Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Aan de Hebreeën 8:1-13

INHOUD

  • Tabernakel heeft hemelse betekenis (1-6)

  • Contrast oude en nieuwe verbond (7-13)

8  De kern van ons betoog is dat wij zo’n hogepriester hebben+ en dat hij heeft plaatsgenomen aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemel.+  Hij is een dienaar* van de heilige plaats+ en van de ware tent, die is opgezet door Jehovah* en niet door mensen.  Nu wordt elke hogepriester aangesteld om gaven en slachtoffers te brengen. En dus moest ook deze iets hebben om te offeren.+  Als hij op aarde was, zou hij geen priester zijn,+ want daar zijn al priesters die de gaven offeren zoals de wet voorschrijft.  Zij doen heilige dienst in een afbeelding en een schaduw+ van de hemelse dingen.+ Dat blijkt ook uit de opdracht die God aan Mozes gaf toen die de tent wilde gaan opbouwen: ‘Houd je bij het maken van alle dingen aan het voorbeeld dat je op de berg is getoond.’+  Maar nu heeft Jezus een verhevener dienst* gekregen omdat hij ook de bemiddelaar+ is van een eveneens beter verbond,+ dat wettelijk gegrond is op betere beloften.+  Als op dat eerste verbond niets aan te merken viel, dan was er geen tweede nodig geweest.+  Maar hij heeft iets aan te merken op het volk als hij zegt: ‘“Er komt een dag”, zegt Jehovah,* “dat ik een nieuw verbond zal sluiten met het huis van Israël en met het huis van Juda.  Het zal anders zijn dan het verbond dat ik met hun voorouders sloot op de dag dat ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte te leiden,+ want ze hebben zich niet aan mijn verbond gehouden. Daarom heb ik niet meer naar hen omgekeken”, zegt Jehovah.* 10  “Dit is het verbond dat ik na die dagen met het huis van Israël zal sluiten”, zegt Jehovah.* “Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen en in hun hart schrijven.+ Ik zal hun God worden en zij zullen mijn volk worden.+ 11  En niemand zal zijn medeburger en zijn broeder nog onderwijzen door te zeggen: ‘Ken Jehovah!’* Want ze zullen mij allemaal kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen. 12  Ik zal hun onrechtvaardige daden vergeven* en aan hun zonden zal ik niet meer denken.”’+ 13  Door over ‘een nieuw verbond’ te spreken, heeft hij het vroegere verouderd gemaakt.+ Nu staat wat verouderd is en oud wordt op het punt te verdwijnen.+

Voetnoten

Of ‘openbare dienaar’.
Of ‘verhevener openbare dienst’.
Of ‘barmhartig zijn’.