Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Joël 3:1-21

INHOUD

  • Jehovah oordeelt alle volken (1-17)

    • Dal van Josafat (2, 12)

    • Dal van beslissing (14)

    • Jehovah vesting voor Israël (16)

  • Jehovah zegent zijn volk (18-21)

3  Let op! In die dagen en in die tijd, wanneer ik de gevangenen van Juda en Jeruzalem terugbreng,+   zal ik ook alle volken bijeenbrengen en laten afdalen naar het Dal* van Josafat.* Daar zal ik een oordeel over hen vellen ter wille van mijn volk en mijn erfdeel Israël,+ want ze hebben hen onder de volken verstrooid en ze hebben mijn land onder elkaar verdeeld.+   Over mijn volk hebben ze het lot geworpen.+ Ze gaven een jongen in ruil voor een hoer, verkochten een meisje om wijn te drinken.   En wat hebben jullie tegen mij, Tyrus en Sidon en alle gebieden van Filiste̱a? Willen jullie mij iets betaald zetten? Als jullie je op mij willen wreken, zal ik jullie je daden snel, ja prompt, betaald zetten.*+   Want jullie hebben mijn zilver en goud weggenomen+ en mijn mooiste kostbaarheden in jullie tempels gebracht.   Het volk van Juda en Jeruzalem hebben jullie aan de Grieken verkocht+ om ze ver van hun gebied te verwijderen.   Ik haal ze terug uit de plaats waarheen jullie ze hebben verkocht+ en ik zal jullie je daden betaald zetten.*   Ik zal je zonen en dochters verkopen aan* het volk van Juda+ en zij moeten hen verkopen aan de mannen van Scheba, aan een volk ver weg. Want Jehovah zelf heeft het gezegd.   Kondig dit aan onder de volken:+ “Maak je klaar voor* de oorlog! Spoor de dappere mannen aan! Laat alle soldaten optrekken en aanvallen!+ 10  Smeed je ploegijzers om tot zwaarden en je snoeimessen tot speren. Laat de zwakke zeggen: ‘Ik ben machtig.’ 11  Kom helpen, alle omringende volken, en verzamel je!”’+ O Jehovah, laat uw machtigen* afdalen naar die plaats. 12  ‘Laten de volken opstaan en optrekken naar het Dal* van Josafat. Want daar zal ik zitten om alle omringende volken te oordelen.+ 13  Sla de sikkel erin, want de oogst is rijp. Daal af en begin met treden, want de wijnpers is vol.+ De kuipen lopen over, want hun slechtheid is overvloedig. 14  Massa’s, massa’s zijn in het dal* van de beslissing, want de dag van Jehovah is dichtbij in het dal van de beslissing.+ 15  Zon en maan zullen duister worden, de sterren zullen hun glans verliezen. 16  Jehovah zal brullen vanuit Sion, vanuit Jeruzalem zal hij zijn stem verheffen. Hemel en aarde zullen schudden, maar Jehovah zal een toevlucht zijn voor zijn volk,+ een vesting voor het volk Israël. 17  Jullie zullen moeten weten dat ik Jehovah ben, jullie God, die verblijft op Sion, mijn heilige berg.+ Jeruzalem zal een heilige plaats worden+ en vreemden* zullen er niet meer doorheen trekken.+ 18  Op die dag zullen de bergen druipen van zoete wijn+ en de heuvels vloeien van melk. De stromen van Juda zullen allemaal vloeien van water. Uit het huis van Jehovah zal een bron ontspringen+ die het Dal* van de Acacia’s zal bevloeien. 19  Maar Egypte zal een woestenij worden+ en Edom een verlaten woestijn+ vanwege het geweld tegen het volk van Juda.+ In hun land hebben ze onschuldig bloed vergoten.+ 20  Maar Juda zal altijd bewoond zijn en Jeruzalem van generatie op generatie.+ 21  Hun bloed* dat ik niet voor onschuldig had gehouden, zal ik voor onschuldig houden.+ En Jehovah zal in Sion verblijven.’+

Voetnoten

Of ‘de Laagvlakte’.
Bet.: ‘Jehovah is Rechter’.
Lett.: ‘op je hoofd laten terugvallen’.
Lett.: ‘op je hoofd laten terugvallen’.
Lett.: ‘in de hand van’.
Lett.: ‘heilig’.
Of ‘strijders’.
Of ‘de Laagvlakte’.
Of ‘de laagvlakte’.
Of ‘buitenlanders’.
Of ‘de Wadi’.
Of ‘bloedschuld’.