde van het tijdperk.*+ 41  De Mensenzoon zal zijn engelen eropuit sturen, en ze zullen alle struikelblokken en iedereen die wetteloos leeft, uit zijn Koninkrijk verzamelen 42  en in de brandende oven gooien.+ Daar zullen ze jammeren en knarsetanden. 43  In die tijd zullen de rechtvaardigen zo helder als de zon stralen+ in het Koninkrijk van hun Vader. Laat iedereen die oren heeft, goed luisteren. 44  Het Koninkrijk van de hemel is als een schat die in het veld verborgen lag. Een man vond die schat en verborg hem opnieuw. Hij was zo blij dat hij alles verkocht wat hij had en het veld kocht.+ 45  Het Koninkrijk van de hemel is ook als een reizende koopman die op zoek was naar mooie parels. 46  Toen hij een heel kostbare parel had gevonden, besloot hij meteen alles wat hij had te verkopen, en hij kocht die parel.+ 47  Het Koninkrijk van de hemel is ook als een sleepnet dat in de zee werd neergelaten en waarin allerlei soorten vissen werden bijeengebracht. 48  Toen het vol was, werd het op het strand getrokken. Daarna gingen de vissers zitten om de goede vissen+ in manden te verzamelen, maar de ongeschikte vissen+ gooiden ze weg. 49  Zo zal het ook gaan aan het einde van het tijdperk.* De engelen zullen eropuit gaan en zullen de slechten scheiden van de rechtvaardigen 50  en in de brandende oven werpen. Daar zullen ze jammeren en knarsetanden. 51  Hebben jullie al die dingen begrepen?’ Ze antwoordden: ‘Ja.’ 52  Toen zei hij tegen ze: ‘Daarom is elke onderwijzer* die over het Koninkrijk van de hemel heeft geleerd, als de meester van een huis die uit zijn voorraadkamer* nieuwe en oude schatten tevoorschijn haalt.’ 53  Nadat Jezus die illustraties had uitgesproken, ging hij daar weg. 54  Hij kwam in de streek waar hij vandaan kwam+ en ging daar in de synagoge onderwijzen. De mensen waren verbaasd en zeiden: ‘Hoe komt deze man aan die wijsheid en hoe kan hij die wonderen* doen?+ 55  Is hij niet de zoon van de timmerman?+ Zijn moeder heet toch Maria, en zijn broers zijn toch Jakobus, Jozef, Simon en Judas?+ 56  En al zijn zussen wonen toch hier? Waar heeft hij dit dan allemaal vandaan?’+ 57  En ze namen aanstoot aan hem.+ Maar Jezus zei tegen ze: ‘Een profeet wordt overal geëerd behalve in zijn eigen streek en in zijn eigen huis.’+ 58  En hij deed daar niet veel wonderen vanwege hun ongeloof.

Voetnoten

Of ‘dit tijdperk’, ‘dit samenstel van dingen’. Zie Woordenlijst.
Of ‘bedrieglijke kracht’.
Of ‘het begin’. Of mogelijk ‘de grondlegging van de wereld’.
Of ‘besluit van een samenstel van dingen’. Zie Woordenlijst.
Of ‘tijdens het besluit van het samenstel van dingen’. Zie Woordenlijst.
Of ‘in het besluit van het samenstel van dingen’. Zie Woordenlijst.
Of ‘openbaar onderwijzer’.
Lett.: ‘schat’.
Lett.: ‘krachtige werken’.